A.M.J. Chorus (1909-1998); Psycholoog met krachtig stempel

ROTTERDAM, 16 JAN. Een van de grondleggers van de Nederlandse psychologie, prof. A.M.J. Chorus, is gisternacht in Warmond overleden. Hij was 88 jaar.

Met het afleveren van circa 25 promovendi, onder wie de sociaal-psycholoog J. Jaspars en de methodicus J.P. van de Geer, wist hij een krachtig stempel te drukken op de ontwikkeling van de Nederlandse psychologie. Zijn liberale aanpak werkte stimulerend, leerlingen kregen alle ruimte. Meer dan de helft van hen bracht het later zelf tot hoogleraar.

Chorus, een autoritaire persoonlijkheid die eerbied voor zijn statuur afdwong, studeerde in Nijmegen. In 1940 promoveerde hij op 'Het tempo van ongedurige kinderen'. Hij had een uitgesproken belangstelling voor de praktijk van de psychologie en geloofde dat de psychologie de maatschappelijke verhoudingen kon verbeteren.

In 1947 werd Chorus de eerste hoogleraar psychologie aan de Leidse universiteit. Hij was sterk alfa-georiënteerd, met een brede belangstelling die zich uitstrekte tot literatuur en filosofie. Psychologie moest wortelen in een brede eruditie; modern Amerikaans behaviorisme deed hij af als 'rattenpsychologie'.

Chorus was auteur van diverse leerboeken, waaronder Grondslagen der sociale psychologie uit 1953. Bij gebrek aan Nederlandse publicaties putte hij veelvuldig uit Amerikaanse literauur, niet altijd met correcte bronvermeldingen. Nadat hij door vakgenoten discreet was terechtgewezen, kwam het in 1959 tot een ingekorte tweede druk. In 1964 verscheen het populaire De Nederlander, uiterlijk en innerlijk, over de karakters van Friezen tot Zeeuwen. Bij vakgenoten stuitte het boek op stevige kritiek, maar het verkocht uitstekend.

Chorus startte als pionier, maar hij zag tijdens zijn loopbaan de ene na de andere deeldiscipline zich afsplitsen - tot hij in de jaren zeventig de persoonlijkheidsleer overhield. Zijn eerste collega in Leiden was klinisch psycholoog J.H. van den Berg (bekend van zijn Metabletica). De pregnante katholiek Chorus en de steile calvinist Van den Berg lagen elkaar slecht en verschansten zich ieder in een eigen instituut.

Chorus verafschuwde de democratiseringsgolf. Toen hij in 1979 in Leiden vertrok, prijkte op zijn deur nog steeds het bordje 'hoogleraar-directeur'.

De directeur van de faculteit negeerde hij volkomen. Ook weigerde hij vóór 3 oktober, de dag van Leidens Ontzet, college te geven en meestal zat hij thuis in Oegstgeest, in zijn woning op het terrein van de Jelgersmakliniek.

Toen Bastiaanse daar hoofd werd, probeerde hij tevergeefs Chorus eruit te krijgen. Van de weeromstuit noemde deze zijn hond 'Bas', om bij het uitlaten in de tuin van de kliniek het dier luidkeels tot de orde te roepen.

Chorus' grote liefde was de biografie. Altijd heeft hij geijverd voor een biografische benadering in de psychologie, onder andere door het geven van werkgroepen over romanfiguren als Anna Karenina en de gebroeders Karamazov. Literatuur was voor hem een waardevoller bron van psychologische kennis dan dode wetenschappelijke schema's.

Met de komst van de 'Jonge Turken', die vanaf de jaren zestig de dienst binnen de psychologie begonnen uit te maken, werd deze aanpak als 'onwetenschappelijk' en 'soft' terzijde geschoven, maar de laatste jaren krijgt de biografische aanpak binnen de psychologie opnieuw waardering.