Het geweld neemt toe, of toch niet?

Het geweld op straat neemt steeds meer toe, meent de verontruste burger. De geweldscriminaliteit in Nederland daalt juist, zegt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Wie heeft gelijk?

ROTTERDAM, 17 JAN. Protestoptochten, roep om meer politie en strengere straffen. De dood van Meindert Tjoelker in Leeuwarden en van Joes Kloppenburg in Amsterdam en de recente rellen in de Oosterparkwijk te Groningen zijn in de ogen van veel burgers het zoveelste bewijs dat men zijn leven op straat niet meer zeker is.

Het eigenaardige is dat de verontrusting over het 'toenemende geweld' zich juist voordoet in een tijd dat het gemiddelde van de geweldscriminaliteit afneemt. Volgens de laatste slachtoffer-enquêtes van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het aantal slachtoffers van geweldsdelicten gedaald van een miljoen gevallen in 1992 tot circa 700.000 in 1996.

“De toename van het geweld is een algemeen maatschappelijk verschijnsel”, is de eerste reactie van hoofdinspecteur van politie te Hoorn, J. Molenaar, op de vraag of de geweldscriminaliteit in Noord Holland toe- of afneemt. Maar hij is zich ervan bewust dat de slachtoffer-enquêtes dat tegenspreken. Zijn indruk dat het geweld toeneemt is “gevoelsmatig”, corrigeert hij zich vervolgens. “Misschien word ik beïnvloed door de berichten over geweld in de media”, zegt hij.

“De gevoeligheid voor geweld is toegenomen”, constateert W. de Haan, hoogleraar criminologie aan de Universiteit Groningen. Hij schrijft dit deels toe aan het proces van beschaving waarbij de mens zichzelf meer zelfbeheersing is gaan opleggen. Naarmate die zelfbeheersing toeneemt, groeit ook de angst dat anderen haar verliezen. Maar De Haan vindt die so[-]ciologische verklaring niet voldoende. “Ik heb een bloedhekel aan de niets-aan-de-hand-criminologie die de maatschappelijke verontrusting over geweld wegwimpelt, omdat zij niet door de statistiek wordt gestaafd”, zegt hij. “Hoewel het gemiddelde daalt, kan de geweldscriminaliteit in sommige categoriëen, zoals in het uitgaansleven, bij de jeugd, of in bepaalde buurten, wel degelijk zijn toegenomen.”

Hoofdinspecteur Molenaar bevestigt die veronderstelling. Het geweld onder jongeren en in het uitgaansleven in Noord-Holland is volgens hem toegenomen. Door de concentratie van geweld in bepaalde sectoren kunnen burgers de samenleving in zijn geheel als meer gewelddadig ervaren, zegt De Haan. “Het aantal moorden in Amsterdam lag in de jaren zestig rond het landelijk gemiddelde. In de jaren negentig ligt het vier keer zo hoog. Bij de bewoners van de Rotterdamse drugswijk Spangen moet je ook niet aankomen met cijfers over dalende criminaliteit.”

De “gevoelsmatige” indruk van hoofdinspecteur Molenaar dat het geweld de laatste jaren toeneemt, mag dan niet stroken met de slachtoffer-enquêtes, zij wordt wel bevestigd door de cijfers uit zijn politieregio: het aantal geweldsmisdrijven (mishandeling, bedreiging en openlijke geweldpleging) dat de politie in de regio Noord-Holland registreerde, steeg van 1.586 in 1992 naar 1.972 in 1996. De meeste andere politiekorpsen constateren ook een stijging.

Tussen politiecijfers, die het aantal aangiften weergeven en slachtofferenquêtes, die een steekproefsgewijze weergave zijn van de ervaring van burgers met geweld, gaapt altijd een kloof, zegt onderzoeker Huys van het CBS. Dat het geweld volgens de slachtofferenquêtes van het CBS daalt, maar volgens politiecijfers stijgt, komt volgens Huys omdat het aantal aangiften is gestegen. In 1992 werd 26 procent van de geweldsmisdrijven bij de politie gemeld, in 1994 was dat 32 procent.

Over een langere periode is de gemiddelde geweldscriminaliteit in absolute zin overigens wel sterk gestegen. Na een stijgende lijn in de jaren zeventig werd in 1984 een piek bereikt van meer dan een miljoen geweldsdelicten die sindsdien niet meer is geëvenaard. Thans is het aantal geweldsdelicten weliswaar gedaald naar de 700.000, dat niveau is nog altijd aanmerkelijk hoger dan in de jaren zeventig.

Volgens hoogleraar De Haan zijn bepaalde vormen van geweld mogelijk ook ernstiger geworden. Het 'zinloze' geweld met dodelijke afloop dat de laatste jaren zoveel woede heeft gewekt, bijvoorbeeld. 'Zinloos geweld' met dodelijke afloop komt echter te weinig voor om in de steekproefsgewijze slachtoffer-enquêtes aan het licht te komen. Het delict wordt wel geregistreerd door de politie, maar die kwalificeert het per bureau anders waardoor geen landelijk beeld ontstaat. Het CBS heeft besloten er geen aparte categorie voor op te nemen, omdat het te weinig voorkomt, zegt onderzoeker Huys. Hoofdinspecteur Molenaar, die meer dan twintig jaar meeloopt bij de politie, constateert wel dat het geweld harder wordt. Wat vroeger man-tot-man-gevechten waren, zijn nu groepen die elkaar bestrijden, zegt hij. Ook krijgt hij “signalen” dat jongeren vaker bewapend zijn, waardoor vechtpartijen sneller uit de hand lopen.

In de wetenschap dat Nederland van oudsher relatief een laag gemiddelde kent van geweldscriminaliteit, vindt De Haan de vraag of het geweld zich op sommige plaatsen meer concentreert dan elders, interessanter dan het landelijke cijfer. Het belang van de spreiding wordt geïllustreerd in de Verenigde Staten, waar sommige buurten veiliger zijn dan welke andere ook ter wereld, terwijl er andere wijken zijn waar niemand zijn leven zeker is. Daar is geweld een vanzelfsprekend middel geworden om zich een positie te verwerven. Bewoners krijgen het idee dat ze zich moeten verdedigen, ze gaan zich bewapenen en dat leidt op die manier weer tot meer geweld.

Uit de recente rellen in de Groningse Oosterpark buurt blijkt dat een dergelijke situatie in Nederland niet geheel ondenkbaar is: gesprekken met bewoners in de sociaal zwakke wijk leerden dat bedreigingen en vernielingen door jongeren er al jaren aan de orde van de dag zijn. “Het gevaar bestaat dat de tweedeling 'veilig-onveilig' steeds scherper wordt”, zegt De Haan. Hij vreest dat de politiek door de grote maatschappelijke verontrusting over geweld “simplistische oplossingen” gaat bedenken, zoals meer politie en strengere straffen. Maar volgens hem is volkshuisvestingsbeleid (geen concentratie van etnische en/of lage inkomensgroepen in één wijk), maatschappelijk werk en scholing ten minste zo belangrijk als politieoptreden.

Hoofdinspecteur Molenaar beaamt dat. “Om geweld te bestrijden, moet je samenwerken met kroegbazen, gemeente en maatschappelijk werk. De politie heeft niet het monopolie op de geweldsbestrijding.”