Nog veel meer 'schijn des kwaads'

Over 'de schijn des kwaads' had CDA'er Koekkoek het naar aanleiding van dat curieuze bijbaantje van procureur-generaal Steenhuis, van wie we binnenkort de verklaring kunnen verwachten dat hij schnabbelt bij een organisatiebureau om als justitieel topambtenaar het zicht te kunnen houden op de maatschappelijke ontwikkelingen.

Mooie vondst, ongetwijfeld ontleend aan de bijbel, die we meteen op de rest van de avond gaan toepassen. Wat stond er nog meer in 'de schijn des kwaads'?

Natuurlijk, de sociale fraude die bij Sonja Barend werd behandeld. Het is een thema dat langzaam van de politieke agenda is afgeraakt, maar dat gezien de ervaringen van sociale rechercheurs nog altijd actueel is. Sonja dacht, evenals wij allemaal, dat de fraude was afgenomen omdat 'de bestanden gekoppeld waren'. Rechercheur Van Deun maakte duidelijk dat dat nog lang niet overal het geval is.

“De fraude is groot”, zei hij, “maar hoe groot weten we niet.” De rechercheurs kunnen de werkdruk niet aan: jaarlijks blijven er per rechercheur - er zijn er in totaal 750 - zeventig zaken met een waarde van een half miljoen gulden liggen. Hij noemde als voorbeeld de zaak van een bouwvakker die vijf jaar een uitkering opstreek terwijl hij er een volledige baan bij had. (Misschien wilde die bouwvakker ook wel zicht houden op de maatschappelijke ontwikkelingen.)

“Wie armoede zaait, zal fraude oogsten”, relativeerde Jan Marijnissen. Hij nam het op voor de kleine fraudeur die niet kan rondkomen. Maar zó gemakkelijk kon de SP'er niet ontsnappen. “Die bouwvakker moet je wél aanpakken”, riep hij. “Het zijn er al zoveel dat we dat niet meer aankunnen”, reageerde Van Deun droog.

Veel 'schijn des kwaads' ook in de KRO-serie Ongelooflijke verhalen, waarin Karin de Groot een aantal hulpverleners pittig aan de tand voelde over de treurige casestory van Erik Mosk uit Utrecht, een jonge drugsverslaafde die al op 14-jarige leeftijd aan lager wal begon te raken.

Dit ene geval werd in een uitzending van vijftig minuten helemaal uitgebeend, en dat werkte uitstekend. Bij de tv deinzen ze meestal terug voor zo'n aanpak, hoewel één goed uitgezochte zaak veel overtuigender is dan vijf snel afgeraffelde misstanden.

De (gescheiden) moeder van Mosk had haar zoon naar zijn vader gestuurd, toen hij zijn zusje in het verderf begon mee te sleuren. De mars langs de scholen en de hulpverleningsinstanties kon beginnen. Iedereen bemoeide zich er een beetje mee, niemand deed écht wat. De scholen schoven de hete aardappel naar elkaar door, de hulpverleners beriepen zich op wachtlijsten en op het feit dat Erik 'niet gemotiveerd' was voor behandeling - alsof dat niet juist het wezenskenmerk is van veel mensen die in de goot dreigen te belanden.

Als je hulp nodig hebt in Nederland, moet je die kennelijk in kantooruren aanvragen en vijf maanden op een wachtlijst geduld oefenen om je vervolgens met een tandenborstel en een schone onderbroek bij de instelling te melden.

De behandelende gezinsvoogd mocht zich in de studio verdedigen. Het lukte hem niet. Het ene moment vertelde hij dat 'het redelijk goed ging' met Erik, het volgende moment zei hij: “Ik zeg niet dat het goed ging”. “De hulpverlening heeft eigenlijk gefaald”, hield Karin de Groot hem aan het slot voor. “Zo zou ik het niet helemaal willen noemen”, zei de man, “maar het is jammer dat het toch mislukt is.”

Op de achtergrond speelde een interessante principiële kwestie mee. Moet een kind van zestien, zeventien jaar gedwongen worden tot opname in een inrichting? De moeder vond van wél, de hulpverleners voelden er weinig voor. Ten slotte kreeg de moeder haar zin, maar pas nadat ze met een kort geding had gedreigd.

“Waar is het hier niet fout gegaan”, zei pedagoog Van der Laan van het ministerie van justitie. “Men is telkens net te laat en men is terughoudend met ingrijpen.” Dat laatste noemde hij een algemene, maatschappelijke ontwikkeling.

Zo zie je maar weer hoe belangrijk het is dat er mensen bij justitie rondlopen, die zicht proberen te houden op al die maatschappelijke ontwikkelingen.