'Europa' ondermijnt langzaam maar zeker de oude Franse staat; Is Lionel Jospin na zes maanden regeren de juiste man op de verkeerde weg geworden?

Toen de Fransen geen evenwicht konden vinden tussen de uitvoerende en de wetgevende macht, kwam er een evenwicht tussen twee concurrerende takken binnen de uitvoerende macht: de president en de premier. Volgens Dominique Moïsi gaat Frankrijk fundamenteel veranderen.

Het Franse 'Old Labour' heeft weinig gemeen met het New Labour in Groot-Brittannië. De stille charme en het degelijke, middelbare voorkomen van Lionel Jospin zijn van een ander slag dan de energie, het charisma en de innemende jongenslach van Tony Blair. Toch zijn beiden in eigen land zeer populair. Dat is des te verrassender gezien de uiteenlopende economische prestaties van beide landen.

Is Lionel Jospin, nu het socialistische experiment in Frankrijk er zes maanden op heeft zitten, de juiste man op de verkeerde weg? De juiste man is hij ongetwijfeld, in die zin dat hij in bescheidenheid en eerlijkheid gunstig bij zijn voorgangers afsteekt. Naast ex-premier Alain Juppé doet Jospin werkelijk bescheiden en eenvoudig aan, vrij van het arrogante technocratische optreden van zijn voorganger.

Anders dan de vroegere socialistische president François Mitterrand straalt Jospin ook eerlijkheid en oprechtheid uit, die past bij zijn protestantse komaf. Hij lijkt de belichaming van de wraakgevoelens van de gewone linkse kiezer jegens het machiavellisme en cynisme van het tijdperk-Mitterrand.

Met zijn streven het politieke bedrijf in de ogen van de Franse bevolking te rehabiliteren door - zoals een van zijn verkiezingsbeloften luidde - te zeggen wat hij gaat doen en te doen wat hij zegt, is Jospin zonder twijfel de juiste man op het juiste moment. Dat blijkt ook uit de lange tijd dat hij nu al de gunst van het publiek geniet, ook al begint die gunst inmiddels de eerste barstjes te vertonen en zullen er daarvan de komende maanden nog wel bijkomen. Maar slaat deze 'juiste man' uit een mengeling van ideologische motieven en sluwe politieke berekening misschien niet nu de verkeerde weg in?

De door de socialistische meerderheid opgelegde wet op de 35-urige werkweek houdt economisch gezien weinig in en de malthusiaanse gedachte die erachter steekt kan nauwelijks enig effect hebben op de werkgelegenheid, die, tot wanhoop van de mensen die vrezen dat hun huidige werkloosheid structureel is, de voornaamste uitdaging voor deze regering blijft. De wet op de 35-urige werkweek weerspiegelt bovenal de overtuiging dat de staat een grote rol behoort te spelen in de Europese Unie en in het hele Westen. Het denkbeeld dat staten, tegen de werking van de markt in, rechtstreeks verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor het scheppen van werkgelegenheid, heeft in heel de moderne wereld eigenlijk zijn tijd gehad.

Maar in Frankrijk is zo'n ideologisch standpunt simpelweg een kwestie van politieke berekening. Zo'n verre van onschuldige keuze sluit waarschijnlijk aan bij de gevoelens van de meerderheid van het Franse volk, die door de staat zowel tegen lange werkweken als tegen immigranten wil worden beschermd.

Toen links aan de macht kwam, had het kunnen kiezen voor een moralistische opstelling inzake de immigratie, en een realistische opstelling inzake de economie. Maar het sloeg, met een zin voor realisme en continuïteit die althans in bepaalde opzichten doet denken aan Tony Blairs Groot-Brittannië, een heel andere weg in. Links koos, door niet drastisch af te wijken van het door de conservatieve meerderheid gevoerde beleid, in de uiterst gevoelige kwestie van de immigratie voor realisme, terwijl het juist op economisch gebied ideologische keuzen deed.

Het staat nog te bezien of de premier in de eerste plaats pragmaticus is of ideoloog. Verbergt hij zijn pragmatisme onder een dun, oppervlakkig laagje ideologie, of is het juist andersom? Maar wat het antwoord ook is op deze fundamentele vraag, het regeren wordt Jospin vergemakkelijkt doordat de meerderheid van de Fransen het systeem van 'cohabitatie' zo kwaad nog niet vindt, zelfs al vindt men dat de Franse invloed in Europa daaronder lijdt. Nu het de Fransen niet is gelukt een nieuw soort evenwicht te vinden tussen de uitvoerende en de wetgevende macht, hebben zij de facto een nieuw evenwicht geschapen tussen de twee takken van de uitvoerende macht: het ambt van de president en dat van de premier. Door uiteenlopende persoonlijke, institutionele en politieke oorzaken is in de Vijfde Republiek de macht van de president nog nooit zo klein geweest als nu, zozeer dat vele deskundigen ervoor pleiten de ambtstermijn van de president van zeven jaar terug te brengen tot vijf - alsof daarmee de essentie van het presidentschap te redden zou zijn. Het huidige machtsevenwicht tussen de president en zijn premier is waarschijnlijk strijdig, zo niet met de dubbelzinnige letter, dan toch wel met de geest van de grondwet.

Dat de vroegtijdige ontbinding van het parlement vorig jaar voor de president en zijn conservatieve meerderheid op een politiek fiasco is uitgelopen, heeft Jacques Chirac veel politieke steun gekost in zijn eigen kamp. Hoewel het waarschijnlijk overdreven zou zijn de toestand van rechts in Frankrijk gelijk te stellen aan die van de Tories in Groot-Brittannië, staat rechts er zeker zeer slecht voor: het is sterk verdeeld, mist een duidelijke leider, en ziet zijn geloofwaardigheid afkalven door de gestage opkomst van extreem rechts, dat in deze tijd van grote werkloosheid en geweld in de voorsteden krachtig appelleert aan de afkeer van vreemdelingen.

De huidige meerderheid, die van de zwakke oppositie niets te duchten heeft en waarin de groenen op het ogenblik misschien nog wel meer zorgen baren dan de communisten, ziet haar vrijheid van handelen - sommige critici zouden zeggen: haar mogelijkheden om zich in de vingers te snijden - gelukkig beperkt doordat ze de eisen van de euro zo strikt respecteert en in acht neemt. Wat belangrijke Europese kwesties betreft, is er zelfs nauwelijks verschil tussen deze meerderheid en haar voorganger, om de simpele reden dat de meeste Fransen inzien dat er geen serieus alternatief voor de Europese Unie denkbaar is. Het is deze situatie die de stabiliteit van de cohabitation garandeert: de president en zijn premier zijn door Europa hecht met elkaar verbonden.

Ofschoon de Fransen op dit moment minder somber lijken dan een half jaar geleden, is het land de twijfel aan de eigen toekomst - en zelfs aan de idee van de vooruitgang - nog niet te boven. Wie de huidige toestand in Frankrijk wil begrijpen, moet dan ook onderscheid maken tussen de dynamiek, de concurrentiekracht en de ondernemingsgeest van tal van sleutelfiguren in het Franse economische leven enerzijds, en de betrekkelijke starheid van de Franse staat anderzijds. Helaas heeft Frankrijk, wat verder ook moge gebeuren, nog altijd veel meer 'staat' dan de rest van Europa.

Als de Franse staat niet van binnenuit kan worden hervormd, is dan een trage erosie van die staat door Europa de oplossing? Wat een ironische uitkomst zou dat zijn voor een land dat decennia lang Europa heeft beschouwd als het instrument voor de voortzetting van de Franse invloed met andere middelen.