Voor Noord-Ierse vrede dreigen nog vele klippen

De wanhoop over het Noord-Ierse vredesproces is omgeslagen in hoop. Volgens hoogleraar Paul Bew wordt een akkoord nu bedreigd door overdreven pessimisme van de unionisten en ongerechtvaardigd optimisme van nationalisten.

BELFAST, 15 JAN. “Alles wat ik beweer, kan vanavond al zijn weggevaagd in een regen van kogels”, zegt Paul Bew, hoogleraar politiek aan de Queens University in Belfast. Schrijver van werken als de The Dynamics of Irish Politics en Between War and Peace. Met die uitspraak geeft hij aan hoe fragiel het Noord-Ierse vredesoverleg is. Vorige week heerste er wanhoop omdat de loyalistische terreurorganisatie na drie jaar staakt-het-vuren weer naar de wapens dreigden te grijpen. Deze week gloort er hoop nadat de regeringen van Groot-Brittannië en Ierland de contouren van een politieke regeling voor Noord-Ierland presenteren. Laveren, balanceren, voorzichtig manoeuvreren, dat vergt het delicate vredesproces in Noord-Ierland. En klippen loeren overal.

Bew had twee weken geleden in het Britse dagblad The Times al bepleit dat de regeringen van Groot-Brittannië en Ierland het politieke vacuüm zouden vullen dat in het vredesoverleg ontstaan was. “Het enige bestrijdingsmiddel” tegen “een giftige desintegratie” van de onderhandelingen is een sterke versnelling. De grote hoofdlijnen van een regeling die voor zowel unionisten als nationalisten acceptabel is, moeten zichtbaar worden, noteerde de hoogleraar. Twee weken geleden schetste Bew ook al hoe het geraamte van een akkoord eruit zou kunnen zien.

De blauwdruk voor de verdere onderhandelingen die Londen en Dublin maandag overlegden, bevestigt zijn politieke analyse. Het Anglo-Ierse document voorziet in de vorming van een ministeriële raad waarin zowel Noord-Ierland als Ierland vertegenwoordigd zijn. Die raad buigt zich over zaken die beide delen van het Ierse eiland aangaan en heeft ook de bevoegdheid om supra-nationale instituten in het leven te roepen die zowel in Ierland als Noord-Ierland opereren. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan de wens van Noord-Ierse nationalisten die zich niet 'Brits' voelen maar 'Iers'.

De agenda voor verder overleg gaat ook uit van de instelling van een Anglo-Ierse raad die zich met het geheel van de betrekkingen tussen beide landen moet bezighouden. In deze raad zouden niet alleen afgevaardigden van beide regeringen zitting hebben maar ook gedelegeerden uit Schotland, Wales en Noord-Ierland als aan deze regio's beperkt zelfbestuur is verleend. Deze 'oost-west verbinding' tussen het Verenigd Koninkrijk en Ierland moet als tegenhanger dienen van de 'noord-zuid connectie' tussen Ierland en Noord-Ierland. Een evenwichtskunststuk om de unionisten gerust te stellen die anders dan de nationalisten geen verenigd Ierland wensen maar juist versterking van banden tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië willen zien.

Verder biedt het Anglo-Ierse document beperkt zelfbestuur voor Noord-Ierland, garanties dat de unionistische meerderheid de nationalistische minderheid niet meer zoals in het verleden kan koeioneren, een verklaring van burgerrechten, maatregelen om gevangen terroristen vervroegd vrij te laten, hervorming van de politie en ontwapening van terreurorganisaties. Zoals Bew zegt: “Voor elk wat wils.”

Een mogelijk akkoord wordt volgens de hoogleraar bedreigd door overdreven pessimisme van de unionisten, een al even ongerechtvaardigd optimisme van nationalisten en de onbuigzaamheid van de republikeinse beweging waarvan Sinn Fein de politieke vleugel is en de IRA, het verboden Ierse Republikeinse Leger de militaire vertegenwoordiger. Bew zegt dat de unionisten een neiging tot “paranoia” hebben. Ze zijn er steeds vanuit gegaan dat het vredesproces hun alleen maar ellende kan brengen. Hij vraagt zich af of ze in staat zijn te onderkennen dat hun grootste zorg - Londen levert Noord-Ierland uit aan Dublin - ongewettigd blijkt.

Hij wijst er ook op dat de nationalisten van het vredesoverleg juist overspannen hoge verwachtingen hadden. Kan de nationalistische Social Democratic and Labour Party (SDLP) aan haar aanhang verkopen dat ze met een deling van de macht, beloften van gelijkberechtiging en een versterking van de Iers-Noord-Ierse betrekkingen genoegen neemt? Dat is Bews grote zorg. Nog twijfelachtiger vindt hij dat de republikeinse beweging met minder dan een verenigd Ierland akkoord kan gaan. Omdat de IRA nog steeds in politiek “science fiction-land” leeft.