Zwaaimessen

Ik kan het mis hebben want ik heb ze niet allemaal gelezen, maar boeken over Papoea Nieuw Guinea kun je ruwweg in twee categorieën indelen. Er zijn talloze boeken over De Natuur en die staan vol overtreffende trappen: het meeste bos, de grootste vlinders, de actiefste vulkanen, het zuiverste water, de mooiste paradijsvogels et cetera.

Die boeken zijn meestal geschreven door van die natuurvorsers uit Oxford of de Verenigde Staten en na honderd bladzijden is het zonneklaar dat Papoea Nieuw Guinea qua natuur een rijkelijk gezegend land is. In deze categorie vallen ook de boeken over de bevolking. Er zijn de prachtigste boeken over de gewoontes en tradities van diverse stammen, en ze zijn vaak voorzien van kleurenfoto's van wild uitgedoste mensen die gaan vechten, dansen of zingen. Zowel de boeken over de natuur als de bevolking hebben een hoog salontafelgehalte.

De tweede categorie gaat niet over de wonderlijke schoonheid van dat land maar over het geweld en de onveiligheid. Dat soort boeken is dikwijls geschreven door mensen die er jaren in angst gewoond hebben en weer veilig terug in Canberra of Luton de pen ter hand nemen. De inbraken, aanrandingen, berovingen en details over moordaanslagen vliegen je op iedere bladzijde tegemoet en als je er woont ga je na het lezen van zo'n boek vaak een beetje gruwelijk dromen. Ik kan dat soort verhalen gelukkig niet bevestigen want wij hebben nooit echte problemen gehad, maar dat geldt niet voor alle mensen die we hier kennen.

Onze buurman komt uit Sri Lanka en werkt hier al vijftien jaar. Hij is civiel ingenieur en zijn vrouw en kinderen wonen in Sydney. Om de eenzaamheid op te lossen heeft hij een lokale vriendin of misschien wel meerdere; we houden het niet allemaal bij. Daarmee bedrijft hij soms luidruchtig de liefde of maakt hij flinke ruzie. Als we daarna de fluitketel horen, nemen we aan dat alles weer goed zit.

U zult wel denken: hoe weet hij dat allemaal. Dat komt omdat huizen hier geen ramen hebben en daardoor hoor je op windstille nachten wel eens het een en ander. In plaats van ramen hebben we gaas tegen de muggen en tralies tegen de inbrekers. Die houden we graag buiten de deur want van het een krijg je malaria en als je de ander 's nachts in je huis aantreft, loop je kans een hakmes op je hoofd te krijgen.

De beste bescherming tegen inbrekers zijn honden en daar hebben wij er twee van. Onze buurman had die ook, maar ze gingen vlak na elkaar dood en sindsdien wordt hij regelmatig lastig gevallen door inbrekers. Maar misschien ook wel door de familie van zijn vriendinnen die het misschien niet zo'n goed idee vinden dat een van hun clanleden met een getrouwde man samenwoont.

Een tijdje geleden, toen het op een avond hard regende, ging met oorverdovend lawaai zijn huisalarm af. Ik belde de beveiligingsdienst van de campus, vertelde van het alarm bij onze buurman, en las toen verder in de krant. Vijf minuten later kwam met gierende banden een busje onze oprit oprijden. Er sprongen een tiental mannen uit op blote voeten. Ze hadden hakmessen en begonnen in het wilde weg te rennen. We dachten even aan een overval en Ariane zei dat ik de deur maar dicht moest doen. Onze honden die anders altijd bereid zijn om iemand naar de keel te vliegen, gaven geen krimp.

De mannen met hakmessen bleken van de beveiligingsdienst te zijn en allengs werd hun duidelijk dat ze bij het verkeerde huis waren. Toen die verwarring verholpen was, viel uiteraard van de inbrekers geen spoor meer te bekennen. Onze buurman liep licht ontredderd en in zijn pyjama tussen al die zwaaimessen. Wij en de honden zijn toen maar gaan slapen want de lust tot krantlezen was enigszins vergaan. Het hield op met regenen, de krekels begonnen weer te zingen, en alles was rustig. Even later hoorden we de fluitketel.