Een woord van zes lettergrepen en toch populair; De stijlvolle liedteksten van Lorenz Hart

Dinsdag gaat de nieuwe Nederlandse musical 'Larry, this funny world' in première, over het leven en werk van de Amerikaanse tekstdichter Lorenz Hart. Hij schreef liedjes als 'My Funny Valentine' en 'Manhattan'. Wie was Larry Hart?

'Larry, this funny world' met Lou Landré in de titelrol, geschreven door Pieter van de Waterbeemd en geregisseerd door Antoine Uitdehaag, gaat op 20/1 in première; de tournee duurt t/m 30/5. Inl. (035) 6244507.

Het lijkt een wonderlijk verwijt dat de grote revue-producent Florenz Ziegfeld zijn twee gasten voor de voeten wierp. 'Alles wat jullie schrijven, is zo clever!' riep hij uit. 'Alles is chic. Waarom kunnen jullie niet gewoon eens een lekkere, simpele hit voor me schrijven?'

De geschiedenis vermeldt niet wat Lorenz Hart en Richard Rodgers daarop hebben geantwoord, maar het citaat is typerend voor de manier waarop hun werk in de jaren twintig en dertig door de Broadway-industrie werd beoordeeld. Het was clever, en dat was niet altijd een aanbeveling. Terwijl de hits van de dag eenvoudige deuntjes met makkelijk aansprekende woorden waren, werkten de tekstdichter Hart en de componist Rodgers bij voorkeur volgens het principe dat een song in een revue of een musical iets moest vertellen over het karakter van het personage - en liefst ook een beroep moest doen op de intelligentie van het publiek.

Ze waren niet de enigen. Lorenz Hart, wiens roepnaam Larry de titel is van een biografische musical die dinsdag in Breda in première gaat, schreef in 1925, in een complimenteus briefje aan zijn collega Ira Gershwin: 'Het schenkt mij veel genoegen in een tijd te leven waarin het lichte amusement in dit land eindelijk zijn gruwelijk stompzinnige kant begint te verliezen. Zulke fijnzinnige teksten als de uwe bewijzen dat het mogelijk is dat songs tegelijk populair èn intelligent zijn.'

Net als de gebroeders Gershwin, en een andere geestverwant als Cole Porter, zochten Hart en Rodgers ruimte voor hun artistieke ambities binnen de strikt commerciële wetten van Broadway en Hollywood. En soms lukte dat ook. Maar één van hun grootste hits, Blue Moon uit 1934, ontstond pas nadat ze dezelfde, weemoedige melodie al twee keer eerder zonder veel succes, op een andere tekst, voor een nummer in een musical hadden gebruikt. Een producent zei: 'Het is een uitstekend wijsje dat jullie daar hebben. Ik zou het graag gebruiken, maar er moet een commerciële tekst bij.' Beledigd opperde Hart dat de man blijkbaar iets sentimenteels bedoelde, iets in de trant van blue moon. Ja, knikte die enthousiast. Het kostte de vakman Hart vervolgens weinig moeite de gewenste tekst te leveren, maar Rodgers en hij hebben het nummer nimmer aan hun hart gedrukt.

Schattige golfjes

Veel liever was hen hun eerste grote succesnummer, Manhattan uit 1925. Het is de geschiedenis in gegaan als een poeslieve, o zo charmante ode aan New York - luister bijvoorbeeld naar de versie van Ella Fitzgerald, die de tekst zachtjes en zoet laat deinen op de schattige golfjes van de melodie. Maar niet voor niets werd in de Morning Telegraph na de première van de revue The Garrick Gaieties, waarin het nummer voor het eerst werd gezongen, met verbazing melding gemaakt van een 'ongebruikelijke tekst'.

Wat er zo ongebruikelijk aan was, was de ironie. Het begin leek onschuldig genoeg: 'We'll have Manhattan, / the Bronx and Staten / Island too, / it's lovely going through / the zoo...', al was Staten Island destijds een nogal desolaat oord. Pas in de daaropvolgende regels sloeg Hart echter volop toe: 'It's very fancy / on old Delancey / Street, you know. / The subway charms us so / when balmy breezes blow / to and fro...' In werkelijkheid was Delancey Street een smoezelige straat waarover met geen mogelijkheid iets aardigs te zeggen viel, en wie zich wilde koesteren aan de droge, warme lucht van de metro was natuurlijk gek of dakloos. Rodgers en Hart schreven het lied dan ook voor een personage dat halsoverkop verliefd is geraakt en nu alles door een roze bril ziet, tot en met de meest grauwe uithoeken van Manhattan.

In zo'n nummer waren ze op hun best - een tintelend melodietje dat maar één keer gehoord hoeft te worden om nooit meer te worden vergeten, en een mild-ironische tekst die moeiteloos met de muziek meezingt, vol actuele toespelingen, frivole grapjes en elegante binnen- en eindrijmen.

Een voorlopig hoogtepunt bereikten ze in 1937 met de musical Babes in Arms, waarin twee nummers ten doop werden gehouden die tot ver in de jaren vijftig op het repertoire van alle grote en kleine vocalisten stonden: The Lady is a Tramp en My Funny Valentine. In het eerste is een vrouw over zichzelf aan het woord in de derde persoon. Ze zingt dat ze nooit in staat zal zijn zich bij de beau monde van het toenmalige New York te voegen: ze kan niet zo lang wachten met het avondeten, ze voelt er niets voor opzettelijk te laat bij het theater te arriveren, en ze heeft geen zin om te converseren met mensen die haar niet aanstaan: 'I get too hungry for dinner at eight / I like the theatre, but never come late / I never bother with people I hate / that's why the lady is a tramp.' Het tweede is een liefdesliedje aan iemand die kennelijk geen klassieke schoonheid is: 'Your looks are laughable / unphotographable...' Stomverbaasd sprak Broadway over het gebruik van een woord met zes lettergrepen in een populair liedje; dat was ongekend.

Dat hun nummers toch vaak hits werden, moet voor Rodgers en Hart weinig minder dan een overwinning op de tijdgeest zijn geweest. Ze werden beschouwd als lui wier werk een hoge moeilijkheidsgraad had. Hun kwaliteit wierp drempels op. Lorenz Hart gebruikte moeilijke woorden, zo werd misprijzend over hem gezegd, en hij maakte het nog erger door regelmatig te verwijzen naar de cultuurgeschiedenis. Zelfs een regel als 'is your figure less than Greek' (in My Funny Valentine) was volgens veel Amerikaanse producenten eigenlijk te erudiet voor het grote publiek dat kaartjes moest kopen voor zo'n revue of musical. Maar ook al werd er wel eens een subtiel tekstgrapje over het hoofd gezien - de eenheid van woorden en muziek, en de schoonheid ervan, was blijkbaar te onweerstaanbaar om te weerstaan.

Ze werden rijk en succesvol, en desondanks moesten ze heel hun gewicht vaak in de strijd werpen om gedaan te krijgen wat hen voor ogen stond. Nog in 1940 was menigeen van mening dat het een slecht plan was een musical te maken op basis van de korte verhalen die John O'Hara in The New Yorker schreef over de slimme ritselaar Joey Evans, die zijn naïeve jeugdvriendinnetje aan de kant zet om een door de wol geverfde matrone in te palmen wier geld en kennissenkring hem hogerop kunnen brengen. Het verhaaltje van een musical moest nu eenmaal, hoe mooi de songs ook waren, per definitie onbenullig zijn - en de voornaamste personages konden nooit iets slechts in de zin hebben. De hoofdpersoon in Pal Joey was daarentegen doortrapt en onsympathiek. In een dialoogscène zegt een danseres dat haar zusje vroeger bij hem heeft gewerkt in een show. Hij vraagt wie van die meiden dan haar zus was. 'The one you didn't score with,' antwoordt zij. 'That must have been the ugly one,' luidt zijn reactie.

Hoe gedurfd Pal Joey was, blijkt niet alleen uit de gereserveerde kritieken die de musical destijds kreeg, maar ook uit de succesverfilming van 1957, met Frank Sinatra, Kim Novak en Rita Hayworth. Veiligheidshalve veranderde de ongepolijste Joey, die op Broadway de doorbraak van hoofdrolspeler Gene Kelly teweeg had gebracht, in de Hollywood-versie in een leuke schavuit met aanzienlijk minder rotstreken op zijn geweten.

Maar tegelijk was dit de musical waarin het romantische I Could Write a Book werd gezongen, en ook de intrigerende solo van de oudere vrouw die over haar romance met Joey de mooiste en de meest glorieuze rijmen zingt die Lorenz Hart ooit schreef: 'I'm wild again / beguiled again / a simpering, whimpering child again / bewitched, bothered and bewildered am I. / Couldn't sleep / and wouldn't sleep / until I could sleep where I shouldn't sleep / bewitched, bothered and bewildered am I... ' Rodgers' muziek bij dat nummer, weemoedig en levenslustig tegelijk, omspoelde tot voor kort de openingsbeelden van het programma Glamourland van Gert-Jan Dröge.

Feestnummer

Hun samenwerking heeft na 1940 niet lang meer voortgeduurd. Rodgers wilde wel verder, want als hij een tijdlang niets had gecomponeerd, voelde hij zich naar zijn zeggen geconstipeerd. Het werd echter steeds moeilijker Hart tot enige discipline te bewegen. De tekstdichter met het buitenproportioneel grote hoofd op het kleine, gedrongen lichaam dronk zichzelf echter naar de dood toe. Hij stierf in 1943.

In de discrete biografie Lorenz Hart, a poet on Broadway (1995) laat Frederick Nolan doorschemeren dat hij een obsessief feestnummer was. Overal zocht Hart gezelschap - in het party-circuit met Nöel Coward en Cole Porter, op het Lido van Venetië, in het Ritz-hotel in Parijs en in zijn eigen appartement met uitzicht op Central Park, maar ook in dubieuze kroegen en achter anonieme deuren verstopte bordelen. Zijn beste vriend was een homoseksuele pooier, die hem (en veel andere Broadway-sterren) jongens leverde. Maar ook heeft hij volgens diverse tijdgenoten wel eens een vrouw ten huwelijk gevraagd, wetend dat zijn potsierlijke gestalte hem weinig kans gaf. 'Wat is de kortste afstand tussen A en B?' luidde een standaardgrap. 'Larry Hart', was het standaardantwoord.

Richard Rodgers vond in Oscar Hammerstein een nieuwe tekstdichter, met wie hij het grootste musicalsucces uit zijn carrière boekte: Oklahoma. Hart vond dat een flutverhaal; kort voor zijn dood zei hij tegen Rodgers geen zin te hebben in een 'cowboy-musical'. Hij was immers de dichter van de grote stad, de man met het speelse en vindingrijke vocabulaire, gedistingeerd en stijlvol. In zijn muziek wilde Rodgers nog wel eens breed en sentimenteel uithalen, en dan hield Hart zo'n nummer met een paar puntige woorden in evenwicht.

Hij haatte de huilerigheid van veel doorsnee-hits. 'Just keep to yourself / weep to yourself,' schreef hij in 1926 in This Funny World. Wie zichzelf te serieus neemt, heet het, merkt niet dat de wereld hem achter zijn rug uitlacht. De wereld is nu eenmaal wreed. Je kunt er dus maar beter niet te zwaar aan tillen, en een beetje afstand houden tot alles en iedereen. De ironische levenshouding is de beste, lijkt de schrijver te zeggen - als je niet te veel in jezelf en in anderen opgaat, word je ook minder snel geraakt. Zijn biograaf noemt dat een autobiografische tekst.