Nederlander in Singapore 'gek' van crisis

Hoewel de officiële woordvoerders laten weten dat de schade meevalt, leert een informele rondgang in Singapore dat het Nederlandse bedrijfsleven stevig lijdt onder de eco- nomische neergang in Azië.

SINGAPORE, 16 JAN. Hij is net terug uit Indonesië en vertrekt morgen alweer naar Zuid-Korea, om een paar dagen later door te vliegen naar Thailand. Sinds De Crisis als een epidemie door Azië trok, heeft hij amper rust gehad. “Ik probeer te redden wat er te redden valt in mijn business”, zegt de Nederlandse zakenman, directeur van een concern dat handelt in ruwe materialen voor de bouw.

Gek wordt hij af en toe van alle gevolgen die de economische malaise in het Verre Oosten teweegbrengt. En soms komt er ook een gevoel van woede in hem boven. Woede over de manier waarop dit allemaal heeft kunnen gebeuren. “Iedereen sprak jarenlang vol bewondering over het Aziatische wonder. Nou, het enige wonderlijke aan dat wonder is dat die Aziatische banken hier jarenlang zoveel geld hebben geleend aan bedrijven, vaak puur en alleen op basis van vriendjespolitiek en met een beetje onroerend goed als onderpand. Dan vraag ik me af: wie is er nu gek hier?”

Hij spoelt zijn opwinding weg met een grote slok bier. Ja, hij wil best praten over de gevolgen die de crisis voor zijn werk heeft, als het maar anoniem blijft. Op de achtergrond kraken de krekels en rinkelen glazen. De nieuwjaarsreceptie van de Association of Dutch Businessmen in Singapore heeft dit jaar ruim honderd Nederlandse zakenlieden getrokken. Onder de palmbomen in de tuin van de voorzitter toosten de heren (dresscode: shirt and tie) en een enkele dame op het nieuwe jaar. Een onzeker jaar voor de meesten, want hoewel veel bedrijven via hun officiële woordvoerders laten weten dat de schade wel meevalt (“We hebben ons keurig ingedekt tegen de valuta-dalingen” of “wij doen al onze zaken in dollars, dus we voelen er niets van”) leert een informele rondgang in Singapore, waar veel Westerse banken en bedrijven hun regionale hoofdkantoren voor de regio hebben neergezet, dat het Nederlandse bedrijfsleven stevig lijdt onder de economische neergang in Azië.

Het verhaal van de druk rondreizende directeur is in veel opzichten symbolisch voor de problemen waarmee veel Nederlandse bedrijven in Azië geconfronteerd worden sinds vorige zomer de devaluatie van de Thaise baht de Aziatische crisis inluidde. Een tropische klaagzucht: “Kijk, wij doen zaken in Amerikaanse dollars. Maar onze afnemers moeten door de enorme koersdalingen van de verschillende valuta hier nu twee of drie keer zoveel Indonesische roepiahs of Thaise bahts betalen als ze gewend waren. Bij veel klanten van mij is dat geld er nu even niet. Dus ik moet nu allerlei manieren verzinnen om mijn spullen toch te verkopen, anders doe ik helemaal geen zaken meer. De meest voor de hand liggende oplossing is om nieuwe betalingsafspraken te maken waardoor de afnemer niet meteen hoeft te betalen, maar daarvoor bijvoorbeeld negentig dagen de tijd krijgt. Wij nemen dan risico. Maar het is eigenlijk geen keuze meer. Je moet wel, want anders heb je niets meer.”

De misère in Azië kreeg in de eerste dagen van dit jaar een nieuwe, nog diepere dimensie toen bleek dat Indonesië minder fundamentele economische en politieke hervormingen doorvoert dan noodzakelijk wordt geacht voor herstel. Op de Aziatische beurzen kelderden de koersen opnieuw en ook de waarden van de meeste munteenheden in het Verre Oosten kregen een nieuwe tik.

Bedrijven in Indonesië, Thailand, Maleisië of de Filippijnen moeten nu dus nog meer roepia's, bahts, ringgits of peso's betalen voor een Amerikaanse dollar. “Op die manier wordt het voor mijn afnemers dus steeds lastiger om mijn rekening in dollars te betalen”, zegt de Nederlandse directeur.

Pagina 15: 'Ik kan naar mijn geld fluiten'

De Nederlandse directeur filosofeert zorgelijk over mogelijke volgende stappen. Zo kunnen steeds meer bedrijven in het Verre Oosten in betalingsproblemen raken door de almaar dalende lokale valuta. Als op een gegeven moment alle schulden in een land niet meer te betalen zijn, kan de regering een moratorium op de buitenlandse schuld uitroepen. “In praktijk betekent zo'n moratorium dat bedrijven zich kunnen beroepen op force majeure. De regering zal nog wel obligaties uitgeven op de buitenlandse schuld, maar ik kan naar mijn geld fluiten.”

Los van dit worst case-scenario worstelt de Nederlandse directeur met de afweging of hij moet leveren als hij nog steeds niet is betaald voor vorige leveranties. “Ik heb eigenlijk geen keuze”, zegt hij. “Als wij nu ophouden met het leveren van onze producten, dan houden de meeste projecten op en weet je zeker dat je je geld nooit meer zal krijgen. In veel gevallen gaat het bij ons om bouwprojecten van de overheid. De kans dat die worden afgemaakt is relatief groot. Zeker waar het bouwprojecten voor de laagstbetaalden betreft in landen als Indonesië en de Filippijnen, waar dit jaar verkiezingen voor de deur staan. Maar toch. Je risk exposure neemt steeds verder toe. In feite doen wij nu hetzelfde als al die banken die jarenlang geld hebben geleend aan hun vriendjes. Wij 'lenen' nu ook geld, puur op basis van vertrouwen. En dat is eigenlijk hartstikke link in deze markten. Daar slaap ik slecht van.”

De Nederlandse banken die in het Verre Oosten actief zijn kennen de problematiek van 'slechte' leningen waaraan veel Aziatische collega-banken ten onder dreigen te gaan. “Het is de kunst in deze crisistijd een lening te verstrekken met de juiste voorwaarden”, weet een Nederlandse bankier die zich kort daarvoor bij het gesprek heeft gevoegd. “In onze branche is dat op dit moment dé opportunity. Als je zoiets goed doet, strijk je ook een veel hogere marge op dan voorheen”, aldus de bankier. Ook hij wil best praten, mits anoniem.

Nederlandse banken behoren tot de weinige bedrijven waarvoor de crisis in Azië nog enig voordeel kan opleveren. De Aziatische banken lijden massaal onder de vele 'slechte' leningen, vaak verstrekt op basis van reference-banking: een vriendje introduceert een ander vriendje bij zijn bank die op basis van die vriendschap een lening krijgt, met als onderpand wat onroerend goed, voordat dat door de crisis sterk in waarde daalt. “De criteria waaronder Aziatische banken hier in de regio werken zijn veel minder streng dan de voorwaarden voor westerse banken”, vertelt de bankier. “Maar daardoor zitten al die Aziatische banken nu met slechte leningen, terwijl de meeste westerse banken alleen aan de beste tien bedrijven van een land leningen hebben uitstaan. Daar zit natuurlijk nog wel eens een rotte appel tussen, maar de schade is over het algemeen te overzien. Vaak is het met een tussentijdse verlenging van de betalingstermijn wel opgelost.”

Veel westerse banken kregen de afgelopen maanden klanten binnen die zijn weggelopen bij hun Aziatische bank. “Een westerse bank straalt in deze crisistijd blijkbaar meer vertrouwen uit dan een Aziatische bank. Ja, daarvan profiteren wij ook”, zegt de bankier. Toch voelen ook de westerse banken de gevolgen van de crisis. De grootste klappen vallen bij het onderdeel investment banking, de bedrijfstak waarin ook de Hongkongse zakenbank Peregrine, die eerder deze week failliet ging, zich specialiseerde. Alle banken die actief zijn in dit 'zakelijk bankieren', dat draait om de inkomsten uit de handel in schulden en aandelenkapitaal, zullen de komende weken hun afdelingen ernstig inkrimpen. De leegloop is al druk bezig, zegt de bankier.

Beiden zijn het over één ding grondig eens: deze crisis was hard nodig. “De doorzichtigheid van het bestel in deze regio was hopeloos. Er bestond nauwelijks toezicht op de bankwereld. En er bestaat geen duidelijke verbod voor banken die actief willen zijn in de vastgoedwereld. In Nederland zijn daar strenge regels voor. Hier niet. Dat blijkt nu de kern van alle problemen te zijn”, zegt de bankier.

“Het grote voordeel van deze crisis is dat de doorzichtigheid straks veel beter is. Er komt veel meer en veel eerlijker competitie. Als je hier in de toekomst nog een lening wil krijgen als bedrijf, dan moet je echt met je billen bloot en heb je niets meer aan invloedrijke vriendjes!”, vertelt de directeur. De bankier knikt en besluit: “Maar dan moeten we eerst zelf de crisis maar eens overleven.”