Zevende plaats De Bruijn; Geen prijzen, wel records voor zwemtop

ROTTERDAM, 15 JAN. Ondanks een nieuw Nederlands record heeft Inge de Bruijn vanmiddag genoegen moeten nemen met de zevende plaats op de 100 meter vlinderslag bij de WK zwemmen. De nationaal kampioene tikte aan in 1.00,09, een verbetering van twaalfhonderdste van haar eigen record uit 1993. Winnares werd de Amerikaanse Jenny Thompson in 58,46, die daarmee haar derde gouden medaille won in Perth.

Ook de Nederlandse estafetteploeg verbeterde vanmiddag het nationale record. In de finale van de 4x100 meter vrije slag eindigde het viertal Mark Veens, Martijn Zuijdweg, Johan Kenkhuis en Pieter van den Hoogenband op de vijfde plaats, in een tijd van 3.19,47. In de series was het record ook al scherper gesteld door de ploeg die bij de EK in Sevilla brons won. Amerika veroverde vanmiddag de wereldtitel, voor Australië en Rusland.

De Bruijn drong in de vroege ochtenduren met de zevende tijd door tot de finale,maar over haar 1.00,42 was de 24-jarige Barendrechtse na afloop niet te spreken. “Ik had het gevoel een 59'er te hebben gezwommen. Die moet er hier ook uitkomen, anders is het WK voor mij niet geslaagd, ondanks die persoonlijke records op de 100 vrij”, zei De Bruijn in een eerste reactie. “In de finale ga ik harder af. Ik had nu geen verzuurde benen, terwijl ik gisteren na de estafette niet eens meer kon lopen.”

De andere Nederlandse deelneemster, Wilma van Hofwegen, stelde teleur met de 21ste plaats. Een opvallende rol daarentegen was in de series weggelegd voor de estafetteploeg op de 4x100 meter vrij. Het viertal Bram van Haandel, Kenkhuis, Zuijdweg en Veens verbeterde het nationale record tot 3.21,46, goed voor de vijfde tijd van de ochtend. De oude toptijd stond op 3.22,38 en werd gerealiseerd in de olympische finale van Atlanta.

Vooral de prestatie van Kenkhuis was opmerkelijk. De 17-jarige slagerszoon uit Vriezenveen nam in de series de plaats in van Pieter van den Hoogenband, de kopman die rust voorgeschreven kreeg. Kenkhuis realiseerde een tijd van 49,91 en werd op basis daarvan toegevoegd aan de finaleploeg. Dat ging ten koste van Van Haandel, die als startzwemmer niet verder kwam dan 51,41.

Bondscoach René Dekker was vol lof over de vorderingen van het jongste lid uit de nationale ploeg. Pas op het laatste moment, na de nationale winterkampioenschappen van begin vorige maand in Drachten, dwong Kenkhuis een plaats af in de selectie. Dekker noemde de uitverkiezing van de HAVO-scholier toen “een beslissing met het oog op de toekomst”. Bij de Europese jeugdkampioenschappen, vorig jaar in Glasgow, reikte Kenkhuis tot de vierde plaats op de 100 meter vrij.

Madelon Baans liet andermaal zien weinig vooruitgang te hebben geboekt. Twee dagen na haar teleurstellende negentiende plaats op de 100 meter schoolslag volgde vanmorgen een 23ste plaats in de series van de dubbele afstand. Met 2.35,35 bleef de 20-jarige zwemster van PSV ruim drie seconden boven haar persoonlijk record. Haar race leek dan ook meer op een training dan op een serieuze poging de A-finale te bereiken.

Het goud op de 200 school ging naar de tweevoudig Europees kampioene Agnes Kovacs (17) uit Hongarije. Tweede werd de Amerikaanse Kristy Kowal, dinsdag winnares van de 100 school, voor haar landgenote Jenna Street, met 16 jaar een van de jongste deelnemers aan de WK. Een andere jongeling, de pas 15-jarige Ian Thorpe uit Australië, greep de wereldtitel op de 400 meter vrije slag bij de mannen, vlak voor zijn landgenoot Grant Hackett (18). Op de 100 meter rugslag, eveneens een nummer zonder Nederlandse inbreng, maakte de Amerikaan Lenny Krayzelburg zijn favorietrol waar.