Nog één keer zingt het koor 'Morgenrood'

De zangvereniging De Stem des Volks viert haar honderdjarig bestaan, maar van de 'rode' zangbond is alleen nog het Amsterdamse koor over. En het Morgenrood moet opnieuw worden ingestudeerd.

De Stem des Volks in het Concertgebouw Amsterdam: 18/1 14.15 uur.

Tentoonstelling in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Cruquiusweg 31 Amsterdam, 17 t/m 31/1.

Danny Nooteboom, e.a.: 100 jaar De Stem des Volks, van strijdlied tot oratorium. IISG, ƒ 29,50.

AMSTERDAM, 15 JAN. De laatste keer dat de Stem des Volks het socialistische gezang Morgenrood ten gehore heeft gebracht, was tien jaar geleden, bij een herdenkingsdienst voor PvdA-leider Joop den Uyl. De strijdliederen en hymnen uit de rode liedbundels waarmee het koor zijn faam verwierf, hebben plaats gemaakt voor oratoriumrepertoire. Al sinds eind jaren zeventig begint de VARA haar radio-uitzendingen in de vroege ochtend niet meer met het door de Stem des Volks gezongen “Morgenrood, uw heilig gloeien / heeft ons steeds de dag gebracht. / Breek toch door, o lichtvernieuwer, / in de grote volk'rennacht...”

Dat het jaarlijkse concert in het Concertgebouw in Amsterdam komende zondag niettemin met Morgenrood wordt geopend, is dan ook een uitzonderlijk gebaar, ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het koor, dat deze maand verder wordt gevierd met een jubileumboek en een tentoonstelling in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. “We willen nog één keer laten zien waar onze roots liggen,” zegt Dick Arkenbout, voorzitter van de jubileumcommissie. “Maar het lied moet nog heftig worden ingestudeerd. Ons koor heeft intussen heel wat jongere leden die niet meer gewend zijn een socialistisch strijdlied te zingen.”

De Stem des Volks is op donderdag 27 januari 1898 opgericht tijdens een vergadering in een geheelonthouderscafé aan het Amsterdamse Rembrandtplein, met het doel de bijeenkomsten van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) luister bij te zetten. De naam van het koor was geïnspireerd door die van de Echo du Peuple, een geestverwante zangvereniging in België. De eerste dirigent was de jonge conservatoriumdocent Otto de Nobel, die bij zijn aantreden als voorwaarde stelde dat hij ook zelf repertoire mocht schrijven. Hooguit kon hij in vervoering raken door de al bestaande Socialistenmars, in een vertaling van voorzitter A.S. de Levita: “Op socialisten, sluit de rijen / het rode vaandel volgen wij...” De meeste andere strijdliederen vond hij in muzikaal opzicht onder de maat.

Door oplettend de bundels van dichtende partijgenoten te lezen, vond De Nobel meer dan twintig verzen die zich op muziek lieten zetten. Morgenrood, naar een euforisch gedicht van Dirk Troelstra, was daar één van. Troelstra's broer Pieter Jelles, de grote SDAP-leider, figureert eveneens in de historie van de Stem des Volks: toen hij in 1900 in Haarlem een maand in de cel zat wegens belediging van een officier van justitie, bracht het koor hem daar buiten de gevangenismuur een aubade. “De directeur verzocht mij de volgende dag ervoor te zorgen, dat zoiets zich niet zou herhalen,” schreef de partijleider in zijn memoires.

De Nobel stond bekend als een bevlogen koordirigent, die niet wilde klagen over het feit dat zijn carrière in de burgermaatschappij werd geschaad door zijn inzet voor het arbeiders-ideaal. De successen die hij met de Stem des Volks boekte, leidden al in 1902 tot de oprichting van de Bond van Arbeiders Zangvereenigingen, met zusterkoren in alle delen van het land.

De tweede grote dirigent van het Amsterdamse koor was Antoon Krelage, die deze functie vijftig jaar lang (van 1929 tot 1979) vervulde. Ook hij componeerde, met Op naar het licht, een fameus strijdlied. Belangrijker was zijn rol in de artistieke koerswijziging, die aansloot op het groeiende verlangen naar culturele verheffing van het werkvolk. Al in zijn eerste jaar studeerde Krelage met het koor Die Jahreszeiten van Haydn in. In de jaren dertig volgden The Messiah van Händel, La damnation de Faust van Berlioz en de Negende van Beethoven, maar ook werk van jonge Nederlandse componisten als Henk Badings, Sem Dresden, Marius Flothuis, Hendrik Andriessen en Willem Landré. Carmina Burana kon bij Krelage echter niet door de beugel; hij wantrouwde de politieke overtuiging van componist Orff.

Tijdens de bezetting viel de Stem des Volks stil. Na de bevrijding bleek dat de helft van de Amsterdamse koorleden in concentratiekampen was vermoord. In de eerste naoorlogse decennia kon het koor nog op de oude voet voortgaan; de nadruk viel weliswaar op het oratoriumwerk, maar ook naar de strijdliederen was nog veel vraag. Gaandeweg vervaagde die belangstelling. En toen in 1984 de huidige dirigent Wouter Schmidt aantrad, trof hij de Stem aan op een dieptepunt.

“Ook wij hebben natuurlijk te maken met het algemene probleem dat jongeren zich niet zo gauw meer binden aan het verenigingsleven,” zegt Dick Arkenbout. “In het algemeen geldt dat de mensen het nu veel drukker hebben. Het is niets bijzonders meer om een koorlid te horen zeggen dat hij een weekje moet overslaan. Dat was vroeger ondenkbaar.”

Van de eens zo onverbrekelijke banden met de 'rode familie' is intussen weinig over. De VARA is niet meer geïnteresseerd, met de PvdA bestaan hooguit nog informele betrekkingen en alleen de FNV heeft voor de jubileumviering “een leuk bedragje” beschikbaar gesteld. Arkenbout, naar eigen zeggen “een ouderwetse rooie hond”, vermoedt dat 40 procent van de koorleden nog “rood-links denkend” is. Maar hij voegt eraan toe, dat buitenstaanders bij het koor meer saamhorigheid aantreffen dan bij andere koren: “In de wijze waarop wij met elkaar omgaan, zit blijkbaar toch nog iets van die oude solidariteit.”

De uitvoeringspraktijk moet goeddeels beperkt blijven tot het ene zondagmiddagconcert per jaar in het Concertgebouw. De zaalhuur is hoog en de honorering van het bijbehorende beroepsorkest is evenmin goedkoop. Voor komende zondag is het Noordhollands Kamerorkest geëngageerd; op het programma staan Le roi David van Honegger en het Magnificat van Bach - voorafgegaan, bij hoge uitzondering, door het Morgenrood. “Historisch besef is een groot goed,” zegt Arkenbout, “maar je moet ook vooruit kijken. Honderd jaar is mooi. Of de Stem des Volks nog tot in lengte van jaren onder die naam zal blijven bestaan, kan ik niet voorzien. Alles is denkbaar.”