Kamer wil regels BVD aanscherpen

DEN HAAG, 15 JAN. De Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) moet in sommige gevallen de bewoners van panden waar de dienst is binnengedrongen voor onderzoek, achteraf op de hoogte stellen. Dit heeft de Tweede Kamer gisteren uitgesproken in een debat met minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) over een wijziging van de Grondwet die regelt onder welke voorwaarden opsporingsambtenaren zonder toestemming van de bewoners een woning mogen binnentreden.

Het kabinet wil opsporingsambtenaren van inlichtingen- en veiligheidsdiensten volledig vrijwaren van de plicht om hun (stiekeme) bezoek achteraf te melden aan de bewoners. Volgens minister Dijkstal is dit nodig als “de nationale veiligheid” dat vereist.

De Tweede Kamer vindt deze vrijwaring te ver gaan. De Binnenlandse Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingendienst (MID) mogen alleen van de plicht tot melding worden vrijgesteld als de nationale veiligheidsbelangen dat “dringend noodzakelijk” maken, aldus een meerderheid in de Kamer.

Minister Dijkstal wees erop dat geheime diensten alleen kunnen werken als een deel van hun werk ook daadwerkelijk geheim blijft. Het accepteren van veiligheidsdiensten betekent ook het accepteren dat een deel van de werkzaamheden van deze diensten geheim blijft als de nationale veiligheid in het geding is, zo stelde hij vast.

De meldplicht voor politie en justitie, indien zij een woning binnendringen, moet blijven bestaan, benadrukte de Tweede Kamer gisteren. Deze diensten komen niet voor vrijwaring in aanmerking - ook al gaat het om langlopend en diepgravend politie-onderzoek.

De Tweede Kamer debatteert dezer dagen over een aantal wijzigingen in de Grondwet.

De Kamer sprak daarbij ook over de voogdij over een minderjarige koning en over uitbreiding van het briefgeheim naar elektronische post, zoals e-mail.

De volksvertegenwoordiging moet deze wijzigingen in twee zogenoemde lezingen vaststellen.

De eerste lezing vereist een gewone meerderheid in Tweede en Eerste Kamer.

Daarna moeten beide Kamers de veranderingen na ontbinding van het parlement, dus na de verkiezingen, met een tweederde meerderheid goedkeuren.