Tafels door de ramen keilen; Jubilerend jeugdprogramma Het Klokhuis kan swingender

Deze week bestaat het informatieve kinderprogramma 'Het Klokhuis' tien jaar. De vijftienhonderd uitzendingen, vijf dagen per week, kregen veel lof. Gelukkig kan het altijd beter, vindt Jan Riem, een van de oprichters.

Vragen aan het Klokhuis, Uitg. Kosmos-Z&K Uitgevers, Utrecht-Antwerpen 1997 (in samenwerking met de NPS). De jubileumuitzendingen zijn te zien van 19 t/m 23/1, om 18.42 u. bij de NPS op Nederland 3.

De ouderraad vergadert. Een 'volkse heer', meneer Buppe, geeft af op het informatieve kinderprogramma van de NPS: Het Klokhuis. 'Waarom nemen ze nou niet eens iets waar je wat van opsteekt?,' roept hij. 'Bijvoorbeeld: hoe maken ze blokkies kaas?' De aanwezige 'deftige moeders' blazen van verontwaardiging. Maar meneer Buppe raast door: 'En hoe ze dat bijvoorbeeld doen met die vlaggetjes op die blokkies kaas. Kijk, daar hebben de kinderen tenminste wat aan, later.'

Jan Riem, een van de schrijvers van Het Klokhuis, waarvan deze week de vijftienhonderdste aflevering wordt uitgezonden, bedacht de sketch toen hij de eeuwige lof voor het programma van volwassenen even beu was. Maar kinderen vinden ook niet alles aan Het Klokhuis geweldig. Ze balen bijvoorbeeld van 'de witte meneer', Edwin Rutten die draaiend aan het orgelwiel nostalgische liederen ten beste geeft. Het kan allemaal wel wat swingender. Jan Riem: “Ook van mij mag er meer vuurwerk komen. Iemand die aan een tafeltje zit te praten, da's lekker goedkoop, maar daar zitten kinderen niet op te wachten. Wanneer wordt het tafeltje door het raam gekeild?”

Tien jaar bestaat het programma nu en het ging over de regen, de ramadan, elektriciteit, de polder, het maken van linosnedes en wat dies meer zij. Vanaf het prille begin gaven Aart Staartjes, Joost Prinsen en Wieteke van Dort het gestalte, samen met het Schrijverscollectief: Jan Riem, Willem Wilmink, Ries Moonen, Karel Eykman en Hans Dorrestein. De vormgeving van Het Klokhuis is degelijk gebleven, de cameravoering traditioneel. Jan Riem: “Het zou spannender kunnen, bijvoorbeeld door een meer thematische aanpak van de kunst-onderwerpen.” Een uitzending rond bijvoorbeeld één beeldhouwster van mystieke hoofden verveelt snel. Riem: “Daarnaast zie ik graag meer onderwerpen als rituelen rond de dood, verschillende religies. Ik vind dat uitdagender dan altijd maar weer de polder, de bliksem. Wij schrijvers tekenen in op een lijst met onderwerpen, maar ik wacht liever af wat mij wordt toebedeeld. Zo kreeg ik eens voor de vijfde keer 'planeten' .”

Toch zijn veel kinderen, evenals hun ouders, dol op het programma. Ze stuurden in de loop der jaren honderden enthousiaste brieven met vragen, variërend van 'hoe wordt een kwal geboren?' tot 'waar woont God?' De komende week wordt in speciale jubileumuitzendingen antwoord gegeven op een van de meest voorkomende vragen van kinderen: hoe wordt Het Klokhuis gemaakt? Kijkers konden bovendien vragen om herhaling van het meest interessante, vreselijke of grappige dat ze ooit in het programma zagen.

Staartjes

In 1988, bij de invoering van het derde net, vroeg de NOS Aart Staartjes een dagelijks kinderprogramma te verzinnen, om van te leren en om om te lachen. Eerder had werk voor de VARA hem samengebracht met Prinsen, Van Dort en het Schrijverscollectief. Samen schreven ze sketches en liedjes, uitgaande van solidariteit met kinderen. Humor, absurdisme en soms een nostalgische ondertoon waren kenmerkend voor hun succesvolle kinderprogramma's: De Stratemaker op Zee Show (1974) en J.J. de Bom, voorheen de Kindervriend (1979). Minder bekend werd het bejaardenprogramma uit de tussenliggende jaren, getiteld Dat ik dit nog mag meemaken.

Anders dan voor Het Klokhuis vormden emoties het vertrekpunt voor de eerdere kinderprogramma's. Als Het Klokhuis 'verhuizen' als thema heeft, wordt verteld hoe dat gaat, niet zozeer hoe het voelt. De Stratemaker op Zee Show en J.J. de Bom waren taboedoorbrekend, het ging over seks, masturbatie, poep en pies. Het nieuwe programma werd in de eerste plaats informatief.

Het Klokhuis wordt samengesteld uit vakkundig gemaakte, korte reportages en het nog altijd cabareteske drama. De uitleg die gegeven wordt is helder en vrij droog. Wel doet de presentator altijd even wat je zelf, zeker als kind, ook zou doen. Hij (of zij) klimt in een hoogwerker, stapt in een auto waarvan de vering juist getest wordt, doopt een vinger in de vloeibare chocoladestroom die op weg is om reep te worden.

“In de loop van de tijd is het programma meer een eenheid geworden”, vindt Piet Geelhoed (55), eindredacteur sinds 1989. “Het informatieve gedeelte en de sketches raakten steeds meer op elkaar afgestemd.” Het programma heeft twee redacties. Eerst worden de reportages gemaakt, die vervolgens worden verdeeld onder een team van rond de vijftien schrijvers voor het maken van de sketches.

Geelhoed noemt het programma met nadruk informatief, niet educatief. “We leggen niets helemaal uit. Op school krijgen kinderen genoeg stampwerk te doen. We vertellen waarom bladeren in de herfst bruin kleuren. Dan gaan we niet de hele biotoop van de boom behandelen, maar stappen over op de vraag hoe straaljagers door de geluidsbarrière breken.”

In het begin was het programma rommelig, maar wel verrassend. De allereerste aflevering van Het Klokhuis in 1988 was gewijd aan 'spanning'. Maar wat de auteurs opvatten als 'stress' bleek in de informatieve filmpjes te zijn uitgelegd als 'elektrische spanning'.

Kokosnoot

“Een strikte volgorde en verdeling was er natuurlijk nog niet,” zegt Jan Riem (55), die nog altijd een kwart van alle sketches maakt. “We wisten alleen dat er tweehonderd afleveringen moesten komen. Heerlijk was dat. Iemand riep zomaar 'kokosnoot!' - en dan bedachten we allemaal dingen rond kokosnoot.”

Riem kon naar believen vaste figuren bedenken. Boy Zonderman (Frank Groothof), een punkerachtige jongen, vond altijd van alles uit, Piet Roest (geïnspireerd op Midas Dekkers) betoogde te pas en te onpas dat de mens slimmer is dan de natuur. To en Ta (Aart Staartjes en Joost Prinsen) bestaan nog steeds. Deze venijnige oude dames bespreken het wereldnieuws en de laatste roddels.

Het programma is sneller gesneden dan vroeger en er wordt, voor de reportages, vaker op locatie gefilmd. De onderwerpskeuze is verruimd. Geelhoed: “We zijn nu bezig met een uitzending rond drugs, we hebben de dood gehad, vroeger gingen we dat uit de weg. Het brengt nieuwe dilemma's met zich mee. Moet je het over pillen hebben als je house behandelt?” Hij wil in eerste instantie een objectief programma maken, maar ontkomt soms niet aan een stellingname. “Als het over kernenergie gaat, ligt de nadruk op hoe dat werkt. Maar je kunt niet verbloemen dat men zich geen weg weet met het afval.”

Moralistisch vindt Piet Geelhoed het programma niet, ondanks liedjes als 'Kleurrijk Nederland' (1992) van Willem Wilmink, die overigens sinds kort niet meer voor Het Klokhuis schrijft. Daarin wordt bezongen hoe kaal en saai en vol van spruiten en kool het land zou zijn zonder allochtonen. Maar, betoogt Piet Geelhoed, de sketches en de liedjes houden de kijkers slechts een spiegel voor. Ze vergroten situaties uit het dagelijks leven uit. Hij wil kinderen kritisch maken, zodat ze 'niet zomaar anderen nalullen'.

“Als onze vunzige kok Alberdinck Tijm een stoofpot maakt van een missionaris versierd met tomaatjes, krijgen we twee reacties. Van volwassenen. Een katholieke meneer reageert verontwaardigd, namens het katholieke volksdeel. Een vader is woedend, namens zijn kinderen, om deze verkwisting van voedsel. Is dat nou een expliciete moraal? De een vindt het best als de kookpot klem zit van de missionarissen, als er maar geen tomaten worden gebruikt, de ander precies andersom. Wij bepalen niet welke mening klopt.”

Om het programma dynamischer te maken, laat Riem nu scènetjes op straat spelen in plaats van in de veilige, rustige studio. In een overhemd met ruches, op en top proleet, loopt Aart Staartjes te telefoneren, om kort de pas in te houden als hem wat wordt gevraagd. Ook Coby en Corrie (Wieteke van Dort en Loes Luca) op de markt geven graag commentaar. Riems humor en zelfspot blijkt uit hun antwoord op de vraag of ze Het Klokhuis kennen. 'Tuurlijk wel, me oma kijkt al honderd jaar.'