EURO-VOORLOPERS

“De verkoop van euro's loopt uitstekend”, zegt de Amsterdamse munten- en postzegelhandelaar Theo Peters enthousiast. In zijn vitrine liggen verschillende reeksen munten met waarden van 5 tot 200 euro. Maar de echte euromunten en -biljetten komen pas vanaf 2002 in omloop.

De euro's die Peters verkoopt zijn speciale uitgaven die worden geslagen door de Nederlandse Munt. Naast het Nederlandse kleingeld dat bij de bakker en slager kan worden gebruikt, produceert de Munt uitgiftes die niet in het betalingsverkeer terechtkomen. Ze zijn bedoeld voor de verzamelaarsmarkt. De euro's in Peters' vitrine behoren tot dit genre. De Nederlandse Munt geeft sinds 1996 jaarlijks twee reeksen uit. Van de 5-eurostukken worden 100.000 exemplaren geslagen; voor de hogere waarden is de oplage veel kleiner. De ene zijde van de munt toont een vliegende duif en de waarde-aanduiding. De keerzijde is gewijd aan een nationaal, historisch figuur. Op de euro's uit 1996 zijn ontdekkingsreiziger Willem Barentsz en dichter Constantijn Huygens vereeuwigd. Vorig jaar werden P.C. Hooft en staatsman Johan van Oldebarnevelt afgebeeld.

Verzameleuro's worden ook op de markt gebracht in andere EMU-landen, en zelfs daarbuiten. Met name in Duitsland is de belangstelling voor de collectors items groot. Niet alle munten worden door officiële munthuizen geslagen. Iedereen kan numismatieke uitgaven op de markt brengen, als maar niet wordt gesuggereerd dat het gaat om wettige betaalmiddelen. Tot deze categorie behoren euro's die zijn gefabriceerd als aardigheidjes voor braderieën en presentaties. Zodra de naam 'euro' in de muntwet wordt opgenomen, moeten de producenten van dergelijke uitgaven hun activiteiten overigens staken. Chris van Draanen, directeur van de Nederlandse Munt, verwacht dat dit tegen het einde van 1998 het geval zal zijn. Het munthuis denkt nog twee series verzameleuro's op de markt te brengen.

De euro's van de Nederlandse Munt zijn niet goedkoop. De minst dure reeks - vijf munten in de waarden 5, 10, 20, 50 en 100 euro - moet in de winkel 475 gulden opbrengen. De complete Barentsz-serie kost inmiddels een kleine duizend gulden. Dat is meer dan de waarde van de euro's als ze zouden gelden als wettig betaalmiddel.

De materiaalwaarde is laag. De intrinsieke waarde van stukken van 5 en 10 euro is te verwaarlozen. Het zilver in de munten van 20 en 50 euro (15 en 25 gram, zilvergehalte 80 en 92,5 procent) is zo'n veertien gulden waard. Het goud in de 100-euromunt (3,494 gram, gehalte 91,6 procent) zal tegen de huidige goudprijs een kleine zestig gulden opleveren.

Het is wat de gek ervoor geeft, erkent munthandelaar Peters. “Aanvankelijk waarschuwden wij onze klanten voor dergelijke aankopen.” Omdat de vraag naar verzameleuro's bleef bestaan besloot Peters de uitgaven toch in zijn assortiment op te nemen. “Bovendien stijgt de waarde van de verzamelobjecten snel, dus de klanten klagen niet.” De Barentsz-euro's kwamen twee jaar geleden voor 384,40 op de markt; nu moet er 975 gulden voor worden neergeteld. Een waardevermeerdering van ruim 150 procent; dat vertoonde zelfs de Amsterdamse beursindex de afgelopen twee jaar niet.

De verzamelaar-belegger die vandaag zijn winst op de Barentsz-euro's wil nemen, zal echter op zijn neus kijken. De munten mogen in de winkel bijna duizend gulden kosten; hij krijgt er zelf niet veel meer voor dan 700 gulden. Toch nog steeds een aardige waardestijging (82 procent). De kans dat de verzamelaar die nu nog een oude set koopt, waarvan de prijs zo is gestegen, een goede investering doet, lijkt uitermate klein.

De Nederlandse Munt doet intussen goede zaken. Na aftrek van materiaal-, productie- en marketingkosten blijft er een aantrekkelijke winstmarge over. Volgens directeur Van Draanen kan de Munt ongeveer de helft van de introductieprijs in haar zak steken als pure winst. Is de verkoop van deze euro's geen boerenbedrog? Van Draanen vindt van niet. “Als verzamelaars er het geld voor over hebben, zijn ze het waard. Wij dringen niemand iets op.”

Munthandelaar Peters erkent liever munten te verkopen die in het verleden echt hebben gediend als wettig betaalmiddel. Voor 750 gulden heb je een muntsetje met een originele 'zilveren rijder', opgedoken uit een VOC-schip dat in 1735 voor de kust van Zeeland verging. “Daarvan is de historische waarde veel groter. Het is net als bij kunst: de een houdt van Rembrandt, de ander van Picasso.” (MS)