Zaak-Tjoelker (2)

Bij het artikel op 8 januari over de zaak-Tjoelker, staat een foto van een vrolijk ogende hoofdofficier uit Leeuwarden. Deze zaak is voor geen zinnig mens reden tot vrolijkheid, zodat de vraag rijst naar de reden daarvan. Het artikel beantwoordt die vraag niet, integendeel.

De staande magistraat legt het volk uit dat geen zwaarder misdrijf dan openlijke geweldpleging telastegelegd kon worden omdat meer of anders door de rechter niet bewezen kan worden geacht. De beslissing terzake werd door de in strafrecht gespecialiseerde juristen, officieren van justitie, zelfs collegiaal gedragen.

Maar de staande magistraat kent zijn plaats niet want had dit oordeel moeten overlaten aan de bij uitstek tot (ver)oordelen zittende magistraat, de rechter. De rechter is in zijn beoordelingsvrijheid beperkt met een telastlegging door het openbaar ministerie waarmede dit geen enkel risico loopt, maar de samenleving des te meer. Gezien de berichtgeving in de media heeft men daar kennelijk geen boodschap aan gehad.

In een zaak als de onderhavige getuigt het jegens de samenleving in het algemeen en de nabestaanden van Tjoelker in het bijzonder, van (grove) onzorgvuldigheid door na te laten primair het zwaarst mogelijke misdrijf ten laste te leggen en subsidiair het lichtere, teneinde minst genomen te kunnen proberen de rechter voor zijn standpunt te winnen. Het is een volstrekte misvatting te menen dat men zich kan permitteren niet alles uit de kast te halen.