Residentie Orkest speelt snel en als in een trance

Concert: Residentie Orkest en Slagwerkgroep Den Haag o.l.v. Reinbert de Leeuw. Werken van Xenakis, Takemitsu, Scelsi en Messiaen. Gehoord: 14/1, Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Herhaling: 16/1 Anton Philipszaal Den Haag. Uitzending Radio 4, KRO, 19/3, 20.02 uur.

Olivier Messiaen studeerde aan het conservatorium in Parijs compositie bij Paul Dukan, naast piano en orgel. Minder vaak lees je dat hij ook nog als hoofdvak pauken en slagwerk volgde bij Joseph Baggers. Als dan ook iemand deze maand een plaats verdient op het slagwerkfestival The Big Bang, dan is het Messiaen.

Woensdag culmineerde het concert door het Residentie Orkest in Messiaens Chronochromie uit 1959/'60. Dit lenige en door en door complexe werk is te beschouwen als tegenhanger van de lome Turangalîla-symphonie (1946/'48). Boulez omschreef dit laatste werk als 'bordeelmuziek'. Maar wat je ook van de Chronochromie vindt: geparfumeerd klinkt deze muziek allerminst.

Messiaen had zich inmiddels vooral in ritmische zin ontwikkeld. Zo ontwierp hij 32 chromatische tijdsduren, met 2000 quintiljoen permutatiemogelijkheden. Ze allen uitvoeren zou een triljoen maal de geschiedenis van ons universum in beslag nemen.

Glockenspiel, xylofoon, marimba, klokken, gongs en cymbalen zijn vooral de kwinkelerende dragers van een ornithologische wildgroei. Verrassend is echter de achttienstemmige polyfonie van de strijkers, want in deze klankcategorie verwacht je onze gevederde vrienden niet zo gauw. Messiaen becommentarieerde: “Het is lente, vijf uur in de morgen, en dan barst het los.”

Nog afwijkender is het ontbreken van het sprookjesachtige elektronische instrument ondes martenot en de al even gebruikelijke pianosoli die hij voor Yvonne Loriod in vrijwel al zijn werk placht te componeren, want dit werd hem nadrukkelijk door opdrachtgever Heinrich Strobel verboden! Daardoor viel dit werk veel fanatieker uit dan al die andere.

Het Residentie Orkest speelde in hoog tempo als in trance, met staande ovaties als gevolg. En die ontbraken evenmin voor Toru Takemitsu's From me flows what you call Time voor slagwerkkwintet, groot symfonieorkest en kleurige linten met belletjes, die over het publiek moeten worden gespannen. In Vredenburg vond men een tussenoplossing naast het podium. Maar welk een tegenstelling met Messiaen. Bij Takemitsu is alles traag en vloeiend; kleverig als lijm, suizelend zacht en volstrekt immaterieel. Het werd alweer prachtig uitgevoerd.

“Zo lang als de mens leeft, wacht en verlangt hij naar schoonheid”, schreef Takemitsu eens. En zeker: als de solisten optreden, in voorgeschreven kleding als in de tv-serie Star Trek en met futuristische klankballen, oogt én klinkt dit fantastisch. Ook glazen schalen die resoneren op paukenvellen hebben dit effect. Maar je wilt op zijn minst een tegenstelling. Zo had ik me meer voorgesteld van de wat tam uitgevallen improvisatiesectie in het centrum.

De Slagwerkgroep Den Haag bracht gelukkig meer pit in korte bijdragen van Yannis Xenakis en Giacinto Scelsi. Toch had ik die liever ingeruild voor Scelsi's Hymnos voor groot orkest, die vrijdag in Den Haag als opening op het programma staat.