Betrouwbaarheid cruciaal bij oordeel over Italië

Moet Italië bewijzen dat het zijn financiën duurzaam op orde kan houden, voor het toetreedt tot de muntunie? Er blijven vraagtekens bij de houdbaarheid van het beleid van de regering-Prodi.

ROME, 16 JAN. Een kernvraag in het debat over de financiële betrouwbaarheid van Italië is of andere EMU-landen beter af zijn met onmiddellijke deelname of met toetreding na een jaar of twee.

Naast de overweging dat Italië extra tijd nodig heeft om te bewijzen dat de nu zichtbare verbetering blijvend is, is er nog een argument voor uitstel: Rome blijft gedwongen zich financieel netjes te gedragen. Europa is als pressiemiddel gebruikt voor de bezuinigingen. Als die druk wegvalt, zou ook de animo kunnen verdwijnen om de ingezette sanering af te maken. Verscheidene politici hebben gezegd dat het argument 'het moet van Brussel' het enige is dat echt effect heeft.

De belofte om de Eurobelasting gedeeltelijk terug te betalen, is wat dat betreft weinig hoopgevend. Minister van Schatkist Carlo Azeglio Ciampi heeft eerder deze maand bevestigd dat het kabinet daarmee in 1999 wil beginnen. Zijn woordvoerder zegt dat het niet gaat om terugbetaling, maar om een algemene verlaging van de belastingdruk, mogelijk door de verbeterende economische situatie. Maar dat kan het beeld niet wegnemen dat de Eurobelasting, in strijd met alle afspraken, wordt gebruikt als een lening om binnen te komen.

Voor snelle toetreding zijn veel politieke argumenten aangevoerd. Parijs wil Rome als bondgenoot tegenover strenge Duitse en Nederlandse rekenmeesters. Pierre Moscovici, de Franse minister voor Europese Zaken, herhaalde woensdag dat de Fransen Italië vanaf het begin bij de EMU willen. En de voorzitter van de economische adviesraad van de Duitse regering, Herbert Hax, zei in La Repubblica: “De situatie heeft dat onvermijdelijk gemaakt.”

Maar er is ook een financiële overweging. Uitstel kan het moeilijker maken voor Italië om later toe te treden. Centraal in de sanering van de overheidsfinanciën staat de rente. Wegens de enorme overheidsschuld betekent ieder procent rentedaling voor de Italiaanse schatkist een besparing van bijna twintig miljard gulden. Als Italië niet vanaf het begin kan meedoen met de EMU zal de rente waarschijnlijk moeten stijgen en wordt het voor Italië bijzonder moeilijk om de aansluiting te houden bij de EMU-groep. Uitgaande van het gegeven dat niemand pleit voor langdurige uitsluiting van Italië, moet de mogelijkheid worden meegewogen dat de financiële situatie van het land over een paar jaar slechter is geworden.

Ciampi heeft gezegd dat Italië met daden en cijfers zijn betrouwbaarheid wil aantonen, maar het huidige beeld is gemengd. De inflatie is gezakt naar 1,7 procent. Het disconto is verlaagd naar 5,5 procent. Het tekort voor vorig jaar komt volgens Rome uit op 2,8 procent, al moeten de begrotingstrucs die hierbij zijn uitgehaald, nog worden getoetst om te zien of zij volgens de Europese regels toelaatbaar zijn.

Andere positieve ontwikkelingen zijn de hervormingen van de overheidsbureaucratie en het belastingstelsel, en ingrepen om het marktmechanisme beter te laten werken. Deze plannen moeten door verhoging van efficiëntie en effectiviteit inflatoire tendenzen de kop indrukken.

Bij het privatiseringsbeleid zijn vraagtekens te zetten. In het akkoord tussen het staatsbedrijf Alitalia en de KLM heeft het kabinet zich onthouden van politieke sturing, maar dat geldt niet voor alle staatsbedrijven. Bovendien probeert de Italiaanse overheid greep te houden op gedeeltelijk geprivatiseerde bedrijven als Telecom en Eni.

De hervorming van het pensioenstelsel is volgens de meeste onafhankelijke studies onvoldoende. Het kabinet heeft het akkoord hierover met de bonden geprezen als het best haalbare. Maar ook Ciampi heeft toegegeven dat hij meer had willen doen, en gezien de enorme achterstand op dit gebied was meer nodig geweest.

De staatsschuld beloopt ruim 123 procent van het bruto binnenlands product. Ook in het gunstigste geval wordt niet vóór het jaar 2010 het EMU-doel van 60 procent gehaald. Bovendien is de schuld door zijn enorme omvang van 2,4 triljoen lire, ongeveer 2,8 biljoen gulden, een inflatoire tijdbom.

Tot nu toe is de schuld goeddeels binnenlands gedekt. Maar de rente op staatsleningen daalt, de beurs wordt steeds interessanter, en het gevaar bestaat dat Italië zijn rente op staatsleningen moet verhogen en daarmee de inflatie aanwakkert om zijn schuld te kunnen blijven dekken.