Bekentenissen van een goeiige onnozelaar; Roman in ferme streken van Hugo Claus

Hugo Claus: Onvoltooid verleden. De Bezige Bij, 175 blz. ƒ 29,50 / ƒ 42,50 (geb.)

Als België niet al bestond, had Hugo Claus het uitgevonden. De corruptie en de machtswellust, de kindermoorden en de doofpotten, die hele broeierige sfeer van rottenis die de laatste jaren uit de Vlaamse kranten dampt, die zit ook in zijn werk. En gek genoeg - die zat daar al van meet af aan, ook in de jaren vijftig al, lang voor de kranten zo ver waren. Het is of hij zijn lezers in de loop der tijd heeft weten te bewerken om te zien wat hij in zijn zwartgalligheid altijd al zag. Zijn land is zich naar hem gaan voegen.

Mooier dan ooit was dat te zien bij het verschijnen, ruim een jaar geleden, in de herfst van 1996, van het briljante De geruchten. De roman speelt in de jaren zestig, als de deserteur René Catrijsse uit de koloniale oorlog in de Congo terugkeert naar het Vlaamse dorp van zijn geboorte. Maar die jaren zestig bleken allerminst verjaard, want langzaamaan groeit uit die anekdote een onthutsend beeld van handjeklap en smeerlapperij onder de bestuurders van het land. En waar deed dat aan denken? De verdwenen An en Eefje, Julie en Mélissa waren net die zomer opgegraven en de pers stond vol vermoedens over banden tussen Marc Dutroux en hooggeplaatste heren. Claus had opgeschreven wat de natie nog maar net begon te overwegen.

Je kunt dat toeval noemen, al was de roman al voltooid toen België in oproer raakte. Maar het zegt toch ook iets over Claus' talent. Een goede schrijver is profetisch, zoals hij graag licht ironisch mag vertellen, en hijzelf is niet alleen een goede maar soms ook een lepe schrijver. Naast een wonderbaar vermogen om de tijd te peilen heeft hij ook nog eens de handigheid om daar bij zijn publiek de boter uit te braden. Hij doet het erom - en meer dan ooit -, in zijn nieuwste roman.

Onvoltooid verleden bouwt met nadruk voort op De geruchten en zit de actualiteit nog dichter op de huid. Het verhaal speelt weliswaar in onze tijd en heeft een nieuwe held, maar die ontpopt zich halverwege als een broer van René Catrijsse. Dat is ook hoe hij genoemd wordt, Broer, een afgeleide van zijn voorganger. Het is diens verleden dat hij met zich meedraagt, onvoltooid en wel, en dat verleden wordt meteen op bladzij twee al aan de actualiteit gehaakt als hij begint over de tijd, jawel, 'dat men een dertienjarig meisje aan de kust en twee meisjes van veertien in de streek van Haspengouw vermiste.'

Met die aftrap gaat Claus een stap verder dan in De geruchten. Hij laat je als lezer niet meer zelf uitzoeken hoe zijn werk verband houdt met de werkelijkheid, hij legt de verbanden eigenhandig - zij het door de mond van Broer, want die is haast onafgebroken aan het woord. Het boek is opgebouwd als een terugblik in de vorm van een verhoor, afgenomen door een commissaris van politie die in De geruchten ook al langskwam, en je kunt alleen al door die vorm zo'n beetje raden waar het heen gaat. Broer zal een verklaring afleggen en zijn schepper zal in die vermomming een visie geven op het hedendaagse België.

Claus doet dat listig, door je binnen de begrenzingen van dat gegeven eerst een dwaalspoor op te sturen. Broer is net als in de vorige roman een goeiige onnozelaar, als kind ooit van een fiets gevallen en sindsdien een beetje simpel. Hij woont tegenwoordig in de grote stad en heeft een baantje in het magazijn van een kantoorboekhandel. In de tijd van de vermiste meisjes blijkt hij daar een brief met foto's van een bloot en minderjarig meisje onderschept te hebben dat bestemd was voor zijn chef. Hij is op het idee gekomen dat de kiekjes iets te maken moeten hebben met de krantenkoppen en heeft besloten dat hij iets moet ondernemen. En omdat hij aardig en goedmoedig is en door zijn eerste klungelige stap tegen de chef meteen ontslagen blijkt te zijn, voel je een eind met hem mee en merk je gaandeweg pas dat hij niet alleen goedmoedig is. De sympathie die je voelt blijkt sympathie te zijn voor, ja voor wat? Wat heeft hij zelf op zijn geweten, dat hij wordt verhoord?

Claus zet die spanning stevig aan, wat je eraan herinnert dat het boek aanvankelijk is opgezet als feuilleton (voor De Morgen, waar het in het najaar in vijftien delen is verschenen). Elke week een aflevering - het is een negentiende-eeuws soort vakwerk, dat stilistisch grof geschut vraagt om de lezer bij de lurven te pakken, en dat werkje blijkt aan Claus nogal besteed. Was De geruchten een behoedzaam opgebouwd tableau van stemmen waarin de intrige oploste in sfeer en beelden, Onvoltooid verleden gooit het meer op cliffhangers en klare taal, in ferme streken opgezet en nu en dan nog aangezet voor een detail om van te gruwen.

Want dat zul je, gruwen. De verdorven chef van Broer, op zich al geen bijzonder appetijtelijke man, pokdalig en broodmager, heeft 'een verlamming van zijn rechterwang (-) omdat een tandarts zich vergist had'. Een ander in de zaak verbergt achter zijn snor een hazelip en weer een ander heeft 'ineengeschrompelde organen (-) omdat hij in asbest had gewerkt'. Niets in het België van Broer is ongeschonden, alles draagt een teken van verwoesting en geweld, een waarmerk van de macht die het verleden uitoefent over het heden. Net als Broer zelf, sinds die val van de fiets.

Bij die overweldigende, alomtegenwoordige geschondenheid begint de psychologische tournure die je samen met de brave sukkel maakt, gedurende de terugblik van zijn verhoor. Hij leeft met een verlangen naar het tegendeel, naar zuiverheid, zoveel is duidelijk, en dat is waarom hij in actie is gekomen tegen die onappetijtelijke chef. Maar voor hij goed en wel begreep wat hem overkwam blijken de plannen in een stroomversnelling te zijn geraakt, zozeer dat hij inmiddels medeplichtig is geworden aan een moord. En nog een moord. En nog een. Hij vertelt van een slachtmes, een ijzerzaag en plastic zakken voor de rommel, en wie wil weten hoe je een geplatineerd goudkleurig Thais bestek in iemands lichaamsopeningen kwijt kunt - ook de taartschep -, mag het slot van het verhoor niet missen. Een feest wordt het, een feest van nog meer verwoesting.

Dat brengt Onvoltooid verleden bij een thema dat in De geruchten ook al opdook - dat van de onmogelijkheid aan die verwoesting te ontsnappen. Wie zich los probeert te maken van de gruwelijkheid van het bestaan, zal zich er langs een omweg juist door laten overweldigen. Dat soort beschaving is een vorm van zelfmisleiding die de mens uiteindelijk meer blind dan ziende maakt. Of, met een woord van Broer: het leven is een feuilleton waarvan je het verloop volgt 'maar waarvan de belangrijkste fragmenten voor altijd verloren zijn gegaan'. Je kunt het kwaad van het verleden niet meer achterhalen maar je wordt er toch door geregeerd en zult het daardoor steeds herhalen. Het verleden blijft altijd onvoltooid.

Maar die gedachte krijgt in dit geval een stevig houvast in de actualiteit door die verwijzing naar vermoorde meisjes. Broers verlangen naar een nieuwe zuiverheid is een gevoel dat vrijwel iedereen in België de afgelopen jaren heeft bevangen. Maar als dat gevoel tot nieuwe moorden leidt in plaats van tot een oplossing van oude (waar die hele chef uiteindelijk niets mee te maken lijkt te hebben), wat vertelt dat dan over de waarde van die sentimenten? Claus richt zijn moraal niet op de bende van Dutroux maar, dwarser en verrassender, op het publiek dat daar zo vol emotie over spreekt. Emotie, concludeert hij impliciet, die kiemen meedraagt van eenzelfde moordzucht.

Dat is een harde, heldere en toch niet obligate slotsom. Maar wat Onvoltooid verleden wint aan duidelijkheid en actualiteit, verliest het op den duur aan literatuur. Het boek is geschreven met het overwicht en de bravoure van de meester, meer dan het tastende De geruchten, maar de keerzij is dat Claus de indruk wekt dat hij zo'n beetje klaar is met zijn stof. De moorden die hij een voor een naloopt voegen na een poosje niet zoveel meer toe, met hoeveel smaak hij ze ook neerzet, en de nog behoorlijk ingewikkelde intrige wikkelt hij zo feilloos af dat je er met bewondering naar kijkt, maar daarna toch een lichte domper voelt. Wat blijft er nog te raden? Onvoltooid verleden is een volvet en wellustig en wellicht profetisch boek dat je in één keer uitleest, maar als ik moet kiezen, dan toch De geruchten.

Uit: Hugo Claus, Onvoltooid verleden

Met een vleesmes sneed ik het plakband door dat kriskras over de envelop gekleefd was en pulkte er een opgevouwen papier uit en twee polaroidfoto's. De polaroidfoto's gleden tussen mijn vingers op tafel. Het was alsof iemand mij voluit een klap op mijn neus gaf. Ik hapte naar adem. (-)

Het meisje op beide foto's was een jaar of tien, elf, twaalf. Zij had schapenkrullen tot aan haar schouders. Op één foto lag zij naakt en keek direct in de lens.