Beursjaar '88 goed voor 1.597.059 gulden winst; Fiscale angst leidde aandelenfanaat

Adjunct-directeur Fred H. van Philips Pensioenfonds vindt zichzelf een aandelenfanaat. De topbelegger handelde ook privé. “Het is toch op een bepaald moment leuk om een groot vermogen te hebben.” Pleegde hij beursfraude?

AMSTERDAM, 17 JAN. Was het nu Mis of Mes? Topbelegger Fred H. dacht altijd dat zijn goede vriend en zakenrelatie Adri S. het over 'de Mis' had, maar zijn ondervragers van de FIOD en het openbaar ministerie helpen hem uit de droom. Het is Mes, een afkorting van Meskalin, een gezamenlijke rekening in Zwitserland waarop S. vanaf 1980 in effecten handelde. Zij deelden de winst.

H. (1943) klom bij het Philips Pensioenfonds op van beleggingsanalist (in 1970) tot adjunct-directeur en hoofd beleggingen, in welke functie hij bijna 30 miljard gulden beheerde. Justitie verdenkt hem ervan dat hij informatie over voorgenomen beleggingen van het pensioenfonds doorspeelde aan S., die vervolgens op de Meskalin-rekening profijtelijk kon handelen. Frontrunning heet zulk verboden gedrag in het financiële jargon: een handelaar weet dat er een grote order aankomt die de koers van de aandelen opdrijft en koopt zelf alvast een pakketje effecten.

Fred H. krijgt tijdens een van de verhoren een lijstje voorgelegd met transacties uit 1988 op de Meskalin-rekening die een of twee dagen later zijn gevolgd door een grote aankoop in dezelfde aandelen van het Philips Pensioenfonds. Het gaat om aandelen Bols, Borsumij Wehry en ABN.

Frontrunning? “Ik zeg u dat dat onmogelijk is”, antwoordt H. “Ten eerste omdat ik dat als belegger misdadig vind. Ten tweede weet ik niet van tevoren wat een portfolio manager gaat doen. Achteraf wel, maar dat helpt niet,” zo blijkt uit de verslaglegging van zijn ondervraging.

De portfolio managers zijn de experts die voor het Philips Pensioenfonds de koopwaardige aandelen van individuele bedrijven selecteren en kopen. H. deed dat werk tot 1980 ook. Daarna ging hij de beleggingsstrategie doen: de verdeling van het vermogen over verschillende landen en beleggingscategorieën als aandelen, effecten met vaste rente en vastgoed. Dat is het cruciale werk, zo vertelt hij de rechercheurs. De verdeling van het vermogen is naar zijn zeggen goed voor 80 procent van het behaalde rendement.

Na de confrontatie over frontrunning begint H. aan een verklaring te schrijven die het pensioenfonds van Philips als persbericht zou moeten uitbrengen. Het zou mijn leven ruïneren als uw suggestie waar is, zegt hij tegen zijn ondervragers.

Justitie zoekt door naar nieuw bewijsmateriaal en confronteert H. met verklaringen van een oud-directeur van het fonds, van een voormalig portfolio manager en van de huidige directeur. De rode draad: in de praktijk van alledag zou H. informatie over ophanden zijnde grote transacties kunnen hebben gehad. Bijvoorbeeld uit de bespreking op maandagochtend, waar de marsroute voor de komende week werd uitgestippeld. “Maar er werden geen harde afspraken over fondsen gemaakt. Wel soms over hoeveelheden voor het hele land”, zo zegt H.

In 1970 of 1971 leerde H. de effectenhandelaar S. kennen. “S. praatte op een heel andere manier over de beurs. Hij is een natuurtalent. Ik redeneerde vanuit modellen, hij had meer fingerspitzengefühl.” H. heeft economie gestudeerd en publiceerde artikelen ('Geen vlijt zonder zege', was de titel van een daarvan). S. heeft MULO en heeft zich op de drukke beursvloer omhoog gewerkt. S. was altijd verdomd goed op de hoogte, erkent H..

De Philips-analist, die zichzelf een aandelenfanaat noemt, belegde zelf ook actief. De inkomsten daarop gaf hij niet op aan de fiscus, uit angst dat behaalde vermogenswinsten (op zichzelf belastingvrij) bij hem als belegger als (belastbare) inkomsten uit arbeid zouden worden aangemerkt. De rente die hij moest betalen op het geld dat hij bij de bank leende voor zijn beleggingen gebruikte hij niet als fiscale aftrekpost, zegt hij.

Toen S. hem een idee aan de hand deed voor een rekening in Zwitserland, hapte H. toe. Terwijl H. in Nederland geld van onder meer een familielid leent voor de aankoop van een eigen huis, groeit zijn zwart-geldkas in Zwitserland. Hij spaart het zwarte geld op kantoor in Eindhoven in zijn bureaula, waarna het naar Zürich gaat. “Het is toch op een bepaald moment leuk om een groot vermogen te hebben”, houdt hij zijn ondervragers voor. Dat hij de fiscus niets vertelt, scheelt hem jaarlijks 300.000 gulden, zegt hij zelf.

De Meskalin-rekening met S. groeide gestaag aan. H. beschouwt de periode 1980-1985 als hoogtijdagen. Hij schat de verhouding tussen winstgevende en verliesgevende transacties op zeven tegen drie. In 1988 was het nog beter, zo houden de rechercheurs hem voor. Eén verliesgevende transactie, die 14.000 gulden kostte, en verder alleen maar profijtelijke zaken, goed voor 1.597.059 gulden winst. Reactie? “1988 was natuurlijk een heel goed beursjaar.”

Waarom is hij zo succesvol geweest met zijn beleggingen, is een vraag die in verschillende vormen steeds weer terugkeert. Op de zwart-geldrekening in Zwitserland staat nu 9,8 miljoen gulden. Op zijn rekening bij Gestion, een effectenkantoor van S. in Amsterdam, staat 3,5 miljoen gulden, schat H.. Hij verklaart de winst uit de spectaculaire koersstijgingen op de beurs, de miraculeuze werking van ontvangen rente op ontvangen rente en uit het feit dat hij (en S.) hun beleggingen groter maakten door ook geld van de bank te lenen. Als de Philips-manager in Zwitserland op wintersport vakantie was, haalde hij doorgaans contant geld van de rekening, zo blijkt uit de verhoren. Vorig jaar 50.500 gulden, een jaar eerder 150.375 gulden. Waarvoor? “Ik wil hier principieel niet op antwoorden. Ik houd het voorlopig op privé uitgaven.”

De relatie met S. is de afgelopen dertig jaar zakelijk en privé steeds inniger geworden, zo blijkt uit de verslagen van de verhoren. “Een hele sterke band”, zegt H. “Ik verwacht niet dat hij met een transactie aankomt die verkeerd afloopt.” H. was getuige op het huwelijk van S.. Er waren tijden dat zij elkaar drie keer per dag spraken over de financiële markten. Kreeg hij cadeautjes? Wel eens een goede fles wijn, zegt H., of een rit met de privé chauffeur van S.. Anders niet.

De enige zakelijke band met S. die H. desgevraagd noemt is een aandelenpakket in het detailhandelsconcern KBB (Bijenkorf, HEMA). De aandelen van het pensioenfonds in de door Gestion beheerde beleggingsmaatschappij Bever, waarin ook S. een groot belang heeft, noemt H. niet.

Begin jaren negentig wordt Meskalin ontbonden. “Beurskanon” S. trekt zich terug uit de dagelijkse leiding van zijn kantoor, waarvan de Nationale Investeringsbank (voor 50,3 procent in handen van de overheid) inmiddels eigenaar is geworden. Voor H. is met het vertrek van S. uit de arena van de beurs de lol eraf, zo lijkt het.

Wanneer het Philips pensioenfonds eind 1993 regels invoert voor privé transacties van medewerkers om belangenstrijd met beleggingen van het fonds te voorkomen, meldt H. zijn rekening bij Gestion aan, die overigens op naam van zijn vrouw staat. De transacties houdt hij zelf bij in een blauw boek, dat hij thuis bewaart en dat door justitie in beslag is genomen. Hij noemt zichzelf de bedenker van de interne gedragscode van het pensioenfonds.

Zijn werkgever weet niets van de zwarte Zwitserse rekening of van zijn vertrouwensfunctie bij een stichting die de bedrijven van S. beheert, waaronder effectenkantoor Gestion. “Voor mijzelf is belangrijk dat ik het fonds niet benadeeld heb. Dat mijn persoonlijke activiteiten niet passen bij mijn functie is een gedachtengang die ik zeer wel kan volgen. Ik betreur dat ook in hoge mate.”