Volkse gevoelens verdienen respect

Prof.mr. J.C.M. Leijten werpt zich in de krant van 8 januari op voor de rechters die in de zaak-Tjoelker de volkswoede hebben weerstaan en zo'n moedig besluit hebben genomen. Zij verdienen waardering maar krijgen deze niet. En zelfs daarvoor hebben onze dappere rechters weer begrip.

Rechtmatigheid en rechtvaardigheidsgevoelens onder de bevolking vallen niet altijd samen en dat betekent dat rechters soms de rechtvaardigheidsgevoelens moeten trotseren om het recht recht te doen. Rechters hebben nu eenmaal niet een beroep waarin zij op enige populariteit mogen rekenen, aldus Leijten. Of zij op populariteit mogen rekenen weet ik niet, maar in Nederland staan rechters altijd nog in hoog aanzien en hoeven zij zich wat dat betreft niet te beklagen.

In zijn verdediging van de rechtelijke uitspraak haalt Leijten niet alleen juridische argumenten aan, zoals verwijzingen naar de bestaande jurisprudentie, maar doet hij tevens een beroep op een algemeen rechtvaardigheidsgevoel. Een collectieve aansprakelijkheid van de daders voor de dood van Tjoelker is niet alleen in strijd met uitspraken van de Hoge Raad, maar ook met ons rechtvaardigheidsgevoel. Leijten schrijft: “Die reden is doodgewoon dat het meer met de rechtvaardigheid overeenstemt in zo'n geval van onmacht (wegens gebrek aan bewijs) twee mensen van wie één, maar men weet niet wie, het gedaan heeft, daarvoor niet te straffen dan twee mensen te straffen van wie het zeker is dat één, maar men weet niet wie, het gedaan heeft.” Dit mag zo zijn, maar in dit voorbeeld wordt verondersteld dat één van de twee personen volledig schuldig is, terwijl de andere volledig onschuldig is.

Leijten gaat er blijkbaar vanuit dat wanneer een slachtoffer onder collectief geweld bezwijkt er (in principe) uiteindelijk altijd één dader aan te wijzen moet zijn die de dood volledig op zijn of haar geweten heeft. Maar, als twee mensen aan een touw trekken en het touw breekt, wie heeft dan het touw kapotgetrokken? Kan het niet zo zijn dat de dood van het slachtoffer het cumulatieve effect is van een reeks van gewelddadige handelingen van verschillende personen. Anders gezegd, waarop is de vooronderstelling dat er uiteindelijk één doodsoorzaak is eigenlijk gebaseerd? Misschien is de laatste trap alleen een doodschop geweest onder voorwaarde dat het slachtoffer reeds andere verwondingen had.

De mogelijkheid om de dood van iemand te beschouwen als het cumulatieve eindresultaat van handelingen van verschillende personen, en de poging een dergelijke notie op de een of andere manier juridisch vorm te geven komt dichter in de buurt van de algemene rechtvaardigheidsnotie waar Leijten een beroep op doet, dan het ophemelen van de 'moedige' beslissing om bij gebrek aan bewijs geen van de betrokkenen hiervoor verantwoordelijk te stellen.

Ongetwijfeld is het zo dat de rechters gegeven de huidige jurisprudentie weinig of misschien wel helemaal geen speelruimte hadden, maar het is mij niet duidelijk geworden waarom het principieel onmogelijk zou zijn om de deelnemers aan collectief geweld ook collectief verantwoordelijk te houden voor de gevolgen ervan, zonder de rechten van de verdachten met voeten te treden. En juist dat is de veronderstelling waarop het hele betoog van Leijten is gebaseerd. Door de weigering van Leijten deze vooronderstelling te onderzoeken komt hij uit op een zwart-wit-schema waarin de suggestie wordt gewekt dat diegenen die betreuren dat de verdachten alleen op grond van openlijke geweldpleging veroordeeld konden worden, mensen zijn die slechts afgaan op onderbuikgevoelens en daar de rechten van de verdachten aan ondergeschikt maken, terwijl hij en de rechters in staat zijn deze volkse gevoelens te weerstaan en daarmee de rechtsstaat te beschermen. Het lijkt mij niet dat iemand met een dergelijke polariserende zienswijze gediend is.