Interpretatie van kruisdood Jezus wekt beroering

Volgens de gereformeerde hoogleraar Den Heyer blijkt uit het nieuwe testament niet dat Jezus van Nazareth de mensheid door zijn kruisdood heeft verlost van zonden. De commotie onder gelovigen is groot.

ROTTERDAM, 16 JAN. “Verbijsterd.” Dat was dominee A. Rienstra uit Scheveningen toen hij vorig jaar het boek 'Verzoening' las, dat nu al maanden verwarring zaait onder gereformeerden. “Het was nog veel erger dan ik uit de verhalen had opgemaakt. Toen ik het boek uit had, dacht ik: als ik dat zou geloven, zou ik geen predikant meer kunnen zijn.”

'Verzoening' is geschreven door prof. dr. C.J. den Heyer, hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen, die is verbonden met de Gereformeerde Kerken in Nederland. In het boek stelt Den Heyer, ruw samengevat, dat het eenieder vrij staat om te geloven in de klassieke verzoeningsleer van de kerken, maar dat het Nieuwe Testament waarin wordt verhaald van het leven en sterven van Jezus Christus, voor die verzoeningsleer geen bewijzen levert.

De verzoeningsleer is een centraal thema in het christelijk geloof. Jezus Christus is volgens deze leer gestorven aan het kruis op de berg Golgotha om de zondige mens te verzoenen met God. God stuurde zijn Zoon naar de aarde om de mensheid te verlossen van de erfzonde. Dankzij Jezus' kruisdood kan de zondige mens rekenen op genade.

Dit alles neemt Den Heyer met een korreltje zout. Bij nauwkeurige lezing van het Nieuwe Testament kan Jezus Christus niet zomaar worden beschouwd als de Zoon van God, het lam Gods dat de zonden van de mensen heeft weggenomen. Deze karakteriseringen door de evangelisten moeten als metaforen worden opgevat. De evangelieschrijvers wilden daarmee aangeven hoezeer zij onder de indruk van Jezus waren. Bovendien deden zij vele decennia na de Jezus' kruisdood verslag en, zo stelt Den Heyer, zij waren ieder op eigen wijze getekend door hun persoonlijke en sociale omstandigheden.

Het boek sloeg bij de publicatie, in februari vorig jaar, in als een bom. Ruim negentig predikanten eisten “passende maatregelen” tegen Den Heyer, dat wil zeggen indringende gesprekken met de schrijver die wellicht zouden moeten leiden tot ontslag als leraar van aanstaande predikanten aan de universiteit.

Zo ver kwam het niet. Een commissie van het college van curatoren van de universiteit stelde dat Den Heyer in zijn boek weliswaar “niet zorgvuldig genoeg” te werk is gegaan, maar dat het verder “volstrekt legitiem” is dat Den Heyer als exegeet wetenschappelijk onderzoek doet naar het leven en sterven van Jezus Christus. Op een synode eind november vorig jaar namen de afgevaardigden van de gereformeerde kerken de conclusie van het onderzoeksrapport over.

Dit tot verdriet van een groot aantal predikanten binnen het zogenoemde Confessioneel Gereformeerd Beraad, die zich met het boek geen raad weten en die zich bovendien gebruskeerd voelen door het applaus dat Den Heyer aan het einde van die synodevergadering ten deel viel.

Het beraad zal het synodebesluit binnenkort opnieuw aanvechten. De predikanten in het beraad vinden het vooral verkeerd dat de synode met geen woord heeft gerept over een vergelijkbare zaak in 1976, toen studentenpredikant H. Wiersinga, die soortgelijke opvattingen verkondigde, wel tot de orde werd geroepen.

Den Heyer moet al maanden op allerlei avonden uitleggen wat hij met zijn boek heeft bedoeld. Daarbij moet vooral zijn ontboezeming het ontgelden dat de oude, vertrouwde geloofswaarheden hem niet meer kunnen ontroeren en inspireren. Den Heijer: “Het belijden van de kerk zegt dat zijn dood verzoening bewerkstelligt. Maar hoe moet ik mij dat voorstellen? Hoe kan de dood van iemand in een ver verleden voor mij, die vele eeuwen later leeft, heil en redding betekenen? Die gedachte inspireert velen vandaag de dag in het geheel niet meer, maar roept eerder weerstanden op. Ben ik dan niet verantwoordelijk voor de gevolgen van mijn eigen woorden en daden?”

De tegenstanders van Den Heyer kunnen diens opvattingen niet verenigen met hun geloof. “Den Heyer heeft het hart uit het evangelie weggesneden”, stelt algemeen-secretaris J. van der Graaf van de Gereformeerde Bond, een behoudende groep binnen de Nederlandse Hervormde kerk.

Dominee Rienstra uit Scheveningen, secretaris van het Confessioneel Gereformeerd Beraad: “De Heere Jezus heeft voor de mens geleden en de verzoening tot stand gebracht. Hij is de Middelaar, de tussenmuur heeft Hij weggebroken. Daar blijft in dit boek niets van over. Jezus is voor Den Heyer alleen maar iemand die het waard is na te volgen.”

Den Heyer zelf had enige onrust over het boek wel verwacht, omdat het thema omstreden is. “Maar ik heb het niet geschreven om een storm te ontketenen. Het is geen ongelovig boekje geworden.”

De hoogleraar krijgt uiteenlopende reacties. Enerzijds van mensen die vinden dat het meest wezenlijke van het geloof hun wordt ontnomen en anderzijds van mensen die zich bevrijd voelen van dogmatiek. Den Heyer zelf heeft vooral bedoeld te laten zien hoe “veelkleurig” en “genuanceerd” de bijbel is. “Ik vind dat ik de taak heb teksten uit te leggen, niet om die teksten met dogma's in overeenstemming te brengen.”

Het boek is een commercieel succes. Het beleeft nu een vijfde druk en er zijn tienduizend exemplaren van verkocht, relatief veel voor een theologisch werk. Een Duitse en een Engelse vertaling staan op stapel.