Jospin glijdt uit over 'Dreyfus'

PARIJS, 15 JAN. “Jospin moet aftreden!”, “Schande”, “Onwaardig te regeren”. De verontwaardiging in Frankrijks nationale vergadering was groter dan gebruikelijk. De minister-president had de woede niet zien opkomen toen hij de afschaffing van de slavernij (1848) en de pro-Dreyfus-acties (1898) omschreef als 'linkse' zaken waar 'rechts' tegen was geweest.

Het was niet de eerste keer dat de Franse premier Lionel Jospin de rechtse oppositie tot razernij bracht, maar wel het ernstigste incident sinds links aan de macht is. Dit keer verjoeg Jospin rechts vooral uit de Assemblée Nationale door historische uitspraken te doen die aanvechtbaar waren en ook door de centrum-linkse krant Libération als 'uitglijder' worden betiteld, en als poging de gehavende eenheid binnen de linkse regering op te vijzelen.

Eergisteren werd in Frankrijk plechtig herdacht dat Emile Zola honderd jaar geleden zijn befaamde J'Accuse-artikel in L'Aurore schreef. Dat betekende het startsein voor een campagne die pas in 1906 heeft geleid tot volledig eerherstel voor Dreyfus, die door velen nog jaren later werd gezien als symbool van het joods-Duitse gevaar voor Frankrijk. Op de voorgevel van de Assemblée Nationale hangt op het ogenblik een metershoog facsimile van Zola's artikel.

Historici van naam als René Rémond en Pierre Birnbaum stellen dat Jospin zich de zaak van de Dreyfusards ten onrechte toeëigent. Links was er destijds bijna net zo laat bij als rechts. Bovendien, merkt Birnbaum op, had Zola zich zelf vóór hij zijn tirade tegen het Dreyfus-proces schreef, overgegeven aan herhaald anti-semitisme. Jospin noemde als links verdediger van de door bedrog binnen het leger veroordeelde kapitein ook nog de socialist Léon Gambetta, die al in 1882 was overleden.

Volgens Rémond was er ten tijde van de afschaffing van de slavernij geen fel debat over; links kan zich dus niet de geestelijk vader van die maatregel noemen. De grote roman tegen de slavernij (Marie van de monarchist Gustave de Beaumont) was geen boek met een links stempel. De strijd tegen de (door de monarchie na de eerste afschaffing weer ingestelde) slavernij was eerder een zaak waarin protestanten voorgingen, schrijft Alain-Gérard Slama in Le Figaro: “Dat zou Jospin goed moeten doen”. Rechtse politieke voormannen zeggen nu dat Jospins onnodige tirade laat zien dat de zaken hem uit de hand lopen. Links verdedigt de premier, met enige moeite. Voor Libération is de hele affaire een teken van “een manie voor het verleden”. “Het steeds oproepen van onze voorvaders wordt een symbool van een zieke samenleving”.