Bestedingspatronen van huishoudens

Het gemiddelde huishouden in Nederland beschikt over een besteedbaar inkomen van 46.300 gulden per jaar, waarvan het 95 procent niet spaart. Het grootste deel van de bestedingen (37 procent) gaat op aan de woning, 18 procent aan voeding, 16 procent aan ontwikkeling en ontspanning en 14 procent aan verkeer en vervoer. De rest van het geld gaat naar kleding en schoeisel, persoonlijke en geneeskundige verzorging, verzekeringen, contributies, collectes en donaties.

De woning is dus de grootste uitgavenpost van elk huishouden. Huurders en woningbezitters betalen gemiddeld aan huur, respectievelijk huurwaardeforfait, per jaar 9.077 gulden. Aan onderhoud besteden huurders jaarlijks 401 gulden. Mensen die beschikken over een eigen woning betalen gemiddeld 4.546 gulden aan bruto hypotheeklasten, 1.518 gulden aan groot onderhoud en 197 gulden aan onroerende-zaakbelasting, waterschapslasten en erfpacht.

Eenpersoonshuishoudens, waartoe een derde van de bevolking behoort, zijn in verhouding het meeste kwijt aan hun woning. Zij geven 26 procent van hun inkomen aan huur, en nog eens 16 procent aan onderhoud en inrichting. Tweepersoonshoudens, ook een derde van de bevolking, spenderen in verhouding iets meer geld aan meubilering en stoffering en huishoudelijke apparaten en gereedschap.