Zaak-Tjoelker (1)

In NRC Handelsblad van 7 januari stond, daags na de uitspraak, onder de kop 'Blunder van OM in zaak-Tjoelker' een opmerkelijke uitlating van een raadsheer van het gerechtshof Leeuwarden. Hij meende het optreden van het OM als 'onbegrijpelijk' te kunnen kwalificeren, maar wilde anoniem blijven “omdat hij mogelijk in hoger beroep de zaak-Tjoelker moet behandelen”. Wat maken wij hier mee: een raadsheer die zichzelf verschuilt achter een blinddoek?

Hoe afschuwelijk en tragisch de gebeurtenissen ook zijn geweest, de verdachten zijn veroordeeld door een rechtbank die een bewonderenswaardige mate van onpartijdigheid heeft weten te handhaven. Ondanks de enorme druk van buiten.

Die onpartijdigheid is bij het hof Leeuwarden niet gegarandeerd als gevolg van de onvoorzichtige uitlating van de anonieme raadsheer. Wanneer de raadslieden in hoger beroep de strafkamer van het hof wegens onvoldoende onpartijdigheid zouden wraken, kan hier een groot probleem uit voortvloeien. Zij weten immers niet wie van de drie raadsheren de anonieme zegsman zou kunnen zijn geweest en evenmin of hij/zij überhaupt wel zitting heeft in deze strafkamer.

Als zij tot een wrakingsverzoek zouden besluiten, kan dit alleen betrekking hebben op de gehele kamer. Deze kamer zal het wrakingsverzoek nooit overtuigend gemotiveerd kunnen afwijzen, zolang niet vaststaat wie de anonieme zegsman is geweest. Het optreden van een geheel nieuw samengestelde strafkamer kan evenmin soelaas bieden omdat zich dan hetzelfde probleem herhaalt.

De enige oplossing lijkt dat de anonieme raadsheer zich bekend maakt. Over een blunder gesproken.