'Nieuwe genocide in Grote Meren-gebied'

In het Gebied van de Grote Meren in Afrika dreigt een nieuwe genocide. Hutu-strijders uit Rwanda, Burundi en het oosten van Congo hebben de handen ineengeslagen en waarnemers vrezen het ergste.

NAIROBI, 16 JAN. Het bittere conflict tussen Hutu's en Tutsi's in het Gebied van de Grote Meren dreigt opnieuw te ontaarden in massale slachtingen onder burgers. Waarnemers vrezen voor een herhaling van de genocide zoals die in 1994 in Rwanda plaatshad.

De vertegenwoordiger van de Verenigde Naties in Kigali, Omar Bahket, zei gisteren dat de situatie in Rwanda op dit moment “uiterst onveilig” is en dat hij voor het ergste vreest. “Het meest zwartgallige scenario is dat de gebeurtenissen in 1994 kinderspel zullen blijken te zijn geweest” vergeleken met wat nu kan gebeuren in de regio.

De waarschuwingen voor een nieuw bloedbad komen na recente militaire acties van Hutu-strijders op verschillende fronten in het Gebied van de Grote Meren, waarmee het conflict tussen Hutu's en Tutsi's een nieuwe fase lijkt te zijn ingegaan. Hutu-strijders uit Rwanda, Burundi en het oosten van Congo (het vroegere Zaïre) hebben de handen ineengeslagen. De nieuwe regeringsstrijdkrachten van de Congolese president, Laurent Kabila, kunnen geen greep krijgen op het oosten van hun land. De Hutu-rebellen profiteren van deze chaos: ze verkrijgen wapens in Oost-Congo, sluiten er allianties met anti-Kabila milities en coördineren er hun militaire campagnes. Het woeste oosten van Congo was ook onder de verdreven president Mobutu een vrijwel oncontroleerbaar gebied en vermoedelijk zullen Kabila's onervaren soldaten daar op korte termijn weinig aan kunnen veranderen.

De aanvallen van de Hutu-strijders in Rwanda en Burundi richten zich bovenal op burgers en regeringsfunctionarissen. Vooral 's nachts voeren ze hun operaties uit, met geweren maar ook met hakbijlen, kapmessen en knuppels waarop spijkers zijn aangebracht. Hun doelwit blijken vooral Tutsi's. De strijdmethodes tonen veel gelijkenis met die ten tijde van de genocide in 1994 in Rwanda, waarbij tussen de 800.000 en één miljoen Tutsi's en Hutu's omkwamen.

De toeneming van de terreur door Hutu-extremisten is het meest spectaculair in Rwanda. Drie maanden geleden doodden ze honderd Congolese Tutsi-vluchtelingen in het grensgebied. Op hetzelfde kamp bij Mudende voerden ze vorige maand opnieuw een aanval uit en vermoordden er ten minste 270 Tutsi's. Een hoge Amerikaanse functionaris die met minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright in Rwanda op bezoek was toen de aanval plaatshad, sprak over “een herrijzenis van de genocide”.

Pagina 4: Rebellen werken samen

De Hutu-strijders concentreren hun acties in het noordwesten, traditioneel een bolwerk van het Hutu-radicalisme, maar slagen er ook in hun operaties uit te breiden naar het centrale gedeelte van het land rond de stad Giterama. Vrijwel dagelijks vinden nu confrontaties plaats tussen het Rwandese regeringsleger en rebellen. Vorige week doodden de rebellen negen nonnen. Zondag vielen duizenden opstandelingen een gevangenis aan en bevrijdden 68 verdachten van de genocide. Afgelopen maandag raakten ze bij het dorpje Kinigi slaags waarna regeringssoldaten 24 van hen doodden.

Volgens een legercommandant vechten 15.000 Hutu-rebellen in het noordwesten. Veel van de rebellen blijken eind 1996 uit Oost-Congo verdreven vluchtelingen. Overdag bewerken ze hun akkers, in de nacht nemen ze hun wapens op. Internationale mensenrechtenorganisaties beschuldigen de Rwandese regeringssoldaten ervan bij hun anti-guerrillacampagnes geen onderscheid te maken tussen burgers en strijders. Onschuldige burgers raken bekneld tussen de strijdende partijen. Mede daardoor kunnen de opstandelingen rekenen op sympathie van bewoners in het gebied en slaagt het regeringsleger er niet in de overwinning te behalen. Vice-president en minister van Defensie, Paul Kagame, verving de afgelopen weken enkele malen militairen in de legertop om efficiënter de opstand te kunnen bestrijden. Rwandese soldaten vechten ook nog steeds in het oosten van Congo, waar ze eind 1996 intervenieëerden aan de zijde van Kabila's troepen.

In buurland Burundi verslechterde de afgelopen weken de veiligheidssituatie dramatisch. De autoriteiten werden op oudejaarsnacht opgeschikt door een spectaculaire aanval vlak bij de hoofdstad Bujumbura, de grootste aanval sinds het uitbreken van de burgeroorlog. Hutu-rebellen vielen eerst een kazerne bij de luchthaven aan en doodden vervolgens enkele honderden burgers in het nabijgelegen gehucht Rukaramu. Ze zouden later de Burundese regeringssoldaten de schuld geven van deze slachtpartij. Volgens de autoriteiten in Bujumbura kregen de aanvallers steun uit Oost Congo en werden ze geleid door extremisten uit het voormalige Rwandese regeringsleger en de militie Interahamwe. Jean-Bosco Daradangwe, hoofd van de Burundese veiligheidsdiensten: “De rebellen in de drie landen werken samen. Hun strategie is de Tutsi's uit te roeien”. Op de actie bij de luchthaven volgden de afgelopen dagen talrijke kleinere aanvallen rond de hoofdstad.

De regimes van Rwanda en Burundi worden geleid door Tutsi-minderheden. Hutu's maken in beide landen ongeveer 85 procent van de bevolking uit, de Tutsi's 15 procent. Daar houden de vergelijkingen op. In Rwanda is sinds 1994 door de machthebbers geprobeerd de kloof tussen de Hutu's en de Tutsi's te helen, terwijl in Burundi de Tutsi minderheid zich juist achter hoge muren heeft ingegraven. Het Burundese leger is berucht om zijn ongedisciplineerde optreden en verantwoordelijk voor talrijke misdaden tegen de bevolking. De Hutu-extremisten van Rwanda worden wijdverspreid verafschuwd in Afrika wegens hun verantwoordelijkheid voor de genocide. De Hutu-strijders van Burundi daarentegen genieten enige legitimiteit en kunnen bijvoorbeeld op steun van Tanzania rekenen bij hun opstand tegen het minderheidsregime van de Tutsi elite. Leonard Nyangoma, leider van de Burundese verzetsbeweging, smeedde volgens militaire bronnen in de regio een verbond tussen zijn strijders met Hutu's uit Rwanda en in Oost-Congo, evenals met ex-regeringssoldaten van Mobutu. Naarmate de Hutu strijders uit de drie landen meer gaan samenwerken, dreigen hun verschillen te vervagen.

De ongerustheid in de regio over de kans op een nieuwe genocide is de afgelopen weken snel toegenomen. Een massale afrekening van de Hutu's tegen de Tutsi's lijkt steeds meer onvermijdelijk. “Het is belangrijk om de Rwandese bevolking te laten begrijpen dat plannen voor een nieuwe genocide niet kunnen werken”, waarschuwde Kagame's woordvoerder, Jean-Paul Kimonyo, deze week.

De Oegandese president Museveni, in het weekeinde op bezoek in Rwanda, sloot zich bij de mening van zijn gastheren aan dat verzoening alleen mogelijk kan zijn na het vestigen van gerechtigheid. Eerst dienen de schuldigen te worden berecht. “Veroordeelde leiders van de genocide moeten worden opgehangen”, aldus Museveni. “Hoe sneller, hoe beter”.