Rebecca West: Black Lamb and Grey Falcon, 1942

Rebecca West: Black Lamb and Grey Falcon, Canongate Press 1993, ƒ 45,60 (pbk)

Vanaf de achttiende eeuw hebben vele schrijvers uit de traditie van de Verlichting in het Oosten van Europa primitieve samenlevingen herkend. Doorgaans keken zij onwelwillend naar de gebieden die in de schaduw lagen van Rusland en Turkije. Black Lamb and Grey Falcon zet dat schema op zijn kop en is de meest indrukwekkende poging om als westerling met sympathie naar de Balkan te kijken. Rebecca West wil duidelijk maken dat deze volkeren een hoogwaardige cultuur bezitten, onder meer door de erfenis van Byzantium.

Ze draait de geijkte waardering bijna om. In het Westen ziet ze te vaak een bleke en weinig vitale cultuur, terwijl ze in de samenstellende delen van Joegoslavië krachtige en zinnelijke levensstijlen ontwaart, die zich tegen de verdrukking in hebben ontwikkeld. Dat taaie verzet op de Balkan zal de Britse schrijfster te meer hebben overtuigd omdat het contrast met de wankelmoedigheid in haar eigen omgeving zo groot was. Het boek is namelijk geschreven in de dagen van de appeasement tegenover Hitler.

Black Lamb and Grey Falcon van Rebecca West (1892-1983), dat het klassieke boek over de Balkan zou worden, is een aanstekelijke mengelmoes van esthetische oordelen, politieke beschouwingen, historische uitweidingen, onbevangen volkerenpsychologie en veel levenswijsheid. Het boek is doortrokken van een onthecht soort feminisme, dat de mannelijke tegenvoeter met mededogen en ironie beziet.

Het raamwerk van de vertelling is een minutieus verslag van de reis die ze in het voorjaar van 1937 samen met haar man door Joegoslavië maakte. Een scène in een restaurant kan welhaast vlekkeloos overgaan in een uitgesponnen verhaal over een van de vele koningsdrama's, om via de bespreking van een bouwstijl te eindigen in een gesprek met haar man op de hotelkamer. De eenheid van stijl is zo sterk dat deze verschillen in tijd en plaats moeiteloos worden overbrugd, twaalfhonderd dichtbedrukte bladzijden lang.

Natuurlijk heeft de oorlog in Bosnië de geschiedenis van de Balkan een nieuwe actualiteit gegeven, maar de intensiteit waarmee Rebecca West naar Joegoslavië kijkt wordt in onze dagen door geen enkele buitenstaander geevenaard. Dat wordt al in de proloog duidelijk. Terwijl ze in 1934 van een operatie ligt te herstellen hoort ze op de radio bij toeval het bericht dat de koning van Joegoslavië in Marseille is vermoord. Onmiddellijk gaan alle alarmbellen af: is dit de voorbode van een nieuwe oorlog in Europa?

Haar reactie heeft alles te maken met de herinnering aan 28 juni 1914, de dag waarop de Bosnische Serviër Gavrilo Princip de Oostenrijkse aartshertog Franz Ferdinand vermoordt, wat de directe aanleiding wordt tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De lotsgemeenschap van West-Europa en de Balkan is zo pertinent, dat ze veel gebeurtenissen interpreteert als een voorspel van het drama, dat ook haar leven ingrijpend raakte. Zo schrijft ze over een andere moord, die op prins Michaël van Servië in juni 1868: 'Weer was de Great War dichterbij gekomen en was een muur tussen ons en die catastrofe omgetrokken.'

Ze ziet in het idee van Joegoslavië, als vereniging van de Zuid-Slavische volkeren, de enige mogelijkheid tot onafhankelijkheid op de Balkan. Veel, zo niet alles, wat er is misgegaan in deze contreien verklaart ze uit de tussenkomst van de vreemde mogendheden. Een typerende zin: 'Het verkalkte organisme van Oostenrijk had Montenegro geïnfecteerd.' Ze schetst volkeren die een speelbal zijn in de handen van drie imperia: het Habsburgse, het Ottomaanse en het Russische. Alle drie hebben duidelijk niet haar sympathie, de Turken en de Oostenrijkers meer in het bijzonder niet.

Rebecca West beziet de geschiedenis vanuit het gezichtspunt van het slachtoffer, eigenlijk vooral vanuit het gezichtpunt van de Serviërs. Ze wordt in het boek begeleid door Constantine, waarachter de Servische dichter en functionaris Stanislav Vinaver schuil blijkt te gaan. Mede daardoor slaagt ze erin het Servische gevoel verraden te zijn door het Westen met aanmerkelijke overtuigingskracht te verwoorden. Na lezing van Black Lamb and Grey Falcon, krijgen de gekrenkte reacties uit Belgrado, ook in deze dagen, een nieuwe rechtvaardiging.

West rekent terecht af met de vaak lacherige commentaren op de Servische heiligverklaring van de verloren slag in Kosovo ruim zeshonderd jaar geleden. Wie zo ver in het verleden duikt, moet wel achterlijk zijn! Weinigen realiseren zich echter dat die slag voor de Serviërs vijfhonderd jaar vaak zeer wrede Turkse overheersing heeft ingeluid. Dat is wel wat anders dan vijf jaar Duitse bezetting, die ons ijkpunt vormt. West worstelt met de verleiding om de heroïek te romantiseren. En toch ziet ze heel goed de keerzijde: de trots die op elk moment moet worden belichaamd is ook een gevangenis.

De grijze valk in de titel verwijst naar een klassiek Servisch gedicht dat gaat over de slag bij Kosovo. Vlak voor de slag krijgt tsaar Lazar bezoek van een grijze valk (de belichaming van de profeet Elia), die hem de keuze voorlegt tussen een aards en een hemels koninkrijk. Lazar kiest voor eeuwige verlossing en gaat met zijn volk tenonder. Het zwarte lam in de titel verwijst naar een ander offer, namelijk de rituele slachting van een lam om de mensen van hun zonden te zuiveren.

Keer op keer benadrukt West de rol van de Kroaten en de Serviërs in het tegenhouden en terugdringen van de Turken. Het maakt duidelijk hoezeer Turkije door haar en vele tijdgenoten volkomen vanzelfsprekend wordt gezien als een bedreiging en niet als een onderdeel van de Europese beschaving. En altijd is er de actualiteit van het moment, de oorlog die analogieën oplevert: 'Nu lijdt heel Europa zoals de Slaven, onder vijanden die nog moeilijker zijn te verslaan dan de Turken.'

De schaduw van Hitler-Duitsland valt ook nog op een andere manier over het boek. De vrouw van hun begeleider Constantine is Duits. Haar aanwezigheid leidt tot een onbekommerde vloed aan haatdragende opmerkingen over en weer. Volgens deze Gerda verraden Rebecca West en haar man hun eigen cultuur door zich zo enthousiast met de Balkan bezig te houden. Bij een dans van zigeuners vraagt ze zich af waarom Servië de aanwezigheid van deze barbaren tolereert. Ondertussen is de typering van Gerda's teutoonse wrok ook niet bepaald onbevangen te noemen.

Haar sympathie voor Joegoslavië is groot en desondanks staat het boek vol met gebeurtenissen, opmerkingen en gedragingen die soms tussen de regels door duidelijk maken hoezeer deze veelvolkerenstaat een vat vol raciale tegenstellingen is en hoezeer de Servische overheersing de verbittering van de Kroaten, maar ook van de Montenegrijnen oproept. Ze beschrijft hoe haar Servische chauffeur Dragutin aan een Kroatische jongen vraagt: 'Wat vind je van ons Serviërs?'. De jongen antwoordt dat hij vroeger dacht dat ze vijanden waren, maar zegt beleefd 'nu niet meer'. Dragutin draait het oor van de jongen om en zegt: 'Ooit vermoorden we jullie allemaal.'

Die literaire hang naar scherpe contrasten heeft Rebecca West naar de Balkan gedreven, waar ze haar tragische mensbeeld bewaarheid ziet: 'Human beings are not reasonable, and do not to any decisive degree prefer the agreeable to the disagreeable. Only part of us is sane: only part of us loves pleasure and the longer day of happiness, wants to live to our nineties and die in peace in a house that we built, that shall shelter those who come after us. The other half of us is nearly mad. It prefers the disagreeable to the agreeable, loves pain and its darker night despair, and wants to die in a catastrophe that will set back life to its beginnings and leave nothing of our house save its blackened foundations'. De denkers van de Verlichting hebben slechts de halve waarheid in pacht en het kan dan ook geen verbazing wekken dat ze het oude continent zo simpel in tweeën deelden.