De nieuwe geüniformeerden hebben zich al onmisbaar gemaakt; Krukkenrukkers en nepagenten

Hoe minder agenten op straat, hoe meer toezichthouders de honneurs waarnemen. Ze noemen zich stadswachten of buurtconciërges en fungeren als 'ogen en oren van de politie'. Mogelijke winkeldieven worden nauwlettend gadegeslagen, samenscholende jongeren weggestuurd. En als een vechtpartij uit de hand loopt, krijgt de politie een tip. Over het schemergebied van het straatgezag. 'Vaak is onze aanwezigheid al genoeg.'

Toen anderhalf jaar geleden de eerste dorpswachten op straat verschenen in Boskoop, zaaide dit enige verwarring bij de dorpelingen. “Of we soms boswachters waren”, herinnert Jorge de Lima (25) zich. “Of conducteurs, wegens het blauwe uniform. Sommige mensen denken ook wel dat we van de politie zijn.” Bij Jorges collega Arjan Bos (23) kun je je die associatie met de politie wel voorstellen. Aan zijn stropdas zit een glimmende politiedasspeld waar miniatuurhandboeitjes aan bungelen. “Maar ik ben geen politie-agent, hoor”, haast Bos zich uit te leggen. “Die speld heb ik een keer in een museum gekocht.”

Het is nog altijd wennen voor Nederland: op steeds meer plaatsen waar vroeger de veldwachter zijn ronde deed, heeft nu een bonte stoet toezichthouders en bewakers zijn werk overgenomen. Ze hebben allemaal nèt even een ander uniform aan. Soms werken ze voor de overheid, dan weer zijn het werknemers van een particulier beveiligingsbedrijf. Eén ding hebben ze gemeen: ze doen het controle- en toezichtwerk waar de politie door alle bezuinigingen geen tijd meer voor heeft.

Zo ook in de regio IJssel en Gouwe. Na de reorganisatie van 1993 ging het aantal politie-agenten in een gemeente als Moordrecht omlaag van elf naar drie. “Dat ging ten koste van eenvoudig toezicht op straat”, vertelt Alex Pijl, politiecoördinator van de dorpswachten. “Omdat de bevolking zich vervolgens onveilig begon te voelen, is de toenmalige burgemeester van Moordrecht met plannen gekomen voor een buurtwacht. Daar zijn uiteindelijk de dorpswachten uit voortgekomen. Voor een relatief laag bedrag kan het toezicht zo alsnog geregeld worden.”

Onder Pijls leiding werken de dorpswachten nauw samen met de politie in de regio IJssel en Gouwe. Ze zijn ongewapend en hebben dezelfde bevoegdheden als een gewone burger: signaleren, aanspreken en bij heterdaad tussenbeide komen. Voor ernstige situaties dragen ze een mobiele telefoon bij zich waarmee ze direct het bureau kunnen bellen. Minder acute overlast als fout geparkeerde auto's en graffitivervuiling noteren ze in hun aantekeningenboekje om later door te geven aan het bureau of de gemeente. In tweetallen doorkruisen de dorpswachten niet alleen Moordrecht, maar ook omringende gemeentes als Boskoop, Waddinxveen, Zevenhuizen en Nieuwerkerk aan den IJssel.

Het is allemaal begonnen in 1989, toen in Dordrecht de eerste 'stadswachten' op straat verschenen. De commissie-Roethof had onderzoek gedaan naar de kleine criminaliteit in het land en had het gebrek aan sociale controle en de verminderde leefbaarheid op straat aangewezen als belangrijke oorzaken. De oplossing: meer toezicht in de openbare ruimte. De stadswachten moesten als 'ogen en oren van de politie' gaan functioneren en een deel van het onveiligheidsgevoel bij burgers wegnemen.

Na Dordrecht volgden Amsterdam, Heerhugowaard, Nieuwegein en Nijmegen. Inmiddels lopen er in 110 gemeenten zo'n 3.500 nieuwe toezichthouders rond. 'Stadswacht' heten ze allang niet meer allemaal. Je hebt 'dorpswachten', 'nachtwachten' (Haarlem), 'flatwachten' (Bijlmer), 'parkwachten' (Amsterdam-West), 'strandwachten' (Zandvoort), 'stadsbrandwachten' (Hoogezand-Sappemeer), 'buurtconciërges' (Amstelveen, Amsterdam-Westerpark), 'verkeerstoezichthouders' (Den Haag) en 'veiligheidsassistenten' (Rotterdam). Een golf van controle heeft Nederland overspoeld.

De toezichthouders krijgen als taak mee om mensen aan te spreken op hun gedrag. Zoals Jan Lankreijer, directeur van de Amsterdamse gemeentedienst Stadstoezicht, het zegt: “Een beetje zoals de agent van vroeger, die door de straat liep. Op het gemak, hier en daar een praatje maken.”

De flatwacht maakt zijn gang over de galerijen van hoogbouwflats om criminaliteit af te schrikken en te controleren of er nergens vuilnis blijft liggen. De nachtwacht houdt een oogje in het zeil tijdens drukke uitgaansavonden. En de dorpswachten in IJssel en Gouwe lopen een rondje om de huizen van bewoners die bij de politie hebben opgegeven dat ze met vakantie zijn.

“Vaak is onze aanwezigheid al genoeg”, legt Jorge uit terwijl we door de keurig aangeharkte buitenwijken van Nieuwerkerk aan den IJssel kuieren. “Als er in een winkel een verdacht type gesignaleerd wordt, kunnen wij erop afgestuurd worden om hem in de gaten te houden. Zodra zo'n persoon dat doorheeft gaat hij meestal al snel weg.” Een verdwaald winkelwagentje komt in het opschrijfboekje van Arjan, enkele foutgeparkeerde auto's krijgen een waarschuwend geel kartonnetje onder de ruitenwissers. Als we winkelcentrum Reigerhof passeren, constateert Jorge tevreden: “Hier hangt ook al een stuk minder jeugd rond. Dat is een gevolg van onze aanwezigheid.” Mogen jongeren niet rondhangen? “Jeugd op zich is geen probleem”, zegt Arjan. “Alleen komen ze altijd meteen met z'n vijven.” Giechelend voegt hij eraan toe: “En ze blowen. Niet dat ze verder iets doen, maar de mensen die hier winkelen vinden dat niet zo'n fijn gevoel.”

Huissleutel

Dit is het toezicht waarvoor de regio IJssel en Gouwe dorpswachten in dienst heeft genomen. Vaak gaat het om langdurig werklozen die werken met behoud van uitkering, waar ze dan maandelijks een bonus van 100 gulden bovenop krijgen. Voor Jorge en Arjan geldt dat intussen niet meer: zoals zoveel stads- en dorpswachten zijn ze onlangs doorgestroomd naar de particuliere beveiligingsbranche, en aangenomen bij de Nederlandse Veiligheidsdienst (NVD). Arjan werkt daar nu als winkelsurveillant, Jorge moet nog even wachten voor hem een functie wordt toegewezen en helpt zolang in Boskoop met het inwerken van nieuwe dorpswachten. Voor de beveiligingsindustrie zijn Arjan en Jorge aantrekkelijk omdat ze als dorpswacht een basisdiploma veiligheid behaald hebben.

Op diverse plaatsen in het land laten gemeenten (contractueel) jaarlijks een aantal toezichthouders afvloeien naar het particuliere beveiligingsbedrijf Randon. Zoals in Amsterdam, waar directeur Lankreijer van Stadstoezicht kan melden dat “ze er dit jaar twintig van ons hebben overgenomen”. Om er gretig aan toe te voegen: “Maar dat is geen limiet.”

Stadstoezicht werd op 1 januari 1996 opgericht, na samenvoeging van de diensten Stadswacht, Reinigingspolitie en Parkeerbeheer. De nieuwe dienst begon met 700 mensen, maar inmiddels is dat aantal gestegen tot 1.300. “Er is heel veel vraag naar toezicht in de openbare ruimte”, constateert Lankreijer tevreden in zijn kantoor aan de Wibautstraat. “Het is een reactie op de verharding van de maatschappij. Op uitgaansavonden verhuren wij wel mensen tegen uurtarief aan busbedrijf NZH om toezicht te houden op vertrekplaatsen van nachtbussen: Leidseplein, Centraal Station. Maar wij verhuren ook mensen aan de stadsdelen, aan de metro of aan woningbouwverenigingen.”

Dragen ze bij al die verschillende klussen steeds andere uniformen? Lankreijer schudt van nee. “De gedachte erachter is: alles wat controleert en geen politie is moet hetzelfde uniform dragen.” Maar de praktijk geeft hem ongelijk. De parkwachten in het Westerpark lopen hun dagelijkse rondes in een donkerblauwe winterjas met op de rug in witte letters 'buurtconciërge'. De reinigingspolitie van Amsterdam-Noord draagt een uniform met het logo van het stadsdeel erop. De stadswachten dragen het uniform dat als standaard staat omschreven: een donkerblauwe jas met groen-oranje banden op de armen en fluorescerende strepen op de borst.

Dat er zoveel toezichthouders uitstromen naar de particuliere beveiligingsindustrie komt omdat deze sector in Nederland groeit als kool: jaarlijks dijt de branche met zes procent uit en inmiddels zijn er in heel Nederland zo'n 15.000 à 20.000 mensen in werkzaam. Grote bedrijven als de Nederlandse Veiligheidsdienst (NVD) en Randon Beveiliging (Randstad Onderneming) beperken zich allang niet meer tot bedrijfsbeveiliging of surveilleren op industrieterreinen. Op steeds meer plaatsen nemen hun goedkopere flexwerkers onder regie van politie en justitie overheidstaken over: verzorging van arrestanten op politiebureaus, bewaking van gevangenissen, parkeercontrole. Particuliere parkeercontroleurs van Parkon (een bedrijf waarin Randon deelneemt) zijn in Bergen op Zoom, Terneuzen en Hulst gedetacheerd bij de gemeente en schrijven parkeerbonnen uit.

Zo schuiven het domein van overheid en van particuliere beveiliging langzaam steeds meer over elkaar heen. “Het gebeurt letterlijk dat mensen de ene dag als werknemer van Randon een industrieterrein bewaken, en de volgende dag fiscaal toezicht uitoefenen bij betaalde parkeerplaatsen”, zegt Cees van Dongen, regiodirecteur bij Randon. Maar raak je dan als burger niet in verwarring? “Ik kan me voorstellen dat de veelheid aan uniformen onduidelijk is voor de burger”, zegt Van Dongen. “Aan de andere kant: wij willen als burgers meer toezicht, en dat de één dan een ander pak draagt dan de ander, ach, ik ben geneigd daar doorheen te kijken.”

Randon zou best nog wat meer politiewerk over willen nemen. “Snelheidscontroles op wegen met camera's is zo'n punt dat u en ik ook zouden kunnen. Ik denk zelfs dat wij dat goedkoper kunnen doen dan hogere en goed opgeleide politiemensen.” Nog meer toekomstdromen? Van Dongen peinst even. “In Denemarken is de politie er alleen nog voor de echt urgente problemen. Als je daar een klein probleem hebt - je huissleutel is afgebroken - dan bel je Falck, een grote particuliere dienstverlener die ook beveiligingsactiviteiten voor zijn rekening neemt.”

Glimlachend: “In buien van euforie denk ik wel eens aan zulke voorbeelden. Particuliere ondernemingen zullen voortdurend de grenzen opzoeken en dat mag je ze ook niet kwalijk nemen.”

Epauletten

Tien jaar geleden dacht hij daar nog heel anders over. Van Dongen was hoofdinspecteur bij de politie in Schiedam en wilde eens wat anders. “Maar ik wilde niet naar de particuliere beveiliging, want dat vond ik van die nepagenten. 'Krukkenrukkers' noemden we ze. Maar toen iemand mij eens wat meer liet zien ben ik heel anders over de particuliere beveiliging gaan denken.” Van Dongen wil niet zeggen dat de particulieren beter zijn dan de politie, maar ze hebben wel andere mogelijkheden. “De politie moet tegenwoordig steeds uitleggen waarom ze door gebrek aan geld en mankracht bepaalde taken niet meer kan doen. De particuliere beveiliging kan dan een helpende hand bieden die kwalitatief misschien net zo goed is, en bovendien efficiënter en goedkoper.”

Inmiddels is ook de rest van de Schiedamse politie omgegaan en verzorgt Randon al zo'n zeven jaar de arrestanten op het bureau. Dat betekent in de praktijk dat Henk van Leeuwen in het Schiedamse cellenblok samen met een Randon-collega de verdachten laat luchten, douchen en eten. “Kun je effe doortrekken”, klinkt het over de intercom. “Ja hoor”, zegt Henk en met een druk op de knop zorgt hij ervoor dat in de betreffende cel de wc doorgetrokken wordt.

Eigenlijk moeten alle particuliere beveiligers in Nederland ter herkenning een 'V' op hun uniform hebben, maar die is op het lichtblauwe overhemd van Henk nergens te bekennen. “Nee, ik heb geen epauletten of tierlantijntjes op. Ook geen V: als je die op hebt ben je voor sommige arrestanten meteen een nepagent en een klootzak. 'Je kon zeker niks anders krijgen', krijg je dan te horen. We hebben wel een pasje bij ons.” De arrestanten weten dus niet dat hij van Randon is? “Inderdaad.”

De Schiedamse politie is tevreden over de Randonners, zo bleek vorig jaar uit een anonieme enquête. “Vroeger deden de agenten de arrestantenverzorging bij toerbeurt”, licht Van Leeuwen toe, “maar het was typisch zo'n klusje waar ze weinig zin in hadden.” Van dat soort klusjes bleken er meer te bestaan. “De afgelopen jaren zijn er allerlei taken bijgeslopen, veel meer dan het standaardpakket waarmee we in 1990 startten. Sinds kort nemen wij ook de foto's en vingerafdrukken van verdachten. Aan beginnende agenten geven wij de opleidingsmodule cellenblok: hoe fouilleer je iemand, hoe ga je om met arrestanten.”

En als er nu een arrestant probeert te ontsnappen, mag Van Leeuwen dan ingrijpen? “Dan mag ik niet meer geweld toepassen dan nodig is om hem terug te krijgen in zijn cel. Met een houdgreep bijvoorbeeld: officieel ligt dat niet in mijn bevoegdheden, maar dat is overmacht. In mijn zeven jaar hier heb ik vier keer geweld moeten gebruiken.”

Maar niet iedereen is even blij met de groei van de particuliere beveiligingsbranche. Hoofdbestuurslid Martin Klootsema van de Algemene Nederlandse Politie Vereniging (ANPV) kijkt er 'met zorg' naar. “Die bewakingskorpsen willen toch een beetje politie-agent spelen, en zo kruipen ze ook dat pak in. Hun wijze van optreden is daar soms ook naar. Men gaat nog wel eens een grens over.”

Een voorbeeld was het beveiligingsbedrijf Hoogenboom uit Badhoevedorp, dat in 1994 rondreed in auto's met dezelfde striping als de politie. De ministeries van Justitie en Binnenlandse zaken spanden een kort geding aan, waarna Hoogenboom hiermee ophield. Ook andere bedrijven die poogden de huisstijl van de politie over te nemen werden hierna tot de orde geroepen.

“Maar je kunt meer voorbeelden bedenken”, zegt Frank Scheffer, juridisch adviseur van de ANPV. “Die oude, achtpuntige politiester zie ik steeds vaker terug in de uitrusting van particuliere beveiliging. Ook de donkere kleuren van de uniformen komen overal terug. Je weet als burger vaak niet meer waarmee je te maken hebt.”

In die opvatting staat Scheffer niet alleen. “Het is niet onlogisch dat een leek de politie en de particuliere beveiliging door elkaar haalt”, zegt ook Ron Tenge van de directie bestuurszaken bij het ministerie van Justitie. Hij vindt dat de uniformen gewoon duidelijk van elkaar te onderscheiden moeten zijn. “We hebben besloten dat uniformen van beveiligingsbedrijven tegenwoordig niet meer blauw of zwart mogen zijn”, aldus Tenge. Maar in de praktijk heeft de particuliere beveiliger in de supermarkt gewoon een donkerblauw uniform aan.

Verwarring blijft dus nog wel even troef. De nieuwe wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus, die dit jaar in werking treedt, zal niet meteen een einde maken aan de onduidelijkheid. In artikel 6 van de wet staat slechts dat de minister bij ministeriële regeling 'regels kan stellen met betrekking tot de goedkeuring van, zoveel mogelijk eenduidige, modellen van uniformen'. Het kan nog even duren voordat zulke regels er komen.

In jongensgevangenis de Overberg bij Veenendaal zijn de particuliere beveiligers en de werknemers van justitie nog wel uit elkaar te houden. De AID'ers (Ambtenaren Inwendige Dienst) in de meldkamer zijn in burger, Randonbewaker Gerrit Lotte draagt zijn eigen uniform. Om middernacht begint Lotte aan zijn ronde door de inrichting. In de gangen is het doodstil: de jongens liggen al sinds half elf in bed. Op de binnenplaats ligt het blauwe kunstgras van het voetbalveld als een zwembad te glinsteren onder de lichtmasten. Lotte mag alleen controleren, hij is niet bevoegd om met gedetineerden in aanraking te komen. “Als er op de leefgroepen iemand wild wordt, moet ik het alleen doorgeven aan de meldkamer.”

Daar zit Mark van der Klok, het hoofd van de beveiliging. Vroeger werkte hij als Randonner in de Overberg, maar inmiddels is hij in dienst van justitie. Kan hij zich voorstellen dat Randon op een gegeven moment meer taken voor zijn rekening gaat nemen binnen de Overberg? “Er is wel eens gepraat over de mogelijkheid dat Randon ook jongens gaat verzorgen, en Randon zal daar ook vast op uit zijn.” Aan de andere kant van de tafel zit districtsmanager M. van der Mark van Randon te grijnzen: “De niches in de markt noemen wij dat. Ik denk best dat wij mensen hebben die dat kunnen doen. Hopelijk komt er een moment dat dat mogelijk wordt.”