De leraren van Anderlecht zijn moegestreden

De leraren van de middelbare school la Providence in Anderlecht zijn het geweld op hun school beu. Deze week gingen ze in staking.

BRUSSEL, 17 JAN. “Natuurlijk moeten onze leraren een gevarentoeslag krijgen. Ze lopen het risico gehandicapt te raken of gedood te worden.” Het door een litteken gehavende gezicht van de 19-jarige Sellah staat ernstig. Drie jaar geleden kwam hij op la Providence terecht. Na een veroordeling door de jeugdrechter wilde geen enkele andere school hem toelaten. “La Providence, laatste kans”, rijmt Sellah. “Niet waar”, zegt Nadia terwijl ze haar walkman onder haar hoofddoek vandaan trekt. “Het is je eerste kans die misschien tot succes leidt.”

Sellah en Nadia staan in een groeiend groepje scholieren bij de ingang van de beroepsopleiding la Providence (letterlijk, de voorzienigheid) in de Anderlechtse wijk Cureghem waar twee maanden geleden rellen losbarstten nadat de politie een drugsdealer doodschoot. Het schoolgebouw, een voormalige drukkerij, is vrolijk geel geschilderd. Maar voor de ramen zitten tralies en het plein is hoog ommuurd. Een half afgebroken gebouw aan de overkant van de straat wordt binnenkort openbaar verkocht. “Bezichtiging op eigen risico”, meldt een affiche.

Ruim vijfhonderd leerlingen telt La Providence, voor het merendeel jongens, bijna allemaal van buitenlandse afkomst. De school kwam vorig jaar in het nieuws nadat een lerares godsdienst door een groepje leerlingen was betast en bedreigd. De jongens werden veroordeeld tot alternatieve straffen, de lerares vertrok naar een andere school. Het was geen eenmalig incident. Regelmatig dringen groepen jongeren de school binnen en verstoren de les. Leraren worden met de dood bedreigd. Vorige week stak een jongen een medescholier met een mes in zijn been.

La Providence sloot afgelopen donderdag voor anderhalve dag de deuren. Ongeveer de helft van de leraren ging in staking om betere veiligheid te eisen, meer middelen en meer respect. Volgende week zal de school opnieuw twee dagen gesloten zijn, zodat het docentenkorps zich kan beraden op de toekomst. Een deel van de leraren wil af van de regel dat alle leerlingen worden toegelaten op de school - ook jongeren die veroordeeld zijn, overal elders zijn geweigerd of zelfs van la Providence zijn gestuurd en berouw tonen. Doorgedreven idealisme, vinden ze. “Maar als wij ze niet toelaten, wie zal hen dan nog opvangen”, zegt onderdirecteur Eliane de Rosen in haar sober ingerichte kantoor. “Onze school komt altijd in het nieuws met geweld, maar er gebeuren hier ook heel goede dingen. Wij geven deze jongeren die niemand anders wil, een opleiding en zelfrespect.” Vijftien jaar geleden is bewust gekozen de oorspronkelijk katholieke meisjesschool over te plaatsen naar de overwegend Marokkaanse wijk Cureghem. “We kunnen dit project toch niet zo maar opgeven?”

Het geweld op de Brusselse school is vooral het werk van jongeren van buiten, zegt onderdirecteur De Rosen. “Ze lopen geregeld een klaslokaal binnen en beginnen de leraar uit te schelden of te bespugen.” Hoewel de schoolpoort meestel vergrendeld is, weten ze binnen te komen. “Ze lopen mee als een leraar een groep leerlingen binnenlaat. We kunnen de beveiliging nog verder opvoeren en videocamera's installeren, maar we willen de school niet veranderen in een bunker zoals dat in Frankrijk gebeurt.” De Rosen vindt dat de politie moet patrouilleren langs de school. “Ze surveilleren hier nooit. De gemeente is deze wijk vergeten. De rellen van november hebben daaraan weinig veranderd.” Zo is er, ondanks herhaalde beloften, nog altijd geen jeugdhuis of een andere plek waar jongeren terecht kunnen. “Daarom dringen ze de school binnen om de les te verstoren. Ze hebben niets anders.”

La Providence is niet de enige Brusselse school die kampt met geweld. Op de Apaji school in Schaarbeek schoot een jaar geleden een vijftienjarige scholier een medeleerling dood, vermoedelijk een uit de hand gelopen ruzie om drugs. Beide instellingen behoren tot het vijftiental Brusselse scholen die sinds midden jaren tachtig in aanmerking komen voor positieve discriminatie. “We hebben inderdaad wat meer middelen, maar het is nog altijd veel te weinig”, zegt De Rosen.

Écoles poubelles, vuilnisbakscholen - zo worden instellingen als la Providence en Apaji vaak omschreven. “Een vreselijke benaming”, vindt De Rosen. “Wij verdienen juist respect.” Collega's durven niet meer te zeggen waar ze werken, uit angst er op aangekeken te worden. Het is ook moeilijk stageplaatsen te vinden voor de leerlingen.

Juist deze week heeft de regering van de Franstalige gemeenschap, bevoegd voor het Franstalig onderwijs in Brussel, een wetsvoorstel aangenomen in verband met het geweld op scholen. Het voorziet onder meer in extra middelen, ongeveer 1,5 miljoen gulden, voor de scholen in de hoogste nood. Ook zou er een toeslag komen voor leraren die werken op “zeer prioritaire scholen” en verder wordt nauwkeurig omschreven wie de klaslokalen binnen mogen gedurende en na de lesuren en welke overtredingen het wegsturen van leerlingen rechtvaardigen.

Volgens De Rosen gaat het voorstel niet ver genoeg. “We willen extra tijd voor onze leraren, zodat ze kunnen nadenken en overleggen over de aanpak. En docenten moeten de mogelijkheid krijgen als ze een tijd hier hebben gewerkt, rust te krijgen op een andere school. Wij zijn moegestreden.” Voor de ingang van la Providence verzamelen zich steeds meer scholieren. “Waarom is er alleen belangstelling voor ons als er iets gebeurt”, vraagt een jongen op onvriendelijke toon. “Dit is een school als alle anderen.” Als hij de honende reactie hoort van zijn medeleerlingen, geeft hij toe: “Nou ja, misschien niet helemaal”.