Geen daden

Als het goed gaat met Feyenoord wordt dat door zijn aanhang verklaard uit de Rotterdamse voorkeur voor daden boven woorden. In dit licht bezien is het wonderlijk dat de betrokkenheid van die stad bij het wel en wee van zijn allochtone medelanders zich niet uit in daden maar, net als overal elders in het land, beperkt blijft tot mooie woorden.

Bijvoorbeeld het recente voornemen dat de personele samenstelling van gemeentelijke diensten een afspiegeling dient te zijn van de bevolking. Aldus de gemeentelijke nota Herijking Allochtonenbeleid. Dat er moet worden herijkt wijst er trouwens op dat dit mooie voornemen klaarblijkelijk al eerder werd uitgesproken.

Waarom het maar niet wil lukken met dat afspiegelen? Daar zijn natuurlijk in veel gevallen praktische redenen voor aan te wijzen, zoals een gebrek aan scholing en kennis van de taal. Maar daarnaast spelen ook meer platvloerse argumenten een rol zoals de angst verworven posities kwijt te raken. Er zijn namelijk diensten die alleen maar goed kunnen functioneren als zij de beschikking hebben over voldoende allochtone knowhow en het vertrouwen genieten van de allochtone bevolkingsgroepen. Zo'n dienst is het welzijnswerk. De gemeente noemt die dienst een vrijwel wit bastion. Dat dit zo is valt natuurlijk in de eerste plaats de bestuurders van de stad, de gemeenteraad dus, aan te rekenen.

Hoezeer de angst om gevestigde posities kwijt te raken het beleid bepaalt, illustreerde die raad een poos geleden, toen een besluit moest worden genomen over de aanvraag tot oprichting van islamitische basisscholen. De raad stond dat toe en verklaarde nadrukkelijk dat hij dit alleen maar deed omdat hij daartoe verplicht was op grond van de vrijheid van onderwijs. Het CDA bestond het zelfs zich bij die gelegenheid af te vragen waarom allochtonen zich niet thuis voelen in het bestaande onderwijs. Ik zou zeggen om dezelfde redenen waarom in die kringen veel ouders de voorkeur geven aan katholieke of christelijke scholen. Dat zo'n eenvoudige analogieredenering voor het gemiddelde Rotterdamse raadslid te ingewikkeld is, tekent het niveau.

Inmiddels zijn er plannen ontwikkeld om in het Rotterdamse een brede scholengemeenschap voor islamitisch voortgezet onderwijs op te richten. Wat doen nu de Rotterdamse raadsboeven? Die beweren te weten dat er te weinig belangstelling zou zijn voor zo'n school op grond van het feit dat slechts 1,2 procent van de kinderen in Rotterdam op een islamitische basisschool zit. Hoe durven ze. Eerst de oprichting van die scholen tegenwerken en vervolgens hun geringe aantal leerlingen gebruiken als argument.

Om te bewijzen dat er wel degelijk voldoende belangstelling is voor zo'n islamitische school, willen de initiatiefnemers een behoeftepeiling houden onder ouders. 'De Volkskrant': “Daarvoor zijn adressenbestanden nodig. De afdeling burgerzaken van de gemeente Rotterdam dubt nog of zij die ter beschikking zal stellen. Voor het verzamelen van handtekeningen van ouders die zeggen hun kinderen op de islamitische school te doen is ook de steun van de gemeente nodig.”

Alle goede intenties en mooie woorden hebben niet kunnen verhinderen dat de opvang van allochtonen in het reguliere onderwijs weinig geslaagd is. Er is voor vermogens aan extra middelen ingepompt, maar hoe die werden gebruikt en wat die aan resultaten opleverden, daar heeft de overheid zich nooit mee beziggehouden. Dat gebrek aan visie, aanpak, beleid, verantwoordelijkheid nemen, heeft vooral veel drop-outs opgeleverd. Dat verklaart de spiegelproblemen in Rotterdam en overal elders in het land, en dat verklaart ook de toenemende behoefte onder moslims aan emanciperen in eigen kring.