Burgemeester Peper van Rotterdam tegen grotere rol minister; 'Centralisatie is de goedkoopste weg'

Voordat er de 'affaire-Groningen' was, was er de 'affaire-Rotterdam' die vorige zomer afliep met het vertrek van korpschef J.W. Brinkman. De positie van burgemeester Bram Peper stond fors ter discussie, maar valt in het niet bij de storm die burgemeester Hans Ouwerkerk afgelopen dagen over zich heen kreeg.

Op het hoogtepunt van de crisis in Rotterdam waarschuwde Peper de gemeenteraad dat 'voorstanders van staatspolitie de wind in de zeilen zouden krijgen' door alle rumoer rond Brinkman - waardoor de raad nog minder te zeggen zou krijgen. Die uitspraak past binnen de kritiek die Peper de laatste jaren uit over de Politiewet van 1993. “Ik heb sinds 1990 gepleit voor een doorzichtiger structuur met democratische controle.”

“Een van de weeffouten van die wet is de verdeling van de verantwoordelijkheid voor beheer en beleid van een politiekorps over drie functionarissen - de korpschef, de korpsbeheerder (de burgemeester van de grootste gemeente in de betreffende regio) en de hoofdofficier van justitie. Het functioneren van deze 'driehoek' is te gevoelig voor de toevallige kracht van een van deze drie spelers, zoals in Groningen is gebleken. Het systeem is niet bestand tegen conflicten.”

Peper ziet een duidelijk verschil tussen Groningen en Rotterdam. “De politie in de regio Rotterdam-Rijnmond deed destijds gewoon zijn werk. Op straat heeft niemand wat van de zaak-Brinkman gemerkt. Het wordt ernstiger als de politie er niet is, zoals onlangs bij dat bedroevende incident in Groningen. Over de oorzaken zullen wel weer vele diepe inzichten worden geopenbaard, maar ik doe daar niet aan mee. Laat men eerst eens goed onderzoeken hoe de 'driehoek' in Groningen heeft gefunctioneerd. Het is best mogelijk dat ministers en parlement daardoor een beter inzicht krijgen in de praktijk van de toepassing van de Politiewet. Eenvoudige, snelle oplossingen zijn er niet.”

Tot de laatste categorie behoren volgens Peper suggesties als die van hoofdcommissaris Nordholt om het beheer over de regiokorpsen deels over te dragen aan de commissarissen van de koningin en de minister van Binnenlandse zaken daarbij eveneens een grotere rol te geven. “Met meer centralisatie los je niks op”, zegt Peper. “De politie is in Nederland heel sterk geïntegreerd in de samenleving. Dat is uniek. Ook de politie beschouwt dat als een groot goed. Alles wat de politie losser maakt van de lokale gemeenschap betekent een absolute terugval. Centralisatie is de goedkoopste weg.”

Peper, een erkend deskundige op het gebied van binnenlands bestuur, voorspelt dat het politiebestel 'nog heel lang' in discussie zal blijven. Want de 'weeffouten' in de Politiewet zijn, anders dan het vergoelijkende Haagse jargon doet vermoeden, wel degelijk fundamenteel van aard. Zo is er volgens Peper sprake van een 'gemankeerde, want indirecte democratische controle' en een 'diffuse toedeling van verantwoordelijkheden'. Deze bezwaren tegen de Politiewet schreef hij - in zijn rol van voorzitter van het regionale college van de politieregio Rotterdam-Rijnmond - in een brief aan de Tweede-Kamercommissies voor Binnenlandse Zaken en Justitie. Als voorbeeld van gemankeerde democratische controle noemt hij het regionale college van burgemeesters: 'Dat kun je niet naar huis sturen.' Daarnaast vindt Peper de figuur van de hoofdofficier van justitie als 'medebeheerder' van het politiekorps naast de korpsbeheerder 'volstrekt overbodig'.

De Rotterdamse burgemeester stelt weinig vertrouwen in de voornemens van de ministers van politie (Binnenlandse Zaken en Justitie) om de Politiewet uit te breiden met - zoals het in bestuurstaal heet - 'afstemmings- en verantwoordingsoverleg'. Peper geeft een bijna cabarateske opsomming van de termen die - 'nu al' - in de Politiewet voorkomen: tussenkomst, toezien, na overleg, in overeenstemming, gehoord, op voorstel van, op voordracht van, overleggen, inlichtingen verschaffen, ter kennis brengen, vaststellen, instemmen, tot overeenstemming komen, zeggenschap, eindverantwoordelijk. “Daar komt dus nu afstemming (met de ministers van politie) en verantwoording (aan de hoofdofficier van justitie) bij.” Pepers conclusie, namens het regionale college van de burgemeesters van de 23 Rijnmondgemeenten: “Wij voorzien een stroperigheid in de besluitvorming en verdergaande verkruimeling en vergroezeling van verantwoordelijkheden.”