Geen plok maar pling, dus dat komt wel goed; Liszts vleugel in Amsterdam gerestaureerd

Het Parijse Musée de la musique zocht de Nederlandse pianorestaurateur Frits Janmaat aan voor de Erard van Franz Liszt. Diens inzet: de vleugel als vanouds laten klinken.

AMSTERDAM, 16 JAN. Bijna was het van de zangbodem afgepoetst: Concerts à Lyon, juillet 1844, F. Liszt. De Erard-vleugel waarop Franz Liszt in 1844 zes concerten speelde in het Grand Théatre de Lyon, werd aangetroffen in een Franse huiskamer. Toen de Erard daar werd opgehaald door het Parijse Musée de la Musique, wilde de vrouw des huizes net de met zwarte inkt geschreven inscriptie met sop te lijf gaan.

De 's' en de 'z' van Liszt zijn al niet meer zo goed te lezen, maar het vervoer naar pianorestaurateur Frits Janmaat aan de Amsterdamse Keizersgracht, die vorig jaar vanuit Parijs werd uitverkoren om de vleugel te restaureren, heeft het instrument zonder problemen doorstaan. De Erard met serienummer 16349 staat stoffig maar ongeschonden in de met Erards en Pleyels gevulde toonzaal van Frits Janmaat, die deze opdracht als het hoogtepunt van zijn carrière beschouwd.

“De directrice van het Musée de la Musique heeft zes restaurateurs in Europa aangeschreven. Kort daarop ben ik naar Parijs gegaan om een restauratievoorstel te doen. Nadat ik de Erard bekeken had, sprak ik de zin der zinnen: 'Dit is allang geen museumstuk meer!' Zo bleken er rond 1880 nieuwe snaren en nieuw vilt op gezet te zijn, en ook de hamerkoppen met stelen zijn vernieuwd.

“Ik heb ze toen uitgelegd, dat het geluid het enige is wat er nog werkelijk te restaureren valt. Je kan zo'n instrument natuurlijk wegzetten achter glas, maar het is veel beter om te zorgen dat ie weer gaat klinken. Kennelijk heb ik ze overtuigd.”

Bij het aanslaan van de toetsen komt er vooralsnog een gruwelijk geluid uit de Erard, maar Janmaat weet wel beter. Hij tokkelt de snaren aan. Als je dan een plok hoort ziet het er somber uit, maar de vermoedelijk uit 1843 stammende Erard nr. 16349 laat een helder pling horen.

“Dan weet je dat je er mee verder kan, want het betekent dat de zangbodem nog intact is”, legt Janmaat uit. “Die oude zangbodems zijn veel mooier en doorleefder dan de nieuwere. Dat zit hem in de keuze van het hout, dat uit de Pyreneeën kwam en zo'n prachtige, verfijnde klank oplevert.

“Dat het stemblok van deze Erard al lang geleden gescheurd is, kun je zien aan die diepe zwarte groef. Waarschijnlijk heeft het instrument al meer dan honderd jaar niet op spanning gestaan. Voor mij is dat een voordeel. De spanning is van essentieel belang voor de klank. Ik week de onderdelen los, en lijm ze opnieuw aan elkaar.

“Om het stemblok te vervangen heeft Parijs een 60 jaar oude klomp beukenhout bijgeleverd. Het gekopieerde resultaat zal een afwijking van hooguit één millimeter hebben. Ze willen er ook nieuwe snaren op. Parijs gaat akkoord met Inox-draad, een eigentijdse ijzer-chroom-nikkel legering die in Amerika wordt gebruikt om op zee te vissen. Inox-snaren leveren een briljante, directe klank op. Niet wollig maar welsprekend.”

Janmaat krijgt twaalf weken de tijd om het instrument te restaureren. Stressen is er niet bij, want hij heeft alles terdege voorbereid. Hoewel hij tot enkele jaren geleden ook wel opgelapte Bechsteins en Steinways verkocht, doet Janmaat tegenwoordig alleen nog maar in Erards en een enkele Pleyel.

“De Pleyel doet denken aan een vrouw die altijd mooi is. De Erard is veel weerbarstiger en uitdagender, daar hou ik van. Liszt heeft tachtig procent van zijn oeuvre op de Erard gecomponeerd. Overal waar hij speelde stond er een voor hem klaar, ik vermoed dat rond 1900 zo'n honderdduizend Erards bestonden. Alle groten speelden en componeerden op een Erard: Moscheles, Thalberg, Tausig, Mendelssohn, Chopin, Pixes, Franck, Alcan, Paderewski, Verdi en Wagner. Saint-Saëns had er zelfs twee.”

Op de Erard nr. 16349 heeft Liszt in Lyon op 2, 5, 9 en 12 juli 1844 ondermeer Meyerbeers Robert le diable, Webers Tweede pianoconcert met orkest, en zijn eigen Don Juan Fantasie en de Grand Galoppe Chromatique gespeeld. De concerten op 14 en 17 juli waren geheel gewijd aan kamermuziek, waarbij ondermeer het Pianotrio op. 97 van Beethoven, een Mazurka van Chopin en bewerkingen van Schuberts Forellenkwintet, Bellini's Puritani en Verdi's Norma werden uitgevoerd.

Als Janmaat klaar is met de restauratie zal het instrument hopelijk weer als vanouds klinken. Mits er tenminste geen al te rigide pianisten op spelen, zoals Brendel en Uchida, die volgens de restaurateur te weinig open staan en geen affiniteit hebben met de Erard-klank.

Janmaat: “Op 5 april komt er een special over Martijn van den Hoek bij Han Reiziger. We hebben nu al afgesproken, dat hij dan deze Erard zal gaan bespelen. Martijn is een echte Liszt-specialist, en hij heeft bovendien veel geëxperimenteerd met oude instrumenten. Ronald Brautigam en Fred Oldenburg mogen er van mij ook op spelen, maar zo'n pianist als Melvyn Tan is me alweer te dogmatisch. Het is jammer dat pianisten als Bolez of Gould niet meer leven, want die hadden dat magische.

“Het bijzondere van een goed bespeelde Erard is die onvoorstelbare rijkdom aan klank. Het is allemaal veel directer als op zo'n wollige Bechstein of zo'n agressief zoevende Steinway.

“Dat komt vooral door de registerkwaliteit. Op een Erard hoor je alle middenstemmen afzonderlijk, waardoor je veel verfijnder en genuanceerder kunt spelen. Liszt schreef vaak 'quasi' cello, harp of gitarra boven zijn composities.

“Op een Steinway krijg je zulke effecten niet voor elkaar, je kan hooguit wat aanrommelen met Jan Wijn-achtige trucjes en vondsten. Op een Erard gaan zulke dingen bijna vanzelf. Om precies te kunnen spelen wat de 19de eeuwse componisten hebben geschreven, zou er eigenlijk op ieder conservatorium een goed gerestaureerde Erard moeten staan.”