'Ik maak planeten'

Jack Thorpe geldt als de geestelijke vader van de interactieve simulatie-netwerken voor het Amerikaanse leger. Nu pioniert de voormalige luchtmachtkolonel en gedragspsycholoog met interactieve simulatietoepassingen voor de burgermaatschappij. Zo bouwde hij vorig najaar de eerste meervoudige simulator voor een Formule-1 wedstrijd. Ook ontwerpt hij interactieve simulatieprogramma's op milieugebied.

Af en toe ontmoet Thorpe (52) nog wel eens iemand uit het leger, die enthousiast begint te vertellen over de mogelijkheden van virtual reality. “Goh, zeg ik dan”, lacht hij op een terras aan de haven van zijn woonplaats San Diego in Californië. “Dat heb ik tien jaar geleden nog bedacht, maar toen kostte het de grootste moeite jullie ervan te overtuigen dat het een goed idee was.”

Het Pentagon de “conceptuele sprong” laten maken was één obstakel. Zeker zo lastig was de vraag hóe je zo'n virtuele ruimte ontwerpt, zegt Thorpe. “Alles was nieuw. Hoe moet zoiets voelen? Hoe moet het eruit zien om realistisch te lijken? Een ingenieur zal geneigd zijn een replica te maken van alle fysieke kenmerken, maar zo overvoer je gebruikers met stimuli. Wij ontdekten dat betrouwbaarheid groter wordt door bepaalde dingen weg te laten. Een tank op een beeldscherm is niet veel meer dan een doosje, maar als je weet dat dat dingetje wordt bestuurd door een mens, begin je te zweten en gaat je hartslag omhoog. Dat moesten we hebben. Als iemand klaagde dat ons grafisch systeem zulke beroerde weggetjes genereerde, dachten wij: houden zo! Kennelijk was het idee van een weg adequaat overgebracht.”

Meet- en regelsoftware, planningssystemen en expertiseprogramma's bevatten vaak al een simulatie-algoritme. Dat gegeven plus de verspreiding van microprocessors, de opkomst van snelle verbindingen en de standaardisatie van netwerkprotocollen maakt het volgens Thorpe mogelijk “alles met alles te koppelen” en 24 uur per dag tevens te benutten voor simulatie van alle denkbare situaties en omstandigheden. “Zo kun je natuurrampenwerelden, economische omgevingen of gevechtswerelden scheppen, die ook actief zullen zijn als je er toevallig niet naar kijkt - ik denk altijd: ik maak planeten.”

Militaire toepassingen bestaan nu tien jaar. De eerste civiele toepassingen zijn nu op de markt: allereerst in de spelletjesindustrie, die vanouds nauwe banden met het Pentagon onderhoudt, maar ook op andere gebieden: hulpverleningsdiensten, meteorologen, landbouwkundigen, economen en Wall Street experimenteren er ook mee. In Nederland leggen TNO in Den Haag en Hollandse Signaalapparaten in Hengelo nu de grondslag voor interactieve simulatietoepassingen. Beide concerns houden zich traditioneel met defensiezaken bezig, maar zeggen uitdrukkelijk ook de civiele markt op te willen.

Simulatie verkent toekomstmogelijkheden, maar je kunt ook het verleden simuleren en de vraag stellen: wat als?, zegt Thorpe. “Steeds meer gegevens worden routinematig digitaal gedocumenteerd en zijn dus te benutten voor simulatie. Ten tweede neemt de techniek van morphing een grote vlucht, waarmee je in 3-D (driedimensionaal) een visuele constructie van iets of iemand kunt maken die niet van echt is te onderscheiden.” Thorpe gaf daartoe een eerste aanzet met de reconstructie in VR van de slag van '73 Easting', een beslissend gevecht uit de Golf-oorlog. De gebeurtenissen daarin liggen vast, maar technisch is het mogelijk die te veranderen”, zegt Thorpe - nachtkijkers voor de Irakezen, grove beoordelingsfouten inbouwen bij de Amerikanen. “Wat komt er dan uit? Stel je voor: dan heb je een levend geschiedenisboek.”