Jorritsma droomt van nieuwe wijze betalen projecten

In de plannen voor hogesnelheidslijn en Betuwelijn is voor enkele miljarden guldens aan private financiering voorzien. Maar minister Jorritsma blijft daar vandaag in een brief naar de Kamer onduidelijk over.

DEN HAAG, 15 JAN. Toen minister van Verkeer en Waterstaat Maij-Weggen de plannen voor de Betuwelijn verdedigde in de Tweede Kamer was ze er stellig van overtuigd dat gedeeltelijke private financiering van de goederenspoorlijn gewenst, mogelijk en noodzakelijk was. Gewenst, omdat belangstelling van de zijde van het bedrijfsleven het bewijs zou vormen dat het goederenvervoer per spoor perspectief had, iets waar velen niet van overtuigd waren. Mogelijk, omdat er een duidelijk exploitatiemodel beschikbaar was, namelijk dat de financier in ruil voor zijn bijdrage dertig jaar lang tol zou mogen heffen op de spoorlijn. En noodzakelijk, want het kabinet had niet genoeg geld.

Zo overtuigd was ze dat ze het Tweede-Kamerlid G. Leers (CDA) bijviel toen deze opperde dat er geen spade de grond in mocht voordat de private financiering was geregeld. Vandaar dat enige haast was geboden met het vinden van een geïnteresseerde partij. In antwoord op een vraag uit de Kamer schreef de minister: “[...] daarom wordt in het voorjaar van 1994 reeds begonnen met aanbesteding van de concessie”.

Die termijn is inmiddels met vier jaar overschreden en van aanbesteding is in de verste verte geen sprake. Het huidige kabinet heeft ook publiekelijk afstand genomen van de toenmalige woorden. In april 1995 trok het kabinet-Kok de conclusie dat het vinden van een private financier voor zo'n anderhalf miljard gulden in dit stadium - voordat de spoorlijn er ligt - uitgesloten zou zijn. Aangekondigd werd dat men opnieuw op zoek zou gaan als de spoorlijn bijna klaar is: dan zouden immers de politieke onzekerheden die veel investeerders kopschuw maken verdwenen zijn.

Het geconstateerde gebrek aan animo in de markt belette het kabinet overigens niet om bij de hogesnelheidslijn opnieuw ruim anderhalf miljard gulden aan private financiering in te boeken. Ook dit keer speelde een rol dat het kabinet geld tekort kwam. Maar de rotsvaste overtuiging van haar voorgangster heeft minister Jorritsma nooit aan de dag gelegd. De eerste spa mag best de grond in voor er een financier is.

De moeizame gang van zaken rond de private financiering is niet alleen een kwestie van geld. Immers, als het op geld lenen aankomt is geen enkele partij goedkoper uit dan de staat, wat minister van Financiën Zalm in het voorjaar van 1995 nog eens benadrukte op een congres van de Europese Investeringsbank. “In het verleden - hij doelde op de Wijkertunnel, red - zijn constructies toegepast die niet in het belang zijn van de belastingbetaler.” Bij de Wijkertunnel bleek de overheid duur uit, omdat de overheid zelf moet terugbetalen van de financier (de ING Bank), in plaats van de automobilisten die van de tunnel gebruik maken. Private financiering is alleen zinvol als er bij een project ook private inkomsten zijn, en als een private partij door een betere kennis van zaken het project zoveel beter kan exploiteren dat er meer inkomsten binnenkomen dan wanneer de overheid de exploitatie voor zijn rekening zou nemen.

Toegepast op een spoorlijn: een concessie uitgeven aan een bedrijf om tol te heffen heeft alleen zin als dat bedrijf meer tol zou weten binnen te halen dan de overheid. Anders kan de overheid immers net zo goed zelf tol heffen. Er is echter nog niemand opgestaan die met zoveel stelligheid durft te beweren dat hij het beter kan dan de overheid en dat hij er ook geld voor over heeft om het tolrecht te verwerven.

Het tolgaardersmodel van private financiering is dan ook enigszins uit de gratie geraakt. Jorritsma is op zoek naar andere vormen. Welke, dat blijft nog wat mistig in de brieven die ze vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het is wel mogelijk een beetje in haar dagdromen te kijken. Vorig jaar is ze op werkbezoek geweest in Japan, waar ze onder meer privaat gefinancierde en geëxploiteerde spoorlijnen heeft bekeken. Die werken niet met het tolgaardersmodel, integendeel. Een typische constructie is dat een consortium van investeerders een zeer groot winkelcentrum bouwt en er een spoorlijn heen legt vanuit de voorsteden. Met de spoorlijn en zelfs met het spoorvervoer mag dan verlies worden geleden: zo lang er maar veel winstgevende klanten naar dat winkelcentrum komen is de totale investering toch rendabel.

Uit haar brief blijkt dat Jorritsma naar zoiets op zoek is. Er zijn ook wel partijen die voor zulke constructies belangstelling hebben. Vorige maand pleitte ABN Amro bestuurder J.M. de Jong in een interview met deze krant voor oprichting van Infra Beheer Nederland, een samenwerkingsverband van overheid en bedrijven, dat niet alleen wegen en spoorwegen zou moeten gaan beheren, maar ook industrieterreinen en kantorencomplexen die daarvan profiteren.

In al hun abstractie staan de plannen van Jorritsma op gespannen voet met Europese regelgeving en met bestaande contracten. Immers, exploitatie van de spoorbaan en het verzorgen van het spoorvervoer moesten juist worden gescheiden van de Europese Commissie. Vandaar de hele verzelfstandiging van de NS en de opsplitsing van het concern in een commerciële poot en een onder de minister vallende taakorganisatie. Het kan best zijn dat het voor particuliere investeerders aantrekkelijk is om alles in één hand te houden, maar het is zeer de vraag of die dan bijvoorbeeld een monopolie op het vervoer kunnen laten gelden. Het is waarschijnlijk dat Brussel die ambitie doorkruist.

Ook in de exploitatie van stations schuilt een probleem: daarvoor is NS Stations bij contract een monopolie gegeven. Niemand anders mag in Nederland spoorwegstations exploiteren, ook een private financier niet. De NS zal dus in elk geval een positie moeten krijgen in de constructie Jorritsma voor ogen staat, maar daarmee krijgen de spoorwegen net als voor de opsplitsing van het concern opnieuw bemoeienis met de spoorbaan.

Dat er nog veel onduidelijk is in de plannen - het zijn eigenlijk meer ambities dan plannen - realiseert de minister zich kennelijk ook. Ze doet tenminste toezeggingen aan de Kamer om nog met nadere uitwerkingen te komen.