'Organen van homo's terecht geweigerd'

DEN HAAG, 16 JAN. Om het risico op verspreiding van het hiv te verkleinen, is het terecht dat organen en weefsel van homoseksuelen voor transplantatie worden geweigerd. Dit geldt ook voor het materiaal van spuitende drugsgebruikers. Het belang van de ontvanger staat voorop.

Dit antwoordt minister Borst (Volksgezondheid) vandaag op vragen uit de Tweede Kamer.

De minister steunt ook het College voor de bloedtransfusie dat geen bloed accepteert van homoseksuele mannen die seksueel actief zijn.

Homoseksualiteit wordt in het model-protocol voor orgaan- en weefseldonatie genoemd als risicofactor voor het hiv, dat kan leiden tot aids. Voor de transplantatie van weefsel mag geen materiaal van homoseksuelen worden gebruikt. Voor orgaantransplantatie geldt een iets minder strakke regel. Als de ontvanger in een levensbedreigende situatie verkeert waarbij langer wachten op een geschikt orgaan op korte termijn tot de dood leidt, mag met instemming van de ontvanger een monogaam levende homoseksuele man als donor optreden.

Deze regels sluiten aan bij internationaal geldende normen, aldus Borst. Zij noemt deze vormen van uitsluiting aanvaardbaar, omdat in alle gevallen het belang van de donor voorop moet staan en er geen enkel risico mag worden genomen dat deze met hiv wordt besmet.