Spaghetti met Zalm

De expresso van Bar Centrale in ons Noord-Italiaanse dorp kostte deze winter 1.600 lire, de cappuccino 2.100 lire. Dat was dezelfde prijs als een jaar geleden. In Italië is zoiets ongekend. Prijsstabiliteit heeft het land sinds tijden niet gekend - en nu bedraagt de Italiaanse inflatie over 1997 minder dan die in Duitsland en in Nederland. De lire, die lachwekkende munt met al die onuitspreekbare nullen, was ten opzichte van de D-mark en de gulden op oudejaarsdag precies evenveel waard als aan het begin van 1997.

Om het beeld compleet te maken: het spreekwoordelijke Italiaanse financieringstekort daalde tot onder de onverbiddelijke lat van Maastricht en de lage rente ligt minder dan een half procentpunt boven die van Duitsland of Nederland.

Italië verkeert in een jubelstemming over het behalen van vier van de vijf toelatingscriteria tot de Economische en Monetaire Unie (EMU) - het vijfde is de staatsschuld, die als gevolg van het lagere tekort eveneens daalt. Dat Romeinse triomfalisme wordt elders met argusogen gadegeslagen. Wat indertijd, bij de opstelling van de EMU-criteria voor onmogelijk werd gehouden, lijkt te gebeuren: Italië maakt zich op toe te treden tot de groep landen die in mei wordt geselecteerd om vanaf 1 januari 1999 deel te nemen aan de euro.

De Italianen hebben een eenmalige euro-belasting ingevoerd, ze hebben goud van de centrale bank verkocht, ze hebben gesjoemeld en ze hebben geprofiteerd van de dalende rente. Die rente daalde mede als gevolg van de verwachting op de financiële markten dat Italië zal meedoen aan de EMU. Vorig jaar, toen de ouderwetse communisten de regering-Prodi naar huis stuurden, hadden de financiële markten een kans voor open doel om de lire weg te speculeren en Italië uit de groep EMU-kandidaten te degraderen. Dat gebeurde niet. In feite hebben de financiële markten toen het signaal gegeven: wat ons betreft doet Italië mee. Enkele dagen later kwam Prodi terug.

De EMU gaat door. Tot eind 1997 bestond nog een theoretische mogelijkheid om de komst van de Europese munt uit te stellen. Het dubbelzinnig geformuleerde artikel 109-J-4 van het verdrag van Maastricht bood een - juridisch omstreden - sluiproute om vóór het einde van 1997 een andere datum voor het begin van de muntunie aan te kondigen dan 1999. Oudejaar is gepasseerd zonder dat op dit artikel een beroep is gedaan. Stilzwijgend is daarmee het laatste obstakel voor de EMU gepasseerd.

En zo stevent Europa af op een brede groep van elf EMU-landen, inclusief Spanje, Portugal en Italië.

Dat zint niet iedereen in het land van de harde gulden. Op een bijeenkomst eind vorig jaar in de Westerkerk in Amsterdam beantwoordde Paul Volcker, de voormalige president van de Amerikaanse Federal Reserve Board, vragen van het publiek over de monetaire unie. De volgende dag zei hij op zijn hotelkamer dat hij zich verbaasd had over de kritische ondertoon ten aanzien van Italië. Terwijl het zo langzamerhand toch pretty clear was dat Italië hoe dan ook zou meedoen.

De euro maakt in Nederland weinig emoties los, maar deelname van Italië leidt tot angstvisioenen. Op symposia over de euro stellen mensen altijd de bezorgdste vragen over de lire. Weinigen zeggen het hardop, maar je voelt ze denken: met Italië haal je toch Siciliaanse bankpraktijken, niet-hervormde communisten en spilzieke politici in de monetaire unie?

Gerrit Zalm, de minister van Financiën die de geschiedenis zal ingaan als de man die de rijksbegroting in evenwicht heeft gebracht, is heel kritisch over Italië. Hij doorziet de begrotingstrucs van Rome en hij vertrouwt de duurzaamheid van het Italiaanse beleid niet. Italië heeft geen stabiliteitscultuur, geen traditie van een stabiele munt en geen economie die is ingesteld op soberheid. Inflatie en devaluatie zijn altijd de gemakkelijke uitweg geweest voor moeilijke politieke besluiten over aanpassingen. Dat staat haaks op Zalms geloof in een spijkerharde euro.

Tot eind vorig jaar viel een case te maken om Italië buiten de eerste groep te houden. Maar met Italië binnen de toelatingscriteria van Maastricht is dat lastig geworden. “De anti-Italië-case is dood”, zegt een hoge functionaris in Den Haag. Nog afgezien van de politieke constellatie in Europa en de geneigdheid van regeringsleiders om onderlinge ruzies uit de weg te gaan als daar geen harde aanknopingspunten voor bestaan. Hierdoor dreigt minister Zalm met zijn 'rabiate alleengang' tegen Italië, zoals het in Den Haag genoemd wordt, in een krampachtige positie te geraken.

Zalm heeft in het Torentje tegen Kok gezegd dat hij Italië in de euro niet zal meemaken. Wat moet Kok dan doen op de ingelaste Europese top van 3 mei in Brussel? Namens Nederland als enige regeringsleider tegenstemmen, of Nederland terugtrekken uit de EMU? Dat, zeggen politieke bronnen in Den Haag, zal Kok niet meemaken.

Vorig jaar heeft Zalm geprobeerd steun in Duitsland te werven voor een Italië-blokkade. Dat lijkt niet erg gelukt, de Duitsers houden ook rekening met de gevoelens in Frankrijk en Italië. Maar Zalm voert geen eenmansactie en hij heeft evenmin neiging tot politieke zelfmoord. Hij weet zich gesteund door de grootst mogelijke scepsis jegens Italië binnen de VVD en bij Bolkestein. Bolkestein heeft het al helemaal niet op de euro begrepen en klampt zich vast aan strikte toepassing van de criteria.

In Bar Centrale kost de expresso straks 0,80 eurocent en de cappuccino 1,05 euro. De Italianen zullen moeten wennen dat ze prijzen met een komma krijgen. En de VVD aan Italië in de euro.