Gabbers

De bespreking die Cindy Hoetmer van Hakkûh en Strakstaan in de boekenbijlage van 12 december 1997 is slordig, dom, ondeskundig en kwaadaardig bovendien. Als deze bespreekster gelooft wat ze schrijft, begrijpt ze niets van het onderwerp en als ze er wel ook maar iets van begrijpt, licht ze de hand met de feiten. Ze beschrijft dat de 'problematiek inzake het racistisch geweld' van gabbers in Hakkûh & Strakstaan 'in twee pagina's wordt weggewuifd'.

Het zijn er in werkelijkheid ruim drieënhalf, bijna twee keer zoveel dus. Vanwaar die leugen? Dat is meer dan slordigheid lijkt me, dat ruikt naar kwade trouw.

'In mijn tijd had je punks, skinheads, mods en psychobilly's, tegenwoordig onder andere skaters, alto's en gabbers', schrijft Hoetmer over de jaren tachtig, toen zij 'tiener in Amsterdam' was. 'De eerste twee zijn vergelijkbaar met de mij bekende subculturen, namelijk kleinschalig en onschadelijk. Zoniet gabbers.'

Hier staat dus: gabbers zijn gevaarlijk, skinheads zijn 'onschadelijk'. Als er nu ooit één jongerensubcultuur is geweest waarvan vaststaat dat hij niet onschadelijk is dan zijn het wel de skinheads, iets dat iemand die in de jaren tachtig tiener in Amsterdam was, u weet wel, de tijd en de stad waarin Kerwin Duinmeijer door een skinhead werd doodgestoken omdat hij zwart was, toch wel zou mogen weten. Zeker als zij zichzelf in staat acht boeken over jongerencultuur te bespreken.

Maar Cindy Hoetmer is één keer op een gure herfstavond langs een sporthal gefietst waar een gabberrave plaatsvond (zie haar tweede alinea) en heeft daar een akelig Vierde-Rijk-achtig visioen aan overgehouden en sindsdien gelooft zij, zoals zij in haar laatste zin schrijft, dat de 350.000 gabbers die Nederland telt 'over het algemeen wel degelijk racistisch zijn'.

Dat is een even domme als discriminatoire generalisatie. Beweer dat Surinamers 'over het algemeen wel degelijk lui zijn' en je staat voor de rechter. Bovendien: als het werkelijk waar zou zijn, had het dan niet al lang in koeienletters voorop alle Nederlandse kranten gestaan? Of heeft mevrouw Hoetmer deze brisante onthulling voor een stukje achterin de boekenbijlage bewaard?

Dat gabbers 'in het algemeen wel degelijk racistisch zijn' zou te lezen zijn in het rapport Het Zijn Onze Feesten, van socioloog Hajo Schoppen (en dus niet 'Haje Scheppen' zoals Hoetmer schreef. Heeft ze het rapport eigenlijk ooit in handen gehad, vraag je je af). Maar dat rapport, dat de auteurs van Hakkûh & Strakstaan wél gelezen hebben, concludeert nu juist 'dat gabbers niet racistischer en/of extreem rechtser zijn dan welke andere Hollandse jongerensuibcultuur dan ook'. Of, zoals ook NRC Handelsblad zelf op 9 mei 1997 berichtte onder de kop 'Meeste gabbers zijn niet racistisch': 'Onderzoeker Hajo Schoppen wil niets weten van de paniekverhalen over “gabbers” en hun extreem-rechtse opvattingen. De wereld van de gabbers zou een broedplaats van extreem rechts zijn. Het rapport “Het Zijn Onze Feesten”, dat hij in opdracht van de ministeries van binnenlandse zaken en justitie schreef, dient vooral ter ontnuchtering.'

En zo staat het ook allemaal keurig in Hakkûh & Strakstaan.