Borstvin van fossiele vis had vinger- en teenkootjes

De evolutionaire ontwikkeling van vingers en tenen is in een ander daglicht komen te staan door de vondst van een fossiele vis waarin de borstvin op een bijzondere manier was ontwikkeld (Nature, 8 januari). De vis dateert uit het Laat-Devoon (ca. 370 miljoen jaar geleden) en vertoont grote gelijkenis met het enig bekende exemplaar van de soort Sauripterus, dat in 1840 werd ontdekt maar dat veel minder goed bewaard is gebleven.

rstvin waarom het gaat, heeft een soort waaiervorm, en bevat 'vinger/teen-kootjes' die zowel in aantal als in vorm sterk lijken op die van de oudste tetrapoden, de viervoeters die het land in het geologisch verleden veroverden. De vondst is uit paleontologisch oogpunt interessant omdat hij niet alleen een rol kan gaan spelen bij de reeds lang gevoerde heftige discussie over de oorsprong van de kootjes, maar ook bij de discussie over de afstamming van de tetrapoden. De nauwste verwanten met de tertrapoden zijn, voor zover tot nu toe bekend, de osteolepiforme en de elpistolegalide sarcopterigiërs. Deze beschikten over vinnen met een eenvoudig vertakt systeem; Ze vertonen echter geen structuur die gemakkelijk kan worden vergeleken met die van vingers of tenen.

Op basis van de nieuwe vondst kan het niet langer als redelijk zeker worden beschouwd dat de kootjes in handen en voeten zich ontwikkelden bij tetrapoden om een stevigere steun op de bodem te krijgen.

De structuren die bij Sauripterus zijn aangetroffen, doen uiteraard niets af aan de ontwikkeling bij de tetrapoden, maar daarnaast is mogelijk een parallelle evolutionaire ontwikkeling opgetreden die tot een vergelijkbaar resultaat heeft geleid. Volgens de betrokken onderzoekers (van het Department of Vertebrate Biology van de Academy of Natural Sciences, en van het Department of Biology van de University of Pennsylvania; beide te Philadelphia) is het uit evolutionair oogpunt interessant dat de ontwikkeling van vinger/teen-kootjes bij tetrapoden op het land een direct zichtbaar doel dient: het helpen dragen van het gewicht en het bevorderen van het evenwicht. Een dergelijke rol kan echter niet worden toegeschreven aan de vergelijkbare structuur in de borstvin van een vis.