Chiapas is in de greep van chaos

In de Chiapas wordt de chaos dagelijks groter. “De staat vertegenwoordigt niemand meer in Chiapas.”

OCOSINGO, 16 JAN. Vijf, misschien zesduizend zwijgende indianen blokkeren de enige weg door het stadje. In het midden een boomstam. Daaromheen staan mannen met hoeden en zwarte rouwlintjes op hun borst. Een loodzware stilte. Zelfs de kinderen bij hun moeders in berm doen er het zwijgen toe.

Op hetzelfde moment wordt in een arm Tzeltal-dorp, twaalf uur lopen verderop, een indiaanse vrouw begraven. In een lichtblauwe lijkkist gaat ze terug naar de aarde die ze 38 jaar lang heeft bewerkt. “Op 12 januari is compañera Guadalupe Méndez López tot leven gekomen”, klinkt de zachte stem van 'ondercommandant Marcos' uit de radio. Het is de Zapatistische guerrillaleider gelukt om vanuit het oerwoud even op de middengolf in te breken. Zijn boodschap duurt niet lang: “12 januari is de dag dat Guadalupe door de staatspolitie vermoord werd tijdens een vreedzame demonstratie in Ocosingo.”

Toch steekt Marcos de rouwende massa in Ocosingo een hart onder de riem. Sinds de slachting door paramilitairen op 22 december van 24 indianen in het dorpje Acteal, staat de deelstaat Chiapas in lichterlaaie. Bij de overheid zijn wat koppen gerold. De minister van Binnenlandse Zaken en de gouverneur van Chiapas hebben hun functie moeten neerleggen. Nu zijn weer dertig van de veertig politiemannen opgepakt die maandag op de mensen van Ocosingo schoten en Guadalupe vermoordden. Maar het 'vredesproces' is nog steeds niet op gang gekomen.

Elke dag weer worden nieuwe militairen ingevlogen. Ze bezetten de weinige scholen die er in Chiapas zijn, ze sluiten de indianen in hun dorpen op, ze halen hun hutten overhoop 'op zoek naar wapens'. “Wij willen dat de militairen uit Chiapas verdwijnen”, zegt één van de boerenleiders die de wegblokkade in Ocosingo leidt. Een rustige indiaan met een doorgroefd gezicht. “Wij willen met de regering over oplossingen praten. Maar we willen ook dat ze hun eigen akkoorden uitvoeren.”

Uit zijn woorden spreekt dezelfde praktische bescheidenheid als eerder de Zapatistische burgemeester van het plaatsje San Andrés. Een slaperig plein vol kippen en varkens, waaraan een kerkje met felgekleurde heiligenbeelden staat. De plaats is belangrijk, omdat hier twee jaar geleden de akkoorden tussen de regering en het Zapatistische Volksleger (EZLN) van Marcos werden getekend. Onderdeel van die akkoorden was de politieke erkenning van de EZLN en zijn ongewapende aanhang.

“Wij willen waardig blijven. Wij willen correct zijn”, zegt de burgemeester. “Ook al doen zij al twee jaar niets anders dan ons provoceren.” In zijn barak praat hij over de regerende Institutionele Revolutionaire Partij (PRI) en het leger. Hoe zij ook hier jongens als paramilitairen werven. Soms houden ze, bewaakt door het leger, demonstraties van hun vechtkunst op het marktplein. “Nee”, antwoordt de burgemeester. “Wij behandelen die jongens niet als verraders.” Wat schiet je op met een strijd tussen armen en armen, indianen tegen indianen? Terwijl de staat weer met gekruiste armen toekijkt hoe zij elkaar uitmoorden?

Het is een gegeven dat de staat - lees de PRI - er voor de indianen van Chiapas nooit is geweest. Het beheer van de deelstaat werd uitbesteed aan de grootgrondbezitters die naar eigen goeddunken 'hun' bezitloze indianen bestuurden. Voor het eerst in zeventig jaar is dit systeem nu in crisis. De president en de regering hebben hun greep op het gebied verloren. Leger en politie gaan hun eigen gang. Zij bewapenen paramilitaire groepen die nu weer eens van de PRI zijn, dan weer van boze grootgrondbezitters die zich tegen de PRI hebben gekeerd.

Ook binnen de PRI woedt een heftige strijd. Een deel is voor het met harde hand onderdrukken van elke vorm van indianenverzet. Een ander deel stelt dat het tijd wordt dat ook Chiapas de moderne wereld betreedt. “Marcos heeft nooit de oorlog aan de regering verklaard”, zegt de ex-voorzitter van de parlementaire bemiddelingscommissie voor Chiapas, Jaime Martínez. “De Zapatisten verklaarden de oorlog aan een achterlijk systeem, waarin de eis van een minimumloon of een achturige werkdag door plaatselijke potentaten nog als 'communistische subversiviteit' wordt beschouwd.”

In het onafhankelijke weekblad Proceso doet Martínez deze week een boekje open over de manier waarop “olichargische mafiagroepen” binnen de PRI sinds twee jaar elke vorm van dialoog met de Zapatisten gesaboteerd hebben. De harde lijn, zegt de PRI-bemiddelaar, is nooit van Marcos gekomen. “Hij was te allen tijde bereid tot een akkoord.” De trieste conclusie van de PRI-parlementariër is dat president Zedillo de 'gijzelaar' is van deze mafiagroepen. “Door hen wordt de president geïsoleerd van iedereen die in Chiapas een akkoord tot stand kan brengen.”

Daarom voert de weg terug van Ocosingo langs nog meer Zapatistische blokkades en militaire wegversperringen. Het is al donker wanneer taxichauffeur Christóbal plotseling hard op zijn rem staat. Uit zijn radio kraakt het bericht dat er weer een collega is verdwenen. Elf dagen geleden werd er ook een taxichauffeur op de weg naar Ocosingo vermoord. Vijf bandieten beroofden hem van zijn auto en schoten de man neer. Bij arrestatie bleken drie van de daders minderjarige indianen. “Het is pas sinds de opstand van Marcos dat dit soort dingen gebeuren”, zegt Christóbal. “Eerst waren alle indianen hier in slaap. Nu worden ze wakker. Dat is niet meer te stoppen.”