'De Welvaartspartij zit in de harten'

Het Turkse Constitutionele Hof heeft gisteren zoals al werd verwacht de fundamentalistische Welvaartspartij verboden. Op de kantoren van de partij in Kayseri blijft men er laconiek onder.

KAYSERI, 17 JAN. “Kijk eens hoe groot mijn woonkamer is”, roept Nermin Akyurt enthousiast. Ze is de enige vrouwelijke bestuurder van de moslim- fundamentalistische Welvaartspartij in Kayseri, een snel-groeiende industriestad in Centraal-Turkije. “We hebben niet noodzakelijkerwijs een partijkantoor nodig. We kunnen ook hier vergaderen, of bij andere partijfunctionarissen thuis.”

Ook Saban Bayrak, de voorzitter van Necmettin Erbakans Welvaartspartij in deze Anatolische stad, is ervan overtuigd dat de organisatiestructuur sterk genoeg is om de ontbinding van de partij te overleven. “In Turkije zijn we gewend aan partijsluitingen”, analyseert hij. “Bovendien heeft de geschiedenis bewezen dat politieke partijen die door het regime worden buitengesloten, uiteindelijk profiteren van hun martelaarsrol. Na de oprichting van een nieuwe partij groeit hun aanhang.”

Kayseri is een interessante mengeling van oud en nieuw. De stad bezit een schat aan historische gebouwen als publieke baden, islamitische onderwijsinstituten, moskeeën en een overdekte bazaar, evenals een stadsmuur, die grotendeels nog overeind staat. Tegelijkertijd zijn de wegen er breed, worden de flatgebouwen hoger en verrijzen er steeds meer fabrieken, autoshowrooms en grootwinkelbedrijven. “Op het Anatolische platteland hebben we een grotere binding met ons geloof, de islam, dan bijvoorbeeld de bevolking in het Westen van Turkije”, meent Mustafa Tekeli, die aan het hoofd staat van MÜSIAD in Kayseri, de organistie van fundamentalistisch georiënteerde ondernemers in Turkije. “Zo houden we bijvoorbeeld nog sterk vast aan onze familiebanden.”

Het conservatieve Kayseri, met inmiddels een miljoen inwoners, is een belangrijk bastion van de Welvaartspartij, evenals enkele andere provinciesteden op het Anatolische platteland. Ze staan model voor de opkomst sinds 1980 van een nieuwe ondernemersklasse in Turkije, die zowel aansluiting zoekt bij de globale economie als haar islamitische identiteit wenst uit te dragen. De 'Anatolische Tijgers', zoals ze worden genoemd, vormen een steeds grotere concurrentie voor de gevestigde ondernemers die veelal in Istanbul zitten. Net als het machtige en invloedrijke leger beschouwen dezen zichzelf als de Westers georiënteerde elite van Turkije, die lange tijd als een moderniserende kracht fungeerde. Dat heeft uiteindelijk een relatief autonome (civiele en militaire) bureaucratie opgeleverd, ten koste van een versterking van de democratie via gekozen organen. “Het wordt tijd”, aldus Tekeli van MÜSIAD, “dat niet alleen de staatsbedrijven, maar ook de staat zelf wordt geprivatiseerd.”

De gisteren verboden Welvaartspartij legde het grondwettelijk geboden secularisme uit als vrijheid van godsdienst zoals in de Westerse wereld, terwijl het leger, en in het kielzog daarvan de seculiere politieke partijen, vasthoudt aan staatscontrole over de islam. De islamitische hoofddoek wordt in seculiere kringen dan ook gezien als een symbool van de politieke islam. Voor een toegewijde moslim is het een islamitisch kledingvoorschrift, waaraan een goede moslimvrouw zich moet houden - een recht dat hun in een democratie niet zou mogen worden onthouden.

Kayseri, met zijn conservatieve maar tevens ondernemende geest, staat voor verzoening. Modernisering en de islam behoeven niet noodzakelijkerwijs elkaars vijanden te zijn, zoals de kemalisten, de aanhangers van de Turkse hervormer Atatürk claimen. Er bestaat wel degelijk zoiets als een tussenweg tussen de Westerse democratie en de radicale islam zoals die in grote delen van de Arabische wereld. Die verzoenende houding heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat dat Welvaartspartij in de afgelopen 14 jaar van haar bestaan was uitgegroeid tot een meer pluriforme beweging, waarin niet langer slechts de uniforme levensstijl van de fundamentalisten als referentie gold. En, met 4,25 miljoen leden, tot de grootste politieke partij van Turkije.

Wat aanhangers van de politieke islam in Kayseri voor ogen staat is Nermin Akyurt. Akyurt is nu nog een vreemde eend in de bijt van de politieke islam. Ze was de enige vrouwelijke bestuurder van de Welvaartspartij in heel Turkije. Haar mede-partijbestuurders spreken haar aan met 'Nermin abi' - oudere broer Nermin -in plaats van 'Nermin abla' - oudere zuster Nermin - zoals de gewoonte is in Turkije. “De mannen hier kunnen niet om mij heen”, verklaart ze. “Ze weten dat het vooral aan de ijver van de vrouwelijke leden is te danken dat de aanhang van de Welvaartspartij zo is gegroeid in de afgelopen jaren. “We zijn van huis naar huis gegaan om ons aan de kiezers bekend te maken. Dat was de partij nooit gelukt zonder de actieve deelname van vrouwen.”

Akyurt groeide op in een Westers georiënteerde familie in Istanbul, verhuisde naar Kayseri toen ze 21 jaar oud was, trouwde en werd muzieklerares. Ze draagt een hoofddoek, geeft mannen tijdens de begroeting geen hand en straalt tegelijkertijd een enorme geestkracht uit. Ze is ervan overtuigd dat als vrouwen meer onderwijs genieten en leren om op zichzelf te vertrouwen, ze vanzelf met mannen gaan samenwerken. “Dat is slechts een kwestie van tijd”, is haar overtuiging.

De vrouwenbranche van de Welvaartspartij was op dezelfde manier georganiseerd als de partij. Men had vertegenwoordigers tot in elke straat van Kayseri. “Die structuur verdwijnt niet met de ontbinding van de partij”, meent ze. De Welvaartspartij behaalde bij de parlementsverkiezingen in 1995 32 procent van de stemmen in Kayseri, noteerde 93.000 leden, van wie een kwart vrouwen, en bezette alle drie de burgemeestersposten: zowel die van de stad Kayseri, als van de twee deelgemeenten.

Mehmet Özhaszeki, die aan het hoofd staat van de deelgemeente Melikgazi, zegt dat de ondernemers in Kayseri wellicht hun boekhouding niet tot in de puntjes bijhouden, maar er wel streng op toe zien dat 2,5 procent van hun verdiensten zoals de islam voorschrijft naar de allerarmsten gaat. Dat is volgens hem de reden dat “de Turkse samenleving ondanks het ontbreken van sociale voorzieningen nog steeds niet ten prooi is gevallen aan een polarisatie tussen de armen die steeds armer en de rijker die steeds rijker worden”. Özhaszeki, die in zijn studententijd een belangrijkse rol speelde in de ultra-nationalistische beweging, is er trots op dat door toedoen van de Welvaartspartij er in Kayseri nauwelijks sloppenwijken zijn, de allerarmsten dagelijks gratis worden gevoed, mensen die willen trouwen aan huisraad worden geholpen en de gezondheidszorg gratis is voor wie geen geld heeft. “Het zijn taken die de staat verzuimt om op zich te nemen”, aldus partijvoorzitter Bayrak, “en die de Welvaartspartij in staat stelde om een belangrijk deel van de bevolking aan zich te binden”.

Bayrak belandde in 1980 zes maanden in de gevangenis, nadat de toenmalige fundamentalistische Nationale Heils Partij was opgeheven en een deel van zowel het landelijke als het provinciale kader vastgezet. “Een partij kan worden ontbonden”, zegt hij stellig, “maar daarmee krijg je de geest niet terug in de fles. De Welvaartspartij zit in de harten van de mensen.”