'Kans op assemblage Fighter gering'

DEN HAAG, 16 JAN. De kans dat de Amerikaanse straaljager Joint Strike Fighter (JSF), de beoogde opvolger van de F16, in Nederland wordt geassembleerd, is niet groot. Dit heeft minister Wijers (Economische Zaken) gisteren gezegd in een overleg met de Tweede Kamer.

“Er worden ongeveer 3.000 JSF-toestellen gebouwd. Het is niet aantrekkelijk om voor de enkele honderden toestellen die Nederland zal afnemen, aparte productielijnen te bouwen”, zei Wijers tegen de vaste Kamercommissie Economische Zaken. De minister sprak met de commissie over de toekomst van de luchtvaartsector en het industriebeleid na de ondergang van vliegtuigbouwer Fokker.

Dit jaar beslist de Kamer over de eisen waaraan de JSF-straaljager zal moeten voldoen. De JSF neemt volgende eeuw de plaats in van de F16, het belangrijkste gevechtsvliegtuig van Nederland. De F16 wordt in Nederland geassembleerd, als een soort compensatie voor de aanschaf van de toestellen. “De optie van assemblage is niet bij voorbaat van tafel, maar het is vooral de levering van hoogwaardige componenten die grote mogelijkheden biedt”, denkt Wijers.

De productie van hoogwaardige componenten, en niet meer de assemblage van toestellen, is het uitganspunt dat Wijers hanteert voor de gehele vliegtuigbouw. Daarin is een centrale rol toebedeeld aan 'trekker' Stork, dat indertijd Fokker Aviation uit de boedel heeft gekocht. “Een industrieel consortium kan intekenen op pakketten voor de levering van bijvoorbeeld lichtgewichtconstructies, iets waar Nederland heel goed in is”, lichtte Wijers toe. De Nederlandse industrie moet in zijn ogen als leverancier proberen aan te haken bij het Europese Airbus-consortium, dat de 'super-Jumbo' A.3XX wil bouwen, en bij de Amerikaanse bouwers van de JSF.

De Nederlandse overheid zal niet deelnemen in het aandelenkapitaal van Airbus. Wel heeft Wijers 35 miljoen gulden extra uitgetrokken voor onder meer onderzoek en onwikkeling om de instap van de luchtvaartcluster te vergemakkelijken. “Het was ook belangrijk om voor de jaarwisseling een signaal af te geven aan de Airbus-partners dat de Nederlandse overheid betrokken is”, zei Wijers.

Wijers kreeg gisteren in de Kamer ruime steun voor zijn industriebeleid, al bleef het Kamerlid Mateman (CDA) aandringen op mogelijke assemblage in Nederland. “Het gaat om het redden van de luchtvaartcluster na de déconfiture van Fokker en om de vraag hoe een vorm van zelfscheppende industrie overeind kan worden gehouden. Ik ben gelukkig met deze benadering”, zei Mateman, indertijd Wijers' grootste criticus inzake Fokker.

De afstand die de overheid in het algemeen wil bewaren tot het bedrijfsleven viel ook goed in de Kamer. Wijers wil “in beginsel” geen staatssteun voor ondernemingen die in moeilijkheden verkeren en dat is de Kamer geheel met hem eens. Tussen de fracties bleken wel wel wat accentverschillen te bestaan. “Ik zou dat 'in beginsel' willen schrappen, want overheidssteun mag alleen in zeer uitzonderlijke situaties worden verstrekt”, zei Voûte (VVD).

Haar collega Van Gelder (PvdA) was ook tevreden dat “de eisen zijn aangescherpt” door Wijers: “Het is niet zozeer uit ideologie dat we kritisch zijn over staatssteun, maar veel meer vanwege de effectiviteitsvraag: levert het wel wat. Dat zal scherp getoetst moeten worden.”

De opmerking van Van Gelder sloeg ook op de staatssteun die in de Europese Unie verstrekt wordt aan bedrijven en die de laatste tijd flink is gegroeid. De Kamer toonde zich daarover met de minister bezorgd.