Verliefd worden doe je in je eentje

Carol Shields: Larry's Party. Uit het Engels vertaald door Edith van Dijk. De Geus, 363 blz. ƒ 49,90. De Engelse editie is verschenen bij Viking.

Hoe is het om een man te zijn in 1997? Verwarrend, zegt Ian, een van de gasten op het etentje waar de Canadese schrijfster Carol Shields haar nieuwe roman Larry's Party naar noemde. Het is op eieren lopen tegenwoordig, zegt Ian. 'Ik durf een vrouw niet meer te vertellen dat ze er leuk uitziet. Dat ik de kleur van haar jurk mooi vind, of haar kapsel. Ze zouden me laten oppakken voor seksuele intimidatie.' Mannen hebben geen waardigheid meer, betoogt hij, ze worden afgeschilderd als botte sukkels. Mannen zijn de helft van de tijd uit evenwicht.

De vraag hoe het is om een man te zijn in '97 ligt ten grondslag aan Shields' achtste roman, de opvolger van het briljante The Stone Diaries, waarmee ze een Pulitzer Prize won en genomineerd werd voor de Booker. Het antwoord zoekt Carol Shields in het beschrijven van het leven van een gewone man, Larry Weller, die in een bloemenzaak werkt en later een succesvol doolhovenontwerper wordt.

Ze doet dat op een typerend grondige manier. De lezer leert Larry in al zijn facetten kennen: zijn gedrag, zijn gedachten, zijn ambities, zijn vreugdes, angsten en depressies, zijn lichaam - in hoofdstukken met veelzeggende titels als 'Larry's Love', 'Larry's Work', 'Larry's Friends', 'Larry's Living Tissues' (de deeltjes waaruit Larry's lichaam bestaat), zelfs 'Larry's Penis', een hoofdstuk dat Shields de kans geeft een lange en hilarische lijst synoniemen van het mannelijk geslachtsdeel op te noemen. 'Dick, dink, ding-dong-bell. The family jewels. Tender, tight. A boner. A jackhammer, a probe, a woodie.' Enzovoorts.

Even typerend als haar grondigheid is Shields behandeling van het thema: geen pretentieuze verhandelingen over De Man In Het Huidige Tijdsbeeld, maar het amusante, komische en roerende levensverhaal van een aardige, ietwat sullige man, gewoon en alledaags, maar op zijn eigen manier bijzonder. Larry.

Zoals de meeste mensen neemt Larry het leven zoals het komt - hij leert te leven met tegenslagen, is zo nu en dan aangenaam verrast door meevallers. Toeval regeert een groot deel van zijn bestaan: hij wordt bloemist omdat het Red River College per ongeluk een folder over Bloemsierkunst opstuurt in plaats van de gevraagde Kachelreparatiebrochure. Hij gaat op huwelijksreis naar Engeland, niet omdat hij of zijn bruid dat zo graag wilden, maar omdat zijn ouders hun de reis cadeau doen.

Het gaat bij Carol Shields niet over groots en meeslepend leven, maar over alledaagsheid, en daar schept ze veel plezier in - in het beschrijven van omgangsvormen, kleine eigenaardigheden, de details die meer invloed hebben op een mens dan grootse gebeurtenissen.

Zoals ook in haar vorige boeken, is Shields daarbij superieur in terloopse maar schitterend geformuleerde wijsheid. Hoe iemand, lopend over straat, verliefd kan worden zonder dat de ander erbij is: het gebeurt gewoon. 'You can fall in love all by yourself.' In een familiescène bij Larry's ouders staat het volgende: 'Larry luistert. Zo doet hij, net als ieder mens, kennis op - van zijdelingse opmerkingen over een citroenschuimtaart, onverwachte uitbarstingen van begrip of vreemde parallellen die opkringelen uit de radio, uit een film, een krantenpagina, een mop - en dan zegt zijn verblufte ik op de achtergrond: o, zit dat zo.'

Een nadeel van Shields' grondigheid is dat het tegen het eind een beetje vermoeiend wordt: een overdosis Larry. Na het onweerstaanbare begin en het dieper gravende midden, had er het een en ander uit gekund voor het mooie laatste hoofdstuk: Larry's etentje, de avond waarop 'die onbeantwoordbare vraag' op tafel belandt.

Mannen, tja. In al haar mildheid - weinig schrijvers zijn zo begaan met hun hoofdpersonen als zij - is Shields ontluisterend nuchter in haar conclusie. 'Mannen. Die merkwaardige beklede assemblages van botten, de beangstigende sterfelijkheid die constant aanwezig is, het warnet van succes en pech, de stomme keuzes, het zaad van de jongetjes die ze allemaal geweest waren - en die zaadjes schieten te pas en te onpas omhoog, ook als hun haar dunner wordt en hun spieren verslappen. Ze vechten om wat ruimte in de wereld, vragen om wat menselijke warmte. Ze brengen hem omhoog en laten hem spuiten. Waar houdt het op? Zou het ooit ophouden?'