Zaak-Tjoelker (3)

Verontwaardiging over het vermeend onrechtvaardige vonnis geveld over de vervolgde daders in de zaak-Tjoelker heeft o.a. de minister-president ertoe aangezet zich te voegen in de rijen van hen die met betrekking tot dit specifieke geval uiting gaven aan hun ontevredenheid met een aspect van de rechtsgang in dit land.

Een politicus die anders dan door wetgevingsarbeid binnen het kader van de bestaande grondwettelijke mogelijkheden invloed op gevelde en te vellen vonnissen tracht uit te oefenen, geeft er blijk van volstrekt in het duister te tasten omtrent zijn eigen verantwoordelijkheden. Alleen al op grond van de, overigens heel goed te verklaren, emotionele uitingen van direct en zijdelings betrokkenen zou elke zich van zijn verantwoordelijkheid bewuste politicus de uiterste terughoudendheid passen. Temeer, daar een onafhankelijke rechtsspraak misschien wel de belangrijkste peiler van een vrije samenleving is. Als een minister-president zich voegt bij het koor van hen die in rechtspleging in een beschaafde samenleving niet anders zien dan de uitoefening van primitieve wraak door de overheid, dan geeft dat te denken over het morele gehalte en het gebrek aan historisch inzicht van degenen, die menen geroepen te zijn de gemeenschap te leiden. De stap naar strafwetgeving met terugwerkende kracht en vonnissen die in overeenstemming zijn met de waan van de dag en van niet noodzakelijk het beste deel van de bevolking, is dan niet zo erg groot. De herinneringen daaraan zijn niet erg opwekkend.