Mijn liefje, mijn pc'tje

JE HOEFT GEEN psycholoog te zijn om te zien dat computers bij mensen emoties teweeg kunnen brengen. Het luide 'godverdegodver' dat door de kantoortuin schalt, wanneer er iets grondig mis lijkt te gaan, toont dat wel aan. Maar hebben die emoties ook betrekking op de computer zelf? Met andere woorden: hebben mensen een band met hun computer, zoals ze banden hebben met andere mensen? Bestaat er haat, sympathie, vertrouwen jegens het ding?

Op zichzelf genomen zijn gevoelens van haat of vriendschap jegens een gebruiksvoorwerp helemaal niet zo bijzonder. De band tussen automobilist en auto is daar een voorbeeld van. Denk daarbij niet aan de achteloze leasebakberijder, maar aan de trotse eendrijder, de eigenaar van een piekfijn onderhouden oude Rover, of de truckchauffeur die zich door de machtige PK's van zijn 'Annie' of 'Mariska' door heel Europa laat sleuren. Zulke wagens worden gekoesterd, opgewreven, beklopt en toegesproken alsof het een geliefde van vlees en bloed betrof. Ook met andere voorwerpen kunnen we 'iets opbouwen', al wordt het moeilijker. Dat favoriete prachtboek met dat lekker aaibare leren velletje bijvoorbeeld, dat kun je koesteren. Maar daarna houdt het snel op. Met tafels, stoelen en steeksleutels hebben we niks, al gaan we er een leven lang mee om en zijn we er nog zo afhankelijk van.

Wat belangrijk lijkt, is dat het voorwerp iets van een eigen identiteit heeft, en dat het reageert op ons optreden. Auto's voldoen daar natuurlijk bij uitstek aan. Ze hebben hun eigen geur, bijzondere eigenschappen, nukken en kuren. Zo'n bijzonder boek heeft ook iets unieks, en lijkt een beetje te reageren doordat het zelf 'iets te zeggen heeft', in de vorm van de tekst die erin staat. Tafels en steeksleutels zijn de dufferds onder de gebruiksvoorwerpen. Ze zijn inwisselbaar en reageren nergens op.

Computers zouden volgens die redenering prima mechanische vrienden kunnen zijn. Hoewel ze in uniekheid tekort schieten - de nukken en kuren van een apparaat zijn zelden aan dat ene specifieke apparaat gebonden, evenmin als zijn prettige eigenschappen - wekken ze bij uitstek de indruk partner te zijn, soms ook tegenstander. Ze praten zelfs terug, al is het maar in de vorm van cryptische foutmeldingen en standaardgeluiden. Maar een echte relatie, in de betekenis dat we ons ook echt iets aantrekken van wat het apparaat 'vindt', dat leek toch vooral iets uit de wereld van de science fiction. Alleen daar krijgen computers zoveel menselijke trekken mee, dat we ze gemakkelijk als onze gelijken zouden kunnen accepteren. Bekende voorbeelden daarvan zijn de flemende HAL uit de film '2001, a Space Odyssee', de kunstmens Data uit 'Star Trek, the next generation', R2D2 en zijn makkers uit 'Star Wars', en de 'Knowledge Navigator', Apple's toekomstvisie van een soort laptopcomputer waarin eenvoudigweg een meneer zat ingebakken, die met zijn gezicht op het scherm verscheen en een conversatie begon.

Zulke menselijke trekken hebben bestaande computers niet. Maar gek genoeg blijken we ze ongewild en onbewust toch veel meer als partners op gelijke voet te accepteren dan we denken. Een al langer bekende aanwijzing in die richting is dat kritiek op de vermogens en prestaties van een computer bedekter en beleefder verwoord wordt als dat in een dialoog op het beeldscherm gebeurt, dan wanneer mensen een vragenlijst over dezelfde onderwerpen op papier invullen.

Onderzoekers aan de universiteit van Stanford in Californië ontdekten dat het nog veel verder gaat. Ze stelden een flink aantal studenten, jongens en meisjes die toch niet gemakkelijk van een computer onder de indruk komen, voor een klassiek opgave. Ze kregen een lijst met twaalf voorwerpen erop, zoals een zaklamp, een landkaart, een zakmes, een geladen pistool, een parachute, twee flessen wodka, een doos zouttabletten en een boek getiteld 'Eetbare woestijndieren'. De eerste opdracht was om de voorwerpen op die lijst te ordenen in volgorde van hun belang voor het eenzaam overleven in de woestijn.

Had een proefpersoon eenmaal na veel hoofdbrekens de volgens hem beste volgorde bepaald, dan begon het deel van de proef waar het werkelijk om draaide. Hij werd in een kamertje gezet waarin een computer stond. Die computer, zo werd erbij verteld, had zelf ook een lijst samengesteld, en kon bovendien met gebruikers in discussie treden over de redenen waarom voorwerp zus op positie zo in de lijst thuishoorde. Het verzoek was om samen met de computer nog eens goed naar de eigen lijst te kijken, en die waar nodig te verbeteren. De ene helft van de proefpersonen kreeg daarbij te horen dat uiteindelijk alleen de eigen lijst gebruikt zou worden voor 'de eindrapportage'. De andere helft werd verteld dat ook de lijst van de computer zou meetellen. Het verbazingwekkendste feit is misschien wel dat de proefpersonen allemaal braaf gehoorzaamden. Geen mens, blijkbaar, die zich afvroeg wat een computer kon afweten over het relatieve belang van zakmessen en zouttabletten in de woestijn. En daar wist de computer ook niets van. De lijst die hij liet zien, was volgens een vaste formule afgeleid van die welke de proefpersoon op een floppie meebracht. Daardoor waren de lijsten altijd verschillend, zodat er iets te discussiëren viel, maar altijd op dezelfde manier en in dezelfde mate verschillend, zodat er zinvol te meten viel. Voorts liet de computer bij het aanklikken van voorwerpen op zijn eigen lijst tekstjes zien van het kaliber 'Een zaklamp is in de woestijn heel belangrijk'.

Wat bleek? De proefpersonen wie verteld was dat de computerlijst ook zou meetellen, deden precies wat mensen doen die gezamenlijk een taak moeten uitvoeren en daarbij van elkaar afhankelijk zijn. Ze streefden naar consensus, en pasten hun lijst veel sterker aan die van de computer aan dan de andere proefpersonen, die de computer alleen in de rol van leverancier van vrijblijvend advies zagen. Bovendien betitelden zij de computer achteraf ook in sterkere mate als 'vriendelijk' en 'intelligent'. Zelfde computer, twee persoonlijkheden: domme slaaf of makker waar je op vertrouwt en rekening mee houdt. Het is kennelijk maar wat ze je vertellen.