De lokroep van het theaterhotel

ALMELO/NEW YORK. Men moet de feesten vieren hoe ze vallen, luidt het spreekwoord, maar eigenlijk vind ik dat feesten helemaal niet gevierd zouden moeten worden. Ongeacht hoe ze vallen. De meeste feesten die ik bezocht deden mij stuk voor stuk verlangen naar een schuilkelder.

Niettemin bracht ik kerstmis 1997 door in het theaterhotel in Almelo. Ik wilde weten hoe mijn volk kerstmis vierde.

Als ik had kunnen kiezen had ik waarschijnlijk voor het Siciliaanse volk geopteerd, maar kiezen kan blijkbaar niet als het om je volk gaat. Hoewel ik de laatste tijd regelmatig op de vraag waar ik vandaan kom, 'Rusland,' antwoord en ik zelfs een vermakelijke avond als Bulgaar achter de rug heb, word ik nog altijd een Nederlandse schrijver genoemd. Daarom wilde ik mijn volk bespioneren tijdens het kerstfeest.

Weinig warme gevoelens stromen door mij heen als ik mijn geboortegrond betreed. Ik ben niet verantwoordelijk voor mijn geboortegrond, de geboortegrond is niet verantwoordelijk voor mij. Ik heb meer warme gevoelens als ik een badkamer betreed met een schone wc. Als ik een nationalist was zou mijn nationalisme uit schone wc's bestaan. Ik kan verklappen dat ik wc's heb bezocht waar ik mijn ogen tijdens het plassen heb moeten sluiten om de rotzooi niet te zien. En dat waren niet alleen wc's in internationale treinen, maar ook wc's bij mensen thuis van wie je het niet zou verwachten.

Beroemde actrices gaan met negen man personeel op reis. Ik zou met maar één man op reis willen gaan, een wc-schoonmaker. Het moet een oudere heer zijn die altijd een bruin pak draagt, en een leren tas bij zich heeft met daarin zes, zeven wc-borstels en ander gereedschap. Hij zou een beetje een geheimzinnige man moeten zijn die middenin een belangrijk gesprek opeens zegt, 'er gaat niets boven de streling van een menselijke hand'. En dan weer vijf maanden lang zijn mond houdt.

Hij zou mijn Sancho Panza zijn en met net zoveel liefde over zijn wc-borstels spreken als duivenmelkers over hun duifjes. Mijn laatste woorden zouden moeten zijn: 'maak de wc schoon'. Men kan dat alvast noteren, zodat geleerden nu al hun hoofd kunnen breken over de raadselachtige betekenis van deze woorden, want als ze dat pas na mijn dood doen heb ik er geen plezier meer van.

Op heilige nacht zat ik in het vliegtuig van New York naar Amsterdam. Het was bijna leeg. Een handjevol Japanners, twee vrome joden, een Amerikaan die een spoedgeval had, maar niet wilde zeggen wat voor spoedgeval en ik.

De stewardess zei dat ze altijd op heilige nacht vloog omdat ze anders familie zou tegenkomen die ze de rest van het jaar probeerde te ontlopen. Als het kwaad bestaat dan is de familie de baarmoeder van dat kwaad. Daarom houd ik zo van oude mafiafilms, want dat is de enige vorm van familieleven die ik acceptabel vind.

Ik legde de stewardess uit dat ik naar Nederland ging om te kijken hoe mijn volk kerstmis vierde, bijna tweeduizend jaar na de geboorte van een verlosser. Ze vond dat een goed idee en informeerde of ik er ook foto's van ging maken voor het nageslacht.

Als een universiteit mij een bijzonder hoogleraarschap sociologie zou aanbieden, zou ik er serieus over denken. Ik kwam nog net op tijd voor het diner dansant op eerste kerstdag aan in Almelo. Helaas was het theaterhotel geheel volgeboekt. Ik kon er nog wel eten en dansen, maar niet meer slapen. Ik was niet de enige die de lokroep van het theaterhotel had gehoord. Er was nog maar één ander hotel in Almelo en ook dat zat vol. Ook in Hengelo zat alles vol. Uiteindelijk vond ik nog een kamer in een motel in Enschede. Ik legde de receptioniste uit dat ik pas na middernacht zou komen, omdat ik eerst nog in Almelo moest eten en dansen. 'Maar wij hebben ook een kerstdiner', zei ze verontwaardigd. Gelukkig was ik in de gelegenheid een kamer in het theaterhotel te bezichtigen. Alles wat in de kamer aanwezig was stond vastgeschroefd. Geen pen, geen briefpapier, geen papieren zakdoekjes, geen telefoonboeken, geen zeepje. Ook de verlichting was tot een minimum beperkt, zodat de gasten hooguit drie of vier gloeilampen per familie konden stelen. De familie Van der Valk stelde zich blijkbaar op het standpunt dat het Nederlandse volk een volk van inhalige dieven is die alles wat los zit mee naar huis nemen voor eigen gebruik. Toen begon het diner dansant.

Een dame zong Engelse liedjes waarop men kon schuifelen. Tussendoor maakte ze bekend, 'en dit is voor onze drummer die vandaag vrijgezel is geworden. Almelo pas op.' Men was goed gekleed. Dames in lange jurken. Hier en daar een smoking. De meeste gasten waren van middelbare leeftijd, maar ik zag ook jonge mannen met snorren en minstens zeven heren met pruiken. Het schijnt dat het een aflopende zaak is met pruiken. Er zijn pillen op de markt die de haargroei bevorderen, zonder al te veel kwalijke neveneffecten. Volgens mijn kapper in New York gaan ze als warme broodjes. Eigenlijk zou een fotograaf nu heel snel alle mannen met pruiken moeten fotograferen voor ze voorgoed uit het straatbeeld verdwijnen. Om mij wat minder eenzaam te voelen stelde ik mij voor dat ik kerstman was. Het was een aangenaam gevoel. Meer joden en moslims zouden zich beschikbaar moeten stellen als kerstman. Want laten we wel zijn, die hebben die avond toch niets te doen, dus kunnen ze net zo goed hun christelijke buurman even uit de brand helpen. En dan komt er ieder jaar ook een enorme optocht door Amsterdam met allemaal joodse en islamitische kerstmannen. Kerstmannen te voet, kerstmannen op een dromedaris, kerstmannen op een ezeltje. Dat zou een mooie traditie zijn.

Er was in Almelo maar één kerstman. Een paard of een ezel heb ik niet gezien om van een dromedaris nog maar te zwijgen. Terwijl je van een theaterhotel toch zou mogen verwachten dat ze iets zouden doen om de sfeer te verlevendigen.

Tijdens de tomatensoep speelde de kerstman 'stille nacht, heilige nacht.' Daarna ging het buffet open. Er waren mensen die al een kwartier van te voren voor de hekken stonden, maar eerlijk is eerlijk, zij waren in de minderheid. De meeste mensen wachtten rustig af. Er was een varkentje uit de oven en dat ging het snelst. Toen ik bij het varkentje arriveerde was het helemaal op. Om mij heen hoorde ik fluisteren dat het een knapperig huidje had gehad.

Ik zat naast een stel dat niets tegen elkaar zei. Later hoorde ik geruchten dat de vrouw in kwestie de avond ervoor in beschonken toestand vreemde mannen had aangeklampt. En tijdens het nagerecht, tot groot ongenoegen van haar echtgenoot, liederen was gaan zingen uit de musical Evita.

Zoiets deed zich op deze avond niet voor. Mijn volk wist zich te beheersen. Er vloog geen bestek door de lucht, er werd niet met brood gesmeten, er werd niet gevloekt, er werden zelfs geen schuine moppen getapt, er werd nauwelijks gesmakt of gespogen, en men at, een enkele uitzondering daargelaten, met mes en vork. Over de hongerwinter werd ook al niet gesproken. De gesprekken die ik opving gingen over kerstmis op Thailand, waar men verleden jaar was geweest, de ongemakken van zwart geld, en de kinderen. Er is geen enkele reden te denken dat gesprekken over het niets en het zijn op een hoger plan staan. Integendeel, het verhaal over de ongemakken van zwart geld was uitermate boeiend. Een man met een kaal hoofd vertelde hoe hij jarenlang van zijn zwarte geld probeerde af te komen, en hoe het alleen maar meer werd. Iedere keer weer bracht hij het in een koffer over de grens. Hij was in gezelschap van twee vrouwen, een jonge en een oude en nadat hij voor de vijfde keer van het buffet was teruggekeerd bezwoer hij de vrouwen dat hij niet bang was voor de dood.

Toen ik in mijn motel in Enschede arriveerde waren ook daar de festiviteiten net afgelopen. De receptioniste vroeg of ik een kerstontbijt wenste. Maar toen ik hoorde dat ik dat voor elf uur gegeten moest hebben, bedankte ik vriendelijk. Ik had het mijn hele leven zonder kerstontbijt gedaan, en zou ook dit jaar wel zonder kerstontbijt overleven.

Oudejaarsavond was ik weer terug in New York. Ik bracht de avond door met de Duitse filmregisseur Peter Lilienthal, die al negen maanden lang bezig is met mij ideeën te ontwikkelen voor een komedie.

Hij was in gezelschap van een bokser uit Haïti. De bokser vertelde dat hij het boksen had opgegeven nadat hij zijn tegenstander in de ring een keer halfdood had geslagen en vervolgens had gemerkt hoe het publiek de halfdode met fruit en lege flessen bekogelde. De vader van de halfdode moest zijn zoon uit de ring tillen terwijl het publiek doorging met bekogelen.

Later op de avond vertelde de bokser dat de Heer tussen het jaar 2001 en 2010 deze wereld zal bezoeken.