Piet Vroon (1939-1998); Origineel psycholoog

ROTTERDAM, 15 JAN. Gisteren is de psycholoog Piet Vroon dood aangetroffen in zijn huis in Culemborg. Over de doodsoorzaak is niets bekend gemaakt. De politie benadrukt dat er geen misdrijf in het spel is. Vroon is 58 jaar oud geworden.

Vroon was sinds 1983 hoogleraar functieleer en theoretische psychologie aan de Universiteit van Utrecht. Daarvoor was hij hoogleraar in Leiden. Vroons carrière verliep ongewoon. Hij werd op 9 juli 1939 geboren in een calvinistisch milieu in Gorinchem. Zijn vader was molenaarsknecht. Vroon werkte aanvankelijk als assistent-boekhouder. Pas op zijn vierentwintigste ging hij psychologie studeren, een opleiding die hij in drie jaar voltooide. In 1972 promoveerde hij cum laude op 'psychofysische en cognitieve aspecten van tijdszin'.

Vroon verwierf vooral bekendheid door zijn - ook in het Duits en Engels vertaalde - populair-wetenschappelijke boeken, zoals Allemaal Psychisch (1988), Tranen van de Krokodil (1989) en De Wolfsklem (1992), waarvan er honderdduizenden verkocht werden. Van 1981 tot 1996 schreef hij een wekelijkse column in de Volkskrant. In de periode 1976-1980 schreef hij regelmatig voor NRC Handelsblad. In 1993 kwam hij in het nieuws toen hij uit protest tegen het eredoctoraat van Albert Heijn aan de Universiteit Nijenrode zijn doctorstitel wilde inleveren. Vroon leverde vaak felle kritiek op het lage peil van het universitaire onderwijs, dat hij Z.U.L.O. noemde: Zeer Uitgebreid Lager Onderwijs.

Vroon had een enorme werkdrift en schreef over alle mogelijke onderwerpen, van het sick-building syndrom en de wondergoeroe Sai Baba tot aan prozac en het menselijk reukorgaan. De oer-individualist Vroon was allergisch voor alle groepsdwang. Een belangrijk thema in zijn werk was dat mensen zich veel te gemakkelijk laten bedriegen.

Het bekendst is zijn popularisering van het idee van het 'drievoudige brein' van de neurobioloog P. D. MacLean. Dat komt er op neer dat de mens in zijn hersenen nog altijd het (instinctieve) reptielen- en het (emotionele) zoogdierbrein met zich meetorst, met alle irrationele gevolgen vandien. De evolutie van de hersenen van de mens is te snel gegaan, aldus Vroon, waardoor de samenwerking tussen de diverse delen van de hersenen te wensen overlaat en de mens 'chaotisch functioneert'. Vroon gebruikte deze theorie om veel maatschappelijke verschijnselen te verklaren. Het idee is zwaar bekritiseerd door andere wetenschappers. Eind 1992 wijdde NRC Handelsblad-redacteur Felix Eijgenraam een zeer scherpe recensie aan een van Vroons boeken over dit idee, die hard aankwam bij Vroon.

Maar Vroons bestsellers leidden ook tot waardering onder vakgenoten. De psycholoog Nico Frijda zei ooit in HP/De Tijd op Zondag over Vroon: “Hij is een van de weinigen die op scherpzinnige wijze naar een synthese van de bestaande kennis streven, die een patroon durft aan te brengen”. Vorig jaar voegde Frijda daar nog aan toe: “Hoewel niet alles even goed doordacht is en hij niet alles kan waarmaken, is hij altijd inspirerend en blijft hij één van de meest originele psychologen van Nederland.” Het ging de laatst jaren niet goed met Vroon. Vooral 1995 is een rampjaar geweest, met relatieproblemen en een zware val. Zijn laatste boek, Prutswerk! Veertig klachten aan de schepper (1997) werd slecht ontvangen.

Vroon hield van risico's: hij was een gepassioneerd motorrijder en deed aan parachutespringen. Echt vrolijk was hij niet: het leven omschreef hij in een van zijn columns ooit als 'een donker slingerend pad, eindigend in een put.''