Made in India

De tentoonstelling 'Made in India' is te zien t/m 11 februari in de galeries Van Wijngaarden, Akinci, Art Affairs, Lumen Travo en Oele, Lijnbaansgracht 314-318 en de Foundation for Indian artists, Fokke Simonszstraat 10, Amsterdam. Wo. t/m za. 13-18u en eerste zo. v.d. maand 14-17u. Galerie Akinci is ook op dinsdag geopend.

“Een aanslag op al je zintuigen”, noemt kunstenares Judith Krebbekx de twee maanden die zij in het najaar van 1997 in India doorbracht. “Je wordt er gek van de chaos. Er zijn te veel kleuren, te veel geluiden en te veel geuren.” Samen met vier Nederlandse collega's en een Indiase kunstenaar werkte zij afgelopen september en oktober in het International Centre for Cultural Development in Trivandrum in de zuidelijke provincie Kerala.

Het idee om vijf Nederlandse kunstenaars twee maanden lang in India te laten werken was afkomstig van de Foundation for Indian Artists, gevestigd in het galeriecomplex aan de Lijnbaansgracht in Amsterdam. De foundation, in 1991 opgericht door de voormalig minister van Ontwikkelingssamenwerking en Nederlands ambassadrice in India Eegje Schoo, organiseerde al eerder uitwisselingsprojecten tussen Nederlandse en Indiase kunstenaars. Zo werkten Rob Birza, Bastiënne Kramer en Berend Strik in 1995 twee maanden samen in Anandgram met de Indiase kunstenaars Bhupen Khakhar, Mrinalini Mukherjee en N.N. Rimzon, waarna de resultaten onder de titel The other self in Bureau Amsterdam werden getoond. Ditmaal vroeg de Foundation for Indian Artists aan de vijf galeries in het Lijnbaansgrachtcomplex ieder een kunstenaar af te vaardigen. Aan de Indiase kunstenaar V.N. Aji, opgegroeid in de kustprovincie Kerala, werd gevraagd de Nederlanders wegwijs te maken in de Indiase cultuur.

Twee gehuurde huizen in de stad Trivandrum boden de kunstenaars onderdak en werkruimte. Veel van de werken die nu in de zes naast elkaar gelegen galeries te zien zijn, werden ter plekke gemaakt, andere ontstonden na terugkomst in Nederland. Juul Kraijer (Galerie Akinci) vertelt dat zij in India weinig aan tekenen toegekomen is. “Ik was zo van slag door alle nieuwe indrukken die ik opdeed, dat ik niet de rust vond om aan het werk te gaan. India bestaat uit intense contrasten. Het ene moment rijd je in een bus langs de meest prachtige landschappen, langs meren met lotusbloemen en schitterende bergen op de achtergrond, terwijl je enkele seconden later een dode hond op de weg ziet liggen met zijn darmen uit zijn lijf.”

De meeste van de fraaie houtskooltekeningen van Aziatische meisjes maakte Kraijer na terugkomst in Nederland. Een kleine sandelhouten vrouwenbuste, die een centrale plek inneemt op de tentoonstelling in Akinci, is echter in India vervaardigd. Kraijer legde contact met G. Raveendram, een begaafd houtsnijder in dienst van een tempel, en vroeg hem haar kleimodel van een vrouwenhoofd in hout uit te snijden. Het hoofd is een combinatie van een Aziatische en een Europese vrouw, met Indiase toevoegingen van de houtsnijder. Het haar krult in spiralen als bij een boeddhabeeld, maar heeft wel twee on-Indiase knotjes achter de oren. Kraijer was zo door het resultaat verrast, dat ze dit jaar naar India teruggaat om opnieuw met Raveendram samen te werken.

Judith Krebbekx (Galerie Van Wijngaarden) was net als Kraijer geschokt door de opmerkelijke contrasten van het land. “Naast elk mooi landschap staat wel weer een vuilnisbelt. Er komen veel indrukken tegelijkertijd op je af. Je ruikt geuren van fruit, rottend fruit, van wierook, maar ook van vuilnis. Rondom het huis waar we woonden was het altijd luidruchtig. Ons buurjongetje draaide voortdurend Indiase filmmuziek op een hoog volume. Die klanken vermengden zich met de muziek uit de nabij gelegen tempel. En dan waren er de geluiden van de straat: de toeterende auto's, schreeuwende mensen, jankende katten, zingende spoorwegwerkers en natuurlijk de kraaien. Die worden in India vereerd omdat ze als voorouders gezien worden. Ze zaten echt overal.”

In de verduisterde galerieruimte heeft Krebbekx geprobeerd de chaos van geluiden en beelden rond het huis opnieuw op te roepen. Uit drie cassetterecorders schallen de muziek van het buurjongetje, de geluiden van de straat en de klanken uit de tempel door elkaar heen. Drie verschillende diaprojectoren overdonderen de kijker met beelden. Krebbekx maakte foto's van de vele muurschilderingen die brillen, typemachines, wc-potten, ventilatoren en scooters aanprijzen. Ook flitsen in snel tempo de schilderijen langs die de kunstenares in India maakte. Het zijn geabstraheerde beelden van vormen die ze aantrof: de gammele bussen, een shampooverpakking, maar ook een gestileerd portret van Moeder Theresa, die overleed in de periode dat de Nederlanders in India verbleven. Krebbekx: “Normaal werk ik op groot formaat doek en doe ik ongeveer een maand over een schilderij. Maar in India dienden zich zoveel onderwerpen aan dat ik niet meer wist wat ik moest schilderen. Dus besloot ik maar alles te schilderen.”

Ook Ulay (Art Affairs) had aan het begin van zijn verblijf in India moeite aan de slag te gaan. “Ik werd zo lui van de hitte dat ik de eerste week helemaal nergens aan toe kwam. Vervolgens kwam ik op het idee om mij rond te laten rijden op een olifant en zo de omgeving te verkennen. In India bestaan heilige tempelolifanten, die van jongs af aan in de tempel opgroeien, verschillende initiaties ondergaan en worden ingezet bij processie-optochten. Dit zijn vaak speciale olifanten, die om hun bijzondere roze pigmentvlekken op de huid worden vereerd.” Om op Ganesh, de lokale tempelolifant te mogen rijden, moest Ulay eerst een ritueel ondergaan. Getooid met een olifantenmasker en een gordel van olifantenhaar, en begeleid door trommelmuziek werd de kunstenaar ingewijd.

Tijdens de ruim zes uur durende rit door de stad, over de markt en langs het vliegveld, maakte Ulay vanaf de olifantenrug foto's van de verbaasde Indiase toeschouwers langs de weg. Iedereen herkende de 51-jarige Ganesh aan zijn typische roze voorhoofd en het gekleurde kleed op zijn rug. Dat een westerling, nog wel uitgerust met twee camera's, dit heilige dier mocht berijden was voor vele omstanders een rare gewaarwording. Voor Ulay was de rit een beproeving. De touwen waarmee hij aan het beest vastgebonden zat, begonnen al snel in zijn blote voeten te schuren en wanneer het dier het te warm kreeg, spoot hij met zijn slurf enkele liters stinkend speeksel over de kunstenaar heen.

De zwartwitfoto's die in Art Affairs te zien zijn, geven een haast filmische voorstelling van de rit. Op één serie is steeds de vrijwel beeldvullende bovenkant van de kop van de olifant te zien, met zijn harige, gerimpelde schedel en gespikkelde oren. Daaromheen is de steeds veranderende omgeving afgebeeld. We zien een fietser met een grote boog om het beest heen rijden, bang voor een plotselinge uithaal van de kolossale poten. Een groep meisjes kijkt verschrikt achterom en zet het op een rennen wanneer ze het gesnuif achter zich horen en een kind bij een waterpomp laat zijn kruik even ongemoeid wanneer de olifant voorbijkomt. Anderen kijken omhoog, lachen en zwaaien vriendelijk naar de vreemdeling op het heilige dier.

Ook de Amsterdamse galeries Lumen Travo (Remy Jungerman) en Oele (Annemarie Spijker en V.N. Aji) tonen werk van kunstenaars die in India werkten.