Een eend met Hitler-snorretje; Oorlogspropaganda in Amerikaanse cartoons

Tijdens de Tweede Wereldoorlog behoorden cartoon-personages als Donald Duck en Bugs Bunny tot de populairste patriotten. “Donald Duck is een inwoner van 'Nutziland'.”

Ducktators. AVRO Close-Up, Nederland 1, 20 januari, 22.58u.

Van sommige anekdotes weet je pas dat ze niet meer om te lachen zijn als je ze na jaren weer eens vertelt. Verwarring dreigt als het einde van zo'n verhaal nadert. De grote animator Chuck Jones overkomt het in Ducktators, de Nederlandse documentaire van Wolter Braamhorst en Guus van Waveren over oorlogspropaganda in Amerikaanse tekenfilms. 'Om verbaal het verschil duidelijk te maken tussen Chinezen en Japanners lieten we ze iets zeggen als flying fortress', zegt Jones. Net als vroeger wil hij op dit punt in zijn verhaal gaan lachen, zijn ogen verkleinen al, zijn mond verbreedt. Bij een Chinees werd dat 'flying floatless',' zegt Jones, en hij verspreekt en bedenkt zich. Zijn ogen blijven klein, zijn mond gaat terug naar af. 'Als een Japanner het zei, werd het 'frying frocress'.' Jones zwijgt even. Dan pas lacht hij. De anekdote heeft een nieuwe frappe nodig. 'Zoiets was erg nuttig in die tijd.'

Net als in de speelfilms die Hollywood produceerde na de aanslag op Pearl Harbor, werd de oorlog onvermijdelijk in de tekenfilm. Bijna alle populaire figuren deden mee. Minnie Mouse bewaart haar gebruikte braadvet, Donald Duck wordt soldaat, Bugs Bunny verkoopt oorlogsobligaties, Popeye laat Japanse schepen zinken en Daffy Duck landt als 'menselijke' kanonskogel op het hoofd van Hitler.

Warner Brothers maakte in 1942 The Ducktators, de film waarnaar de documentaire vernoemd is. In deze zwart-wit film kruipt op een gezellige boerderij een kuiken met een Hitlersnorretje uit het ei, die al snel alle andere dieren terroriseert. Hij krijgt hulp van een opgeblazen eend met een Italiaans accent. Disney won in 1943 een Oscar voor Der Fuehrer's Face. In deze korte kleurenfilm is Donald Duck een inwoner van 'Nutziland' die '48 uur per dag' in een munitiefabriek werkt. Zijn kamer heeft hakenkruisbehang, op zijn wekker is het gezicht van Hitler getekend. Pas als Donald aan het slot wakker wordt blijkt Nutziland een nachtmerrie te zijn. De schaduw op de muur is geen schaduw van Hitler, maar van het Vrijheidsbeeld. Dankbaar dat hij een burger van de Verenigde Staten is, klemt Donald zijn kopie van het beeld in zijn armen.

Der Fuehrer's Face was ook overzee een succes. De film werd in de Sovjet-Unie voor de Russische troepen vertoond en de Amerikanen smokkelden hem Duitsland binnen. 'We hoorden dat Hitler elke kopie die hij kon vinden, liet verbranden', zegt regisseur Jack Kinney in het boek The 50 Greatest Cartoons.

Mascotte

De tekenfilmfiguren behoorden in de oorlog tot de populairste patriotten. Van de bekende karakters werd alleen de brave Mickey Mouse niet voor the war effort ingezet. De opvliegende Donald Duck en de niet van de wijs te brengen Bugs Bunny pasten beter in de oorlogssfeer, al droeg ook de muis zijn steentje bij - 'Mickey Mouse' was het wachtwoord op D-Day. Duck, Mickey en Bugs werden door tal van regimenten als mascotte geadopteerd, hun afbeelding werd geschilderd op de neuzen van gevechtsvliegtuigen.

Fragmenten uit Der Fuehrer's Face komen niet voor in de Nederlandse documentaire. De Disney Studio geeft er geen toestemming voor; Donald Duck met een hakenkruis om zijn arm of een Hitlersnorretje op zijn snavel, dat zou wel eens verkeerd uitgelegd kunnen worden. Disney heeft inmiddels veel films uit de oorlog verboden of gecensureerd.

Warner Brothers is minder terughoudend. Hun 'Censored 11' is een lijst van cartoons die vooral karikaturen van zwarten bevatten. Herr meets Hare (1945) staat gewoon op de videoverzameling 'Bugs en Daffy: The Wartime Cartoons'. In deze video komt Bugs in het Zwarte Woud Hermann Goering tegen en vermomt het konijn zich achtereenvolgens als Hitler, Brunhilde en Stalin. Maar Bugs Bunny Nips the Nips (1944) heeft de videotheek niet gehaald. Pressie van Japans-Amerikanen zorgden voor het uit de handel nemen van een band die deze film bevatte. Op Internet worden alle gecensureerde cartoons, waaruit bijvoorbeeld ook zelfmoord verdween, opgesomd op de The censored cartoons page (www.megalink.net/oke/looney/lt.cuts.html).

Duitsers en Italianen worden in oorlogsfilms meer gespaard dan Japanners. Hitler en Mussolini worden belachelijk gemaakt, Hirohito treedt veel minder op de voorgrond. De tekenaars hebben aan gewone Japanners genoeg, want elke Japanner is slecht en lelijk, heeft grote tanden en draagt een dikke bril. In Commando Duck zegt een Japanse soldaat: 'Japanse gewoonte altijd schieten in de rug, graag'. Zelfs de commentaarstemmen maken een onderscheid tussen de Duitse en de Japanse vijand. Er is vaak sprake van 'Hitler en de Japanners'.

In de documentaire van Van Waveren en Braamhorst komen een paar verzamelaars en historici aan het woord die de studio's van politieke correctheid betichten en ze verdenken van financiële motieven voor de zelfcensuur: Japan is een handelspartner die men liever niet beledigt. Ze zeggen dat de tekenfilms voor volwassenen bedoeld waren, en ze hebben gelijk. Maar nu kijken voornamelijk kinderen naar cartoons.

Domheid

De tijden zijn veranderd. De tijden zijn ook hetzelfde gebleven: de grap van Jones over 'flying floatless' of 'frying frocress' is nu niet meer leuk, maar door zijn talent zijn de cartoons van toen over lelijke Japanners nog steeds om te lachen. Humor berust op afspraken. Als eenmaal vaststaat dat de wolf dom is, kun je om vindingrijke demonstraties van die domheid lachen. Het is begrijpelijk dat Disney en Warner zo'n afspraak over Japanners met de kinderen van nu niet meer willen maken.

Het Amerikaanse ministerie van Oorlog had in de jaren veertig al zo zijn eigen redenen om bezwaar te maken tegen de ergste uitwassen. Als de Japanners zo dom en laf waren, hoe kon het dan dat de Amerikanen de oorlog nog niet gewonnen hadden?

De tekenfilms uit de oorlog hebben vaker een tegenstrijdige boodschap. Indrukwekkend dubbelzinnig is het slot van de Disneyfilm The New Spirit, waarin Donald Duck de Amerikanen aanspoort belasting te betalen - 'Taxes to beat the Axis'. Veel Amerikaanse arbeiders betaalden in 1942 voor het eerst inkomstenbelasting. Aan het eind van de film, die in 1942 genomineerd werd voor een Oscar in de categorie beste documentaire, verslaan Amerikaanse tanks en vliegtuigen in het duister van een bewolkte nacht een ijzeren nazibeest. Een diepe stem zegt: 'Taxes to beat the evil destroyers of peace'. Maar met deze vrede is de film nog niet afgelopen. De wolken gaan linksboven opzij, en in een vierkant van blauw duister twinkelen de sterren van de Amerikaanse vlag. 'Taxes will keep democracy on the march', zegt de stem en vanonder de Amerikaanse hemel blijft steeds meer oorlogstuig de wereld vullen.

Walt Disney ontpopte zich niet meteen als een patriot. De nacht na Pearl Harbor moest hij zich legitimeren om zijn eigen studio in te kunnen: het leger had zijn studio bezet om de naburige Lockheed-fabriek tegen een luchtaanval te beschermen. Vooral het feit dat geen enkele andere studio door het leger was gevorderd, stak Disney. Het bevestigde volgens de directeur de lage plaats van de tekenfilm in de Hollywood-hiërarchie. Of werden de andere studiobazen met rust gelaten omdat ze joden waren? Verontwaardigd ging Disney, een onverbeterlijke antisemiet, met pensioen.

Vijf weken later was hij terug. Het leger had hem gevraagd instructiefilms te maken. Binnen een jaar stond meer dan negentig procent van Disney's productie in dienst van de oorlog. Ook The New Spirit en Der Fuehrer's Face werden, als 'psychologische producties' in opdracht van de overheid gemaakt. Anders dan de meeste studio's, die hun sterren gratis lieten optreden in propagandafilms, verdiende Disney aan zijn werk voor de regering.

S.N.A.F.U.

Warner Brothers maakte voor de troepen een serie van 26 zwart-wit tekenfilms over Private S.N.A.F.U., een afkorting van de onofficiële legerterm 'Situation Normal All Fucked Up'. De serie combineert de woordspelige humor van Warner Brothers met soldatenlol. De militaire censuur was minder streng tegen seks dan de Hays Code waar Hollywood zich voor de oorlog aan hield. In Booby Traps bezoekt Snafu een harem. Als hij zijn armen om een 'doll' heenslaat (die ook echt een pop is, en geen meisje), krijgt hij argwaan. Dat voelt wel erg hard. Hij kijkt, en de pop heeft bommen in plaats van billen. Even later schiet haar bh-tje af en zijn ook haar boobies booby traps.

Het leger gebruikt Snafu, het domste en het luiste soldaatje, om eenvoudige onderwerpen als het nut van het dragen van de juiste kleding of het slikken van malariapillen te onderstrepen. Ook 'het oplopen van diarree wegens het weigeren van het wassen van eetgerei' kon het onderwerp van een Snafu-aflevering zijn. Het leger had nooit bezwaar tegen de flauwiteiten die de makers, onder wie kinderboekenschrijver Dr. Seuss, met Snafu uithaalden. Alleen toen Chuck Jones een keer een geheim wapen tekende, kreeg hij bezoek van mannen met regenjassen en gleufhoeden. Zij wilden weten of hij iets over de atoombom wist.

Net als gewone tekenfilms zitten de Private Snafu's vol melig- en schoonheden. Er zijn krijsende Japanners en visuele vondsten. In een filmpje over het gevaar van spionnen is een Jap zo klein dat hij in een telefoon past en verstoppen twee Duiters zich achter twee hertenkoppen aan de muur van een café. Hun geweien vormen samen een hakenkruis.

Aan het slot van Ducktators praat Chuck Jones hard over zichzelf en zijn collega-tekenaars. Zij bezagen de oorlog net als veel Amerikanen van een afstand, zegt hij. Ze waren er niet echt bij betrokken, maar hun werk moest anderen wel betrokken maken. Af en toe laat een fragment uit Ducktators iets zien van de onafhankelijke, baldadige geest die de cartoonisten ook eigen was. In een van de filmpjes laat Daffy Duck zich toezingen: Amerikanen geven de moed niet op, klinkt het. Juist, zegt Daffy. 'And I'm an American... pas na een korte pauze volgt het ironische besluit... Duck'. Deze grap heeft geen nieuwe frappe nodig.