'In mijn ogen is Karpov geen wereldkampioen'

Gesprek met Viswanathan Anand Een week nadat hij op dramatische wijze de tweekamp om de wereldtitel verloor, verscheen Viswanathan Anand gisteren in Wijk aan Zee voor een nieuw schaaktoernooi. “Kom op, dat is verleden tijd.”

WIJK AAN ZEE, 16 JAN. Een opbeurend woord van de een, een bemoedigend schouderklopje van de ander, iedereen leek bij de opening van het zestigste Hoogovens Schaaktoernooi mee te leven met Viswanathan Anand. Wat was het toch jammer en ook zo onrechtvaardig. Drie lange weken had de populaire Indiase grootmeester zich in Groningen bij het knock-out WK afgebeuld om vervolgens in Lausanne door een fitte Karpov met veel moeite in de finale verslagen te worden.

Anand luisterde vriendelijk en geduldig naar alle goedbedoelde woorden, maar na de zoveelste trooster moest het hem toch iets van het hart. “Het begint me steeds meer te storen. Ik heb de hele tijd de neiging om te roepen, kom op, dat is verleden tijd, vijf dagen geleden. Hou erover op.” Natuurlijk had hij zich na het verlies van de twee beslissingsvluggertjes beroerd gevoeld, maar dat was niets bijzonders. “Ik voel me ook beroerd als ik thuis een vluggertje van de computer verlies.”

Ter verduidelijking begint Anand enthousiast te vertellen dat hij Lausanne juist verliet met enorm positieve herinneringen. Nog steeds smelt hij als hij terugdenkt aan de staande ovaties die hij kreeg bij het betreden en verlaten van de speelzaal. “Zoiets maak je zelden of nooit mee. Ik voelde me daar heel bijzonder.”

Zonder dat ernaar gevraagd wordt, noemt hij meteen nog een factor die het relativeren vergemakkelijkt. “Ik had ook helemaal niet het gevoel dat ik in een wereldkampioenschap speelde. Kasparov deed niet mee, Kramnik ook niet omdat ze Karpov meteen in de finale hadden geplaatst. En van de spelers die meededen hadden er heel wat hun bedenkingen over het systeem.”

Zijn voornaamste reden om mee te doen, en die motivatie deelde hij met de meeste schakers, was het geld. Juist daarom is hij zo content. “Voor iemand die in 30 dagen 31 partijen speelde, heb ik het enorm goed gedaan. Ik heb er alles aan gedaan om zo goed mogelijk te spelen en ik ben trots op wat ik in Groningen heb laten zien.” Waren het dan de enorme bedragen die op het spel stonden die hem in de barrage het hoofd op hol brachten? Ook die voor de hand liggende suggestie wimpelt hij weg. Het verschil tussen de tweede prijs van 1,3 miljoen en de hoofdprijs van 2,6 miljoen gulden noemt hij lachend het verschil tussen “obsceen” en “absoluut walgelijk”.

Geld speelde geen rol meer. “Nee, mijn handen en mijn hoofd stonden niet meer goed in verbinding met elkaar. Toen ik in de eerste partij ongelooflijk slechte zetten begon te doen dacht ik, ik moet hiermee ophouden. Ik ga nu koffie halen, adem diep in en word rustig. Maar ik werd helemaal niet rustig. Ik was zo opgefokt dat ik de zetten op het bord bleef smijten totdat ik een gewonnen stelling had veranderd in een totaal verloren stelling.”

De laconieke houding waarmee Anand het verlies in Lausanne analyseert moet de schaakliefhebbers die zijn uitputtingsslag met bewondering en compassie volgden ontnuchterend in de oren klinken. Zelfs zijn vermoeidheid aan het begin van de match in Lausanne wil hij niet als excuus zien. “Ik was wel moe, maar mijn belangrijkste handicap was dat ik geen tijd had om uit te zoeken wat ik tegen Karpov zou spelen. Zelfs een week zou me enorm hebben geholpen om mijn gedachten op orde te krijgen. Als je die vastigheid niet voelt, wordt je schaken daar niet beter van.”

Maar ook het ontbreken van een redelijke rustpauze noemt hij niet meer dan ongelukkig. “Ik wil daar niemand de schuld van geven. Ik zou niet graag ondankbaar klinken tegenover Iljoemzjinov, die zoveel geld in het schaken heeft gestoken. Het was een mooi toernooi waar niet alleen ik goed verdiend heb.”

De herhaalde verdachtmakingen van Kasparov dat het geld van FIDE-president Iljoemzjinov afkomstig is uit verdachte bronnen, zeggen hem niet zoveel. “Ik vind dat je daar erg voorzichtig mee moet zijn.” Om er zonder overgang aan toe te voegen. “Verder moet gezegd worden dat FIDE het toernooi erg goed georganiseerd heeft. Afgezien van die finaleplaats van Karpov was alles prima.”

Na vier dagen uitrusten, driehonderd procent meer dan hij de laatste tijd gewend was, heeft Anand wel weer zin om in Wijk aan Zee zijn best te doen. Voor bespiegelingen over de toekomst van de schaakwereld is hij aanmerkelijk minder te porren. Ook hij hoopt dat het ooit weer goed komt, maar de vraag of met de overwinning van Karpov de kans op een terugkeer van Kasparov in het wereldkampioenschap van de FIDE is afgenomen, vindt hij meer iets voor journalisten. “Ik geloof niet dat zich daar nog een speler druk om maakt.”

Samenvattend stelt Anand dat de titel van wereldkampioen zoals we hem kenden niet meer bestaat. “In mijn ogen is Karpov in ieder geval geen wereldkampioen. Het enige wat je kunt zeggen is dat Kasparov momenteel de sterkste speler is. Maar of hij nu de wereldkampioen is? Er zijn genoeg mensen die tegenwoordig denken dat Deep Blue wereldkampioen is. Dat zeggen mijn dorpsgenoten in Spanje ook als ze iets belangstellends willen vragen: Wanneer ga je nu tegen de computer spelen?”