Instroom van vluchtelingen is druppelsgewijs en onopvallend; Griekenland zit met Koerden

Griekenland is uitermate tevreden over het rumoer rond de Koerdische vluchtelingen in West-Europa. Het land kampt met een veel grotere toestroom van Koerden dan Italië. Dat was in het Westen nog niet opgevallen.

ATHENE, 16 JAN. De Grieken zijn een beetje verbaasd over de consternatie die in West-Europa is ontstaan na de illegale landing van enkele contingenten Koerden in Italië. Hun aantal in Italië zou daardoor zijn opgelopen tot 2.624. Dat valt in het niet bij de naar schatting 31.000 Koerdische vluchtelingen die volgens de krant Kathimeriní in Griekenland leven, terwijl er de laatste drie jaar nog eens 20.000 Griekenland aandeden op weg naar West-Europa.

Dit heeft in het Westen betrekkelijk weinig stof doen opwaaien. De trek rechtstreeks naar Italië, in spookschepen die honderden passagiers bevatten, was spectaculairder dan de talloos vele aankomsten van kleinere groepen vluchtelingen in ten minste even wrakke maar minieme bootjes, die meestal bij Griekse eilanden werden gedropt door de Turkse mensenhandelaren en daarna in kleine groepjes naar het Westen doortrokken. Dezelfde situatie doet zich voor bij de Albanezen: de exodus per boot naar Italië trekt alle aandacht, maar in Griekenland wonen ook 250.000 tot 400.000 Albanese illegalen.

Volgens Kathimeriní, die het aantal Koerden iets hoger inschat dan de regering, zijn de meeste vluchtelingen die in Griekenland vertoeven, afkomstig uit Irak: 19.000. Van hen hebben slechts 5.000 politiek asiel aangevraagd. Uit Syrië en Iran kwamen 9.000; politiek asiel vroegen slechts 440. Het aantal Turkse Koerden is 3.000, van wie er 802 asiel willen. Het geringe aantal asielvragers is deels een gevolg van het feit dat Griekenland nog niet tot de Schengenlanden behoort, hetgeen leidt tot onzekerheid of ze hier ooit weer weg kunnen. Ook is Griekenland alles behalve scheutig met asielverstrekkingen in het algemeen: slechts 10 procent van de aanvragen wordt ingewilligd.

De Grieken dateren hun eerste contact met de Koerden in de vierde eeuw voor Christus, toen de Atheense schrijver-generaal Xenophon in Centraal-Azië op het volk der Karchouzen stuitte. Als vijanden van de Turken genieten Koerden in Griekenland een zekere populariteit. De manier waarop ze zijn ondergebracht laat echter te wensen over. Er is een modelkamp, niet ver van Athene, maar dit wordt georganiseerd door de Franse organisatie Médecins du Monde. Daar vlak naast, bij Pendéli, leven enkele honderden onder uiterst droevige omstandigheden.

Nog erger was de situatie maandenlang bij de haven en het spoorwegemplacement van Patras, waar vierhonderd personen kampeerden in ongebruikte spoorwegwagons. Ze zagen dag en nacht de boten naar Italië vertrekken; sommigen probeerden daar ook tersluiks op te komen. Er brak schurft uit. Onder pressie van de lokale bevolking werden de families - die gedeeltelijk door de kerk waren geholpen - vorige maand overgeplaatst naar een fraai zomerkamp van de Landbouwbank bij Perachóra, westelijk van Korinthe. Niet alleen protesteerde de plaatselijke burgemeester tegen hun onverwachte komst, waarin hij niet was gekend, ook de Koerden zelf voelden zich ongelukkig in dit oord dat landinwaarts ligt, waardoor de vluchtweg via de zee afgesloten was. Gemeld wordt dat de eersten al weer te voet zijn vertrokken, terug naar het emplacement.

Gevluchte Koerden worden in principe door Griekenland niet teruggestuurd. Begin dit jaar echter heeft Amnesty International verzet aangetekend tegen het feit dat 28 Koerden, die bij de grensrivier Evros het land waren binnengekomen, op 29 december hadden gemeld dat ze weer terug waren in Istanbul. De, in de beschuldiging met name genoemde, plaatselijke Griekse autoriteiten ontkennen met kracht de aantijgingen dat zij daarbij een rol hebben gespeeld.

Intussen betoont de Griekse pers tevredenheid over het feit dat het Koerdische probleem eindelijk een Europees probleem is geworden. De onderminister van Buitenlandse Zaken, Kranidiótis, pleit voor het houden van een Europese conferentie over alle aspecten van het probleem, inclusief de situaties in Turkije en Irak. Grieken kunnen hun leedvermaak nauwelijks onderdrukken over het perspectief dat Turkije, na de topconferentie in Luxemburg midden december, nog verder dreigt te worden 'geïsoleerd', maar veel commentatoren dringen er op aan, juist onder deze omstandigheden omzichtigheid aan de dag te leggen.

Aan die raad heeft de schilderachtige minister van Buitenlandse Zaken Pángalos zich weer eens niet gestoord. Hij trok parallellen met de genocide van de jaren dertig, “waarbij Europa als geheel ook onverschillig bleef”. Hierop reageerde een woordvoerder van het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken op zijn beurt weer als een kip zonder kop. Hij refereerde niet alleen aan het feit dat een grootvader van Pángalos in de jaren twintig dictator was geweest, maar beweerde ook dat Griekenland geen recht van spreken had “omdat het in de jaren veertig tienduizenden joden aan de Duitsers had overgeleverd”.

De voorzitter van de Joodse Raad in Griekenland, Andreas Sechivas, die zich nogal eens kritisch moet opstellen tegenover geluiden uit Griekenland zelf, kon deze boutade niet over zijn kant laten. Hij herinnerde eraan dat de joden in het bezette Griekenland naar vermogen zijn geholpen door particulieren, autoriteiten en de kerk.