Authentieke geluiden uit Groningen

Redt Ouwerkerk het?

Wij moeten het ergste voor hem vrezen.

Tien jaar geleden zou ik hem nog een goede kans hebben gegeven. Als je toen als lokale autoriteit faalde, kwam je dat hooguit op enkele verontruste hoofdredactionele commentaren te staan in de toonaangevende, landelijke pers. Het Journaal stuurde een verslaggever die zich schaapachtig bij het plaatsnaambord liet filmen, alvorens voor anker te gaan in de plaatselijke herberg om daar de rest van de dag wat couleur locale op te doen.

's Avonds keken wij naar het resultaat, door Fred Emmer op de rand van onverschilligheid gepresenteerd. Dat was nog eens televisiejournalistiek.

Tegenwoordig zijn de jongens en meisjes uit Hilversum ambitieuzer. Als zij autoriteitenbloed ruiken, kan de betrokkene binnen de kortste keren enkele fel rivaliserende cameraploegen op zijn stoep verwachten. Het NOS-Journaal is zijn monopoliepositie kwijtgeraakt, en Nova wil niet onderdoen voor Netwerk: leve het nieuws.

Zo konden we vorig jaar getuige zijn van de politieke zelfmoord van Kamerlid Mateman, die zich in zijn huiskamer voor het front van de natie telefonisch zat te verhangen. Gisteravond was de beurt aan de Groningse burgemeester Ouwerkerk. We mochten zijn publieke onttakeling tijdens een buurtvergadering in het Oosterpark heet van de naald volgen.

Eerst een kleedkamergesprekje met de burgemeester vóór het begin van het ongelijke gevecht. “Het zijn voor mij hele zware dagen. Ik heb het er knap lastig mee.” Toen brak de hel van het niet altijd gezonde volksgevoel boven zijn hoofd los.

“Ouwerkerk is een dikke lul, en dat is hij altijd al geweest”, zei een vrouw. Een andere vrouw krijste: “Ouwerkerk eruit! Wegwezen!” Buiten beeld hoorden we Ouwerkerk zwakjes tegenwerpen: “Dat maakt ú niet uit.” De vrouw: “Ga de straat maar vegen!”

“Ik ben blij met deze authentieke geluiden”, hield de burgemeester zich later groot, maar iedere kijker begreep dat zijn vrouw 's avonds laat nog een hele kluif zou hebben aan zijn geknakte ego.

Ouwerkerk weet genoeg van de werking van moderne publiciteit om te beseffen dat zijn laatste uur vermoedelijk geslagen heeft. Vroeger ging je als burgervader met de plaatselijke hoofdredacteur om de tafel zitten, je zei elkaar flink de waarheid en dronk een borrel op de goede afloop.

Tegenwoordig is publiciteit zelfs een belangrijk wapen in de onderlinge oorlog van falende autoriteiten. Wordt de politiebaas te lastig? Oké, wij lekken een rapportje. De bastaardezel! (Dit scheldwoord moet ik even kwijt. Ik hoorde het gisteren voor het eerst, toen een verontwaardigde Turkse zanger een cameraman van VPRO's Waskracht in het gezicht mepte.)

Al die publiciteit draagt de publieke verontwaardiging op vleugels naar het Binnenhof, waar de verantwoordelijke ministers een goed heenkomen zoeken. Uit Den Haag hoeft Ouwerkerk geen goed nieuws te verwachten.

Steenhuis, de procureur-generaal met het bijbaantje, zit nu in hetzelfde wankele schuitje. In Nova schoot alleen hoogleraar strafrecht F. Rüter hem opzichtig te hulp. “Er is niks mis met die bijbanen, het is zelfs aan te moedigen”, bitste hij.

Of het Steenhuis zal redden, is de vraag, want Rüter klinkt op de televisie altijd als iemand die ervan geniet om in de contramine te zijn. Het gesprek in de studio is nog maar nauwelijks begonnen of Rüter is al blaffend naar de vloer gedoken om in de enkels van de interviewer te happen - Maartje van Weegen kon ze gisteravond nog maar net op tijd optrekken. “Wat suggereert u daar, mevrouw”, hoorden we Rüter diep vanuit zijn keel grommen.

Een hoogleraar met bloeddorst, en als zodanig een verrijking van het Nederlandse medialandschap. Maar moeten wij hem ook serieus nemen?

Maarten van Rossem sprak deze week een wijs woord bij de dood van Piet Vroon, een andere hoogleraar die de verongelijktheid zo ostentatief kon belichamen. Van Rossem: “Iemand die zich op tv kwaad maakt, verliest het altijd van iemand die zich niet kwaad maakt.”