Mooi spelen ze niet, dat is ook niet de bedoeling

Concert: The Dirtys. Gehoord: 14/1 Doornroosje, Nijmegen. Herhaling: 15/1 Vera Groningen, 16/1 Vlerk Rotterdam, 18/1 Paradiso Amsterdam, 15/3 Effenaar Eindhoven.

“Alles goed met jullie? Iedereen happy? Iedereen fucked up?” De gezette jongen op het podium kijkt vriendelijk de zaal in. Voor hem en de andere drie leden van The Dirtys is 'fucked up' niet iets negatiefs, maar juist een na te streven gemoedstoestand.

Een concert van The Dirtys is niet geslaagd als het publiek na afloop niet in elk geval een beetje door elkaar geschud en liefst flink fucked up is.

Mooi is de muziek van het Amerikaanse viertal niet te noemen - en zo is het ook niet bedoeld. Het is muziek die zich niet bekommert om fraaie melodieën, een knappe opbouw of een fijnzinnige frasering. De nummers van The Dirtys zijn snel, hard en rauw; korte uitbarstingen van energie waarin de drums een simpel, opwindend ritme spelen en de gitaren hakken, piepen en scheuren als een race-auto met een kapotte uitlaat.

The Dirtys maken deel uit van een ondergrondse stroming van (veelal Amerikaanse) groepen die een uiterst elementaire, ruige mengeling spelen van oude rhythm & blues en rock & roll, de energieke en vaak prettig gestoorde garagepunk uit de jaren zestig en de kwade punk uit de jaren zeventig en tachtig.

De uit Detroit afkomstige Gories zetten begin jaren negentig de toon, waarna groepen als The Oblivians en Blacktop de lijn voortzetten. Hun soort punk is totaal anders dan de commercieel succesvolle punkpop van groepen als Green Day en Offspring: primitiever, extremer en afstotelijker.

The Dirtys zullen dan ook nooit in de hitparade belanden. Geen enkel nummer op hun onlangs verschenen, door Mick Collins (ex-Gories en Blacktop) geproduceerde debuut 'You Should Be Sinnin' is geschikt om regelmatig op de radio of op clipstations op tv te draaien. Ongepolijst is een understatement voor het geluid van de plaat: The Dirtys gebruiken de slijpsteen juist om de randjes nog wat rafeliger en de krassen nog een tikje dieper te maken.

Op het podium kwamen ze over als ietwat boerse jongens, die overdag de hele dag werken in de autofabriek in Detroit en het 's avonds op een zuipen zetten, of een podium opstappen om hun frustraties er uit te schreeuwen: 'I got nothing to lose / I got the no money blues / I got a pain in my side / Gonna rock it out tonite!' Wijdbeens stond zanger/bassist Screamin' Joe Burdick voor de microfoon, zijn hoofd snel op en neer bewegend in het snelle ritme van de nummers, de woorden die hij zong onverstaanbaar maar de bedoeling van zijn oerschreeuw onmiskenbaar: 'Aaaoooww!'

Naast hem kwam gitarist Marc Watt over als een stuurs, onsympathiek stuk vreten en was gitarist/tweede zanger Larry Terbush het meest enthousiaste lid van de groep, die zo opging in de muziek dat zijn bewegingen zo nu en dan wild en ongecontroleerd werden. De momenten waarop de groep los kwam en zich liet gaan waren het beste: toen kwamen ze in de buurt van het peil van The Gories en Oblivians.